HOOFDSTUK 6 MET VERSCHILLENDE TYPEN KLANTEN OMGAAN

RETAIL & VERKOOP


HOOFDSTUK 6
MET VERSCHILLENDE TYPEN KLANTEN OMGAAN


1 / 30
next
Slide 1: Slide
RetailMBOStudiejaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

RETAIL & VERKOOP


HOOFDSTUK 6
MET VERSCHILLENDE TYPEN KLANTEN OMGAAN


Slide 1 - Slide

Lesdoelen:

Dit hoofdstuk gaat over

  • Verschillende klantentypen.
  • Het omgaan met verschillende typen klanten.
  • Verwachtingen van de klant.
  • De werkplek is een winkel. Bijvoorbeeld een snoepwinkel, een warenhuis of een bouwmarkt.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Waarom kun je niet met alle klanten op dezelfde manier omgaan?

Slide 5 - Open question

Waaraan herken je een type klant?
A
zijn gedrag
B
zijn kleding
C
zijn uiterlijk
D
zijn uitstraling

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Lees de situatie
Klant:

Ja, ik zei gisteren nog tegen Trudy, het weer is bijzonder goed voor de tijd van het jaar. en het blijft mooi weer hé, zag ik op het nieuws, blablablabla ..

Slide 13 - Slide

Welk type klant is het?

Slide 14 - Open question

Lees de situatie
Klant:

Ja, ik ben boos ja, woendend zelfs!
Wie denk je wel dat je bent?
Met die prutswinkel van je!

Slide 15 - Slide

Welk type klant is het?

Slide 16 - Open question

Lees de situatie
Klant:

Ik wil een telefoon, maar welke zou de beste zijn?

Slide 17 - Slide

Welk type klant is het?

Slide 18 - Open question

Waarom moet je een haastige klant geen uitgebreide informatie geven?

Slide 19 - Open question

Welk type klant heeft juist wel informatie nodig?
A
de boze klant
B
de twijfelende klant
C
de praatgrage klant
D
de zelfverzekerde klant

Slide 20 - Quiz

Wat voor type klant ben jij zelf als je een nieuwe jas gaat kopen? Leg je antwoord uit.

Slide 21 - Open question

Slide 22 - Slide

In wat voor soort winkel verwacht de klant meer hulp en informatie? Noem twee voorbeelden.

Slide 23 - Open question

Slide 24 - Slide

Situatie

Jenny Bijkers kookt graag.
Ze vindt het leuk om mooie vleesgerechten te bereiden.
Vaak kiest ze iets bijzonders uit.
Ze wil dan precies weten waar het vlees vandaan komt.
En hoe ze het moet bereiden.

Slide 25 - Slide

In welke winkel koopt Jenny het vlees? In de supermarkt of bij de slager?
Leg je antwoord uit.

Slide 26 - Open question

Situatie

Natalia heeft 4 kleine kinderen. Als ze ondergoed voor ze koopt, is ze zo klaar. Ze weet precies de maten. En de goede kleur. Binnen 10 minuten staat ze weer buiten met een stapel hempjes en broekjes.

Slide 27 - Slide

Waar koopt Natalia ondergoed? Bij een kindermodezaak of bij de Zeeman? Leg je antwoord uit.

Slide 28 - Open question

Evalueren (verplicht):
Vat kort samen wat je hebt geleerd van deze les.

Slide 29 - Open question

Slide 30 - Slide