Les 21, bijvoeglijk naamwoord μεγας en πολυς

1 / 22
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 25 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

nom mnl ev
gen mnl ev
dat mnl ev
acc mnl ev
nom mnl mv
gen mnl mv
dat mnl mv
acc mnl mv
τοῦ
τῷ
τόν
οἱ
τῶν
τοῖς
τούς

Slide 2 - Drag question

nom vrl ev
gen vrl ev
dat vrl ev
acc vrl ev
nom vrl mv
gen vrl mv
dat vrl mv
acc vrl mv
τῆς
τῇ
τήν
αἱ
τῶν
ταῖς
τάς

Slide 3 - Drag question

nom onz ev
gen onz ev
dat onz ev
acc onz ev
nom onz mv
gen onz mv
dat onz mv
acc onz mv
τό
τοῦ
τῷ
τό
τά
τῶν
τοῖς
τά

Slide 4 - Drag question

Welke hoort er niet bij? Woorden congrueren als ..., ... en ... gelijk zijn
A
naamval
B
tijd
C
getal
D
geslacht

Slide 5 - Quiz

WAAR
NIET WAAR
Woorden die congrueren hebben altijd dezelfde uitgang
Een vrouwelijk znw kan congrueren met een mannelijk bijv nw
Congruentie houdt in: naamval, getal en geslacht zijn gelijk
της γυναικος congrueert met μακρας

Slide 6 - Drag question

Een bijv. nw. heeft altijd dezelfde verbuigingsgroep als het zelfst. nw. waar het bij hoort
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quiz

Juist of onjuist?
Als een bnw met een znw congrueert, hebben ze altijd dezelfde uitgang
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz

Sleep de uitgangen naar het juiste geslacht
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
-ος
-ον

Slide 9 - Drag question

Gaan de volgende bnw uit les 21 in het vrouwelijk volgens de ρει-regel of niet? Sleep ze op de juiste plek.
ρει-regel
niet ρει-regel
σοφος
wijs
ἀθλιος
ongeluk-kig
κακος slecht laf
αἰσχρος lelijk schande-lijk
νεος nieuw jong

Slide 10 - Drag question

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

την χωραν
της χωρας
δεινης
δεινον
ο δουλος
τον δουλον 
δεινος
μακραν

Slide 15 - Drag question

Maak congruerend:
Τῃ (μακρος) μαχῃ
A
μακρῃ
B
μακρᾳ
C
μακραι
D
μακρα

Slide 16 - Quiz

Maak congruerend:
Οἱ (ἀγαθος) παιδες
A
ἀγαθες
B
ἀγαθαι
C
ἀγαθοι
D
ἀγαθα

Slide 17 - Quiz

Wat is de passende vorm van het bijvoeglijk naamwoord bij τό δόρυ?
A
μακρά
B
μακροῦ
C
μακρῳ
D
μακρόν

Slide 18 - Quiz

ἡγέμων
ἀσπίδι
πόδες
γυναίξιν
ἥρωας
ἐσθῆτος
λιμένι
ἀγαθός
καλῇ
καλοί
καλαῖς
ἀνδρείους
μακρᾶς
ἀγαθῷ

Slide 19 - Drag question

Hoe goed snap je de ρει-regel?
Nog niet zo goed
Een beetje
Goed

Slide 20 - Poll

Hoe goed begrijp je het congrueren van een bijvoeglijk naamwoord met een znw?
Nog niet zo goed
Een beetje
Goed

Slide 21 - Poll

Hoe goed snap je de rijtjes van πολύς en μέγας
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll