Speaking A2

Speaking lesson
Doel: werken aan uitspraak en inzicht krijgen van je inhoud binnen deze vaardigheid. 

Nodig: laptop
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EngelsMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Speaking lesson
Doel: werken aan uitspraak en inzicht krijgen van je inhoud binnen deze vaardigheid. 

Nodig: laptop

Slide 1 - Slide

Warming up: tricky tongue twister
Probeer de volgende zin zo goed mogelijk uit te spreken. Klik daarna op het audio icoontje om mijn poging te horen. 

Betty bought a bit of butter but the bit of butter Betty bought was bitter so Betty bought a better bit of butter and the batter was better

Tongue twister

Slide 2 - Slide

Pronunciation (British English)
Nouns: teacher, birthday, school, work, education, church, hour, car 
Adjectives: bad, smart, happy, glad, flexible 
verbs: played, worked, listened, taught, enjoy
days of the week: Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday, Saturday, Sunday

Click for explanation and pronunciation

Slide 3 - Slide

Practice, practice, practice
Belangrijke elementen van een examen spreken/gesprekken voeren zijn: inhoud, samenhang, woordenschat, vloeiendheid, uitspraak,  grammar. 
Je kan je zelf trainen om hier aan te voldoen. Je moet vaak oefenen en jezelf blijven uitdagen.  
 
Uitleg Speaking

Slide 4 - Slide

Inhoud
Zijn alle onderdelen aan bod gekomen?
- Denk aan: inleiding - kern -slot
- Introduction (jezelf voorstellen en vertel waarom je deze presentatie geeft)
- Onderdelen die in de presentatie terug moeten komen: waarom? wanneer? argumenten? nadeel? voordeel?
- Slot / mening 

Slide 5 - Slide

Samenhang
Maak je gebruik van verbindingswoorden?
Voorbeeldzin zonder verbindingswoorden:
Hello, my name is M. I live in  G. It 's a village in G.
Voorbeeldzin met simpele verbindingswoorden:
Hello my name is M and I am 17 years old. I live in G and that's a village nearby D. I live nearby school so it's easy for me to be on time.
Voorbeeldzin met complexere verbindingswoorden:
Goodmorning, my name is M and I am 17 years old. I live in G which is a village nearby D. I have lived there since 2008 together with my parents, who I dearly love and my sister and brother whose age I can't remember.


Slide 6 - Slide

Bereik en beheersing woordenschat
-  Een goede woordenschat om zich te uiten over dagelijkse onderwerpen (bijv. familie, wonen, vrijetijdsbesteding, dagelijks werk en interesses). Eenvoudige voorzetselcombinaties (bijv. walking to, waiting for, to believe in) zijn meestal correct.
- Je gebruikt voorzetsels (bijv. on, to, for, in, with) vrijwel altijd correct, ook in complexe combinaties (bijv. prior to, feeling towards, on behalf of, thanks to, regardless of). 

Slide 7 - Slide

Vloeiendheid
- Je hebt soms nog pauzes, maar je bent goed te volgen.
- Je hebt soms nog pauzes, maar kan zonder hulp verdergaan
- Het spreektempo is gelijkmatig, met weinig pauzes

Slide 8 - Slide

Grammatica
- Woordvolgorde correct (wie doet wat waar wanneer)
- Werkwoordsvormen correct (maakt ook gebruik van past simple, present en past perfect, present en past cont. en future simple)
- Juist gebruik van lidwoorden, bijv. naamwoorden, bijwoorden en voorz-woord combinaties (at school, I play  football at en niet by)



Slide 9 - Slide

Uitspraak
- Duidelijk, verstaanbaar met Ned. accent, boodschap moet overkomen. Je maakt af en toe fouten in de uitspraak bij niet alledaagse woorden.
- Je hebt heldere, natuurlijke uitspraak en intonatie

Slide 10 - Slide

Assignment
Je gaat het spreken oefenen. Op de volgende dia's staan onderwerpen die je kunnen helpen om het spreken van 5 minuten te volbrengen. Time jezelf ook!  Als je tijd nodig hebt om na te denken over een woord of zin, val dan niet naar het Nederlands maar gebruik  het volgende: hold on/wait a minute/ can you give me a second.

Schrijf woorden die je niet weet op en voer ze in na elke dia. Let op, zoek de betekenis ook op.
Als je bijvoorbeeld wil vertellen dat je in een rijtjeshuis woont maar je weet het woord niet:
1. Opschrijven
2. Vertaling opzoeken
3. Lijst van woorden invoeren bij de open vraag.


Slide 11 - Slide

Introduction
Je begint met jezelf te introduceren. Noem dan altijd eerst je naam, leeftijd, waar je vandaan komt enz. Je beschrijft je gezin in het kort. Bedenk zelf welke informatie je wil delen of wat je familie wil dat jij deelt. Misschien wil je ook iets vertellen over huisdieren die jij hebt.
Vervolgens beschrijf je twee vrienden, beschrijf hun uiterlijk en vertel waarom zij jouw vrienden zijn. Geef ook aan waarom vriendschap voor jou belangrijk is.

timer
4:00

Slide 12 - Slide

Plak hier jouw geschreven stuk.

Slide 13 - Open question

Home 
Je vertelt iets over je woonplaats. Zijn er veel winkels, supermarkten, restaurants? Wat is er allemaal te doen? Mis je nog iets, wat zou je willen toevoegen aan je woonplaats. En waarom is dit een fijne woonplaats?

Vertel over je huis. 

timer
4:00

Slide 14 - Slide

Plak hier jouw geschreven stuk.

Slide 15 - Open question

Education
Je volgt je opleiding op het ROC Mondriaan. Vertel over de school en het gebouw. Vertel vooral over de opleiding, wat zijn je verwachtingen, doelen en ervaringen tot dusver. 
timer
4:00

Slide 16 - Slide

Plak hier jouw geschreven stuk.

Slide 17 - Open question

Internship
Vertel over stage, waar ga je of waar wil je stagelopen? Hoe gemotiveerd ben je? Welke taken ga je uitvoeren?
timer
4:00

Slide 18 - Slide

Plak hier jouw geschreven stuk.

Slide 19 - Open question

I succeeded in talking English for six minutes in total.
Yes, I sure did!
Not yet, but I was close
Sadly no, speaking is difficult

Slide 20 - Poll