2H1 20 oktober 2023

1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Programma van de les 2H1
vrijdag 20 oktober 
Programma:
  • Opening
  • Aanwezigheid
  • Leesmoment
  • Aan de slag met het ontleden van zinnen in zinsdelen
  • Afsluiting
Lesdoel:
Ik kan het naamwoordelijk gezegde in een zin vinden

Slide 2 - Slide

Allereerst...
Is iedereen aanwezig?

Slide 3 - Slide

15 minuten lezen
timer
15:00

Slide 4 - Slide

Verder met:
Paragraaf 3 Naamwoordelijk gezegde
Bladzijde 210 en 211
Leer: theorie bladzijde 210
Maak opdracht 4 blz. 211 in je schrift
Maak opdracht 5 blz. 211 in je schrift
Klaar? Lees de theorie op bladzijde 214 over Werkwoordelijk of Naamwoordelijk gezegde

Slide 5 - Slide

Ontleden in zinsdelen
Paragraaf 5 bladzijde 214
Vorige les: Naamwoordelijk gezegde

Nu: Naamwoordelijk gezegde of werkwoordelijk gezegde
https://apps.noordhoff.nl/se/content/theme/2cbfe4b0-7837-4b8e-a79b-9b774bb3b864/contentUnit/62cdeef2-1b71-4a38-a0d8-233d9c1b9b97

Slide 6 - Slide

Aan de slag
Paragraaf 5 Werkwoordelijk of Naamwoordelijk gezegde
Bladzijde 214 en 215
Leer: theorie bladzijde 214
Maak opdracht 1 t/m 5 op bladzijde 215
Klaar? Lees de theorie op bladzijde 218 over de bijvoeglijke  bepaling

Slide 7 - Slide

Het naamwoordelijk gezegde

Slide 8 - Slide

Naamwoordelijk gezegde

Het naamwoordelijk gezegde zegt wat iemand of iets (het onderwerp) IS (of wordt of blijft).

Slide 9 - Slide

Naamwoordelijk gezegde
Een zin heeft een werkwoordelijk gezegde 

                       OF!


Een zin heeft een naamwoordelijk gezegde

Slide 10 - Slide

Naamwoordelijk gezegde
Mijn vader is op zijn studeerkamer
Wie of wat is mijn vader = ??????

Deze zin heeft dus geen naamwoordelijk gezegde. Een naamwoordelijk gezegde neemt een toestand of eigenschap van het onderwerp aan.


Slide 11 - Slide

Naamwoordelijk gezegde

Slide 12 - Slide

          Het naamwoordelijk gezegde
Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit één of meer werkwoorden en een (zelfstandig, bijvoeglijk, enz.) naamwoord. 

Het naamwoordelijk gezegde geeft altijd aan dat iets of iemand iets is (ZIJN ZIN).

Slide 13 - Slide

Wat is het naamwoordelijk gezegde?
In de zon zijn de beelden prachtig.
Dus het naamwoordelijk gezegde is: 
'zijn prachtig'

Slide 14 - Slide

soorten werkwoorden
  • koppelwerkwoord
  • hulpwerkwoord
  • zelfstandig werkwoord

Slide 15 - Slide

Koppelwerkwoord
Eén van de werkwoorden van een naamwoordelijk gezegde  is een vorm van een koppelwerkwoord.
Koppelwerkwoorden: zijn, worden, lijken, blijken, blijven, schijnen  

Slide 16 - Slide

Afsluiting
Huiswerk:
Paragraaf 5 Werkwoordelijk of Naamwoordelijk gezegde
Bladzijde 214 en 215
Leer: theorie bladzijde 214
Maak opdracht 1 t/m 5 op bladzijde 215

Slide 17 - Slide

Tot ziens!

Slide 18 - Slide