Hoofdstuk 13-Bij vrienden

Bij vrienden


Mening vragen en geven

Praten over 'koetjes en kalfjes'

zullen - belofte

vocalen

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsBeroepsopleiding

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bij vrienden


Mening vragen en geven

Praten over 'koetjes en kalfjes'

zullen - belofte

vocalen

This item has no instructions

Dialoog

opdracht 1

This item has no instructions



verontschuldigen

belachelijk

het verdriet

meekomen

meenemen

volgens mij

de gezondheid

This item has no instructions

indirecte rede / mening geven


Hij zegt dat het regent.

Ik vind dat het moeilijk is.

Het regent.

Regent het?

Waarom regent het?

Hij zegt dat het regent.

Hij vraagt of het regent.

Hij vraagt waarom het regent.

Ik vind dat ...

Volgens mij is ...

Ik vind ...

hoofdzin

Daar heb ik geen mening over.

bijzin

hoofdzin met inversie

daarover

This item has no instructions

Wat weet je nog van de les van maandag?

This item has no instructions

Hoe laat neemt hij de de bus naar zijn werk. 

Wie zitten ook in de bus. 

Waar praten ze over?

Hoe laat neemt hij de bus naar huis? 

Wie zitten er aan het eind van de dag ook weleens in de bus? 

 Waar praten ze 's middags over in de bus?  

Waarom vindt hij het leuk om met de anderen te praten?

This item has no instructions

mening vragen en geven


mening vragen

Wat vind je van ... ?

Hoe vind je ...?

mening geven

Ik vind ...

Volgens mij ...

opdracht 4 en 5

This item has no instructions

Wat vind je van de tuin?

This item has no instructions

Wat vind je van het weer in Nederland?

This item has no instructions

Hoe vind je de service in het zwembad?

This item has no instructions

Hoe vind je de lessen Nederlands?

This item has no instructions

Beschrijf in één minuut je beste vriend(in). Waarom kom je graag bij hem of haar?

1

minute

00

second

This item has no instructions

Leuke trui! 

Hoe is het met de kinderen?

Heb je het druk op je werk?

Wat waait het hard, hè? 

Lang niet gezien!

This item has no instructions



Zij zegt: 'Ik eet morgen thuis'.

Zij zegt dat ze morgen thuis eet.

Directe rede = quote / citaat

Indirecte rede -> dat...

mededeling

This item has no instructions


Ze vraagt of je bij ons komt eten.

Ze vraagt wanneer je bij ons komt eten.

vraag

gesloten vraag -> of...

Kom je bij ons eten?

open vraag  

(wie, wat, waarom, wanneer enz.)

Wanneer kom je bij ons eten?

This item has no instructions

Zeggen dat | Vragen of

A tot Zin werkbladen 4.13b en c


This item has no instructions

Video zullen

2.33

This item has no instructions

This item has no instructions

zullen - voorstel

Zal ik / zullen we

Zullen we een tafeltje  voor twee reserveren?

Zal ik het raam even open doen?

This item has no instructions

zullen - belofte

Ik zal de bloemen in een vaas zetten.

We zullen haar de groeten doen.

opdracht 8 en 9

Ik zal / we zullen

This item has no instructions

Reageer met zullen (opdracht 9)

This item has no instructions

associëren

vrienden




laatste woord?

3

minute

00

second

opdracht 10

Voorbeeld:

vakantie

1e: zomer

2e: associeert bij zomer: warm

3e: associeert bij warm: koffie

This item has no instructions

extra opdracht

5.27  A tot Zin


opdracht 1 tot en met 3


(bij 3: eerst zinnen opschrijven)

This item has no instructions

extra opdracht

5.27  A tot Zin (zullen)


opdracht 4

This item has no instructions

Luister naar het liedje en kijk naar het filmpje. 

Noem minimaal vijf dingen die raar zijn.


'Raar is leuk / leuk is raar'

This item has no instructions

vuur

zee

ballon

baksteen

lucht

gras

kat

hond

This item has no instructions

'Het feest is voorbij.'

De volgende keer bij mij?

Wat kun jij lekker koken!

Bedankt voor de gezellige avond.

We hebben heerlijk gegeten.

De avond ging te snel voorbij.

opdracht 11

This item has no instructions

Opdracht 13: uitspraak vocalen

De spreker kiest het beginwoord en het eindwoord en bepaalt dus zelf hoe die route loopt.

De luisteraar moet dezelfde route op zijn blad proberen af te leggen als de spreker – de enige informatie die hij daarbij krijgt zijn de klanken die de spreker hem aanreikt.

Geef iedere cursist een exemplaar van beide schema’s van kopieerblad 25 en geef vooraf een korte klassikale instructie.

Wijs in het schema Voor de luisteraar op het woord tekst in vakje A2, en zeg dat de luisteraar zijn potlood op A2 moet zetten. De spreker start ook vanuit vakje A2 op het schema Voor de luisteraar. Hij trekt een lijn naar een vakje dat aan A2 grenst en noemt het woord dat daar staat: bril (vakje A3). Welke klank/klinker hoor je in het woord bril? (i) In welk woord van het luisteraarsschema staat die klank i ook? In ding (vakje A3). Trek een lijn van A2 naar A3. Nu is dezelfde lijn van het sprekersblad ook op het luisteraarsblad gekomen. Variant 1: de docent werkt met blad B voor de spreker. De cursisten werken allemaal met schema A voor de luisteraar. Variant 2: laat de cursisten in tweetallen werken. De een gebruikt blad A voor de luisteraar, de ander werkt met blad B voor de spreker. Na verloop van tijd wisselen ze van rol. Laat 56 van 78 Docentenhandleiding Nederlands in gang cursisten na afloop discussiëren over eventuele verschillen. Wat heeft de een gezegd? Wat heeft de ander gehoord

This item has no instructions