Les 23 februari

Vandaag
Opwarmer
Woorden - huiswerk bespreken
tekst emoji's
antoniemen/ voor -en achtervoegsels




1 / 39
next
Slide 1: Slide
NederlandsEnseignement Secondaire

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

Vandaag
Opwarmer
Woorden - huiswerk bespreken
tekst emoji's
antoniemen/ voor -en achtervoegsels




Slide 1 - Slide

kijk luisteropdracht
https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/karrewiet-nieuwsvideos/belgie/karrewiet-nieuwsvideos-lorien--liena-en-liyana-doen-mee-met-de-ramadan/




Slide 2 - Slide

Wat betekent de ramadan voor moslims?
A
Een feest waarbij iedereen cadeaus krijgt
B
Een maand waarin mensen vasten en nadenken over hun geloof
C
Een schoolvakantie
D
Een sportwedstrijd tussen families

Slide 3 - Quiz

Wat mogen Lorien, Liena en Liyana overdag niet doen?
A
Naar school gaan
B
Buiten spelen
C
Met vrienden praten
D
Eten en drinken

Slide 4 - Quiz

Waarom vinden de meisjes het soms moeilijk?
A
Omdat ze honger en dorst krijgen overdag
B
Omdat ze vroeg moeten slapen
C
Omdat ze geen huiswerk mogen maken
D
Omdat ze niet met familie mogen praten

Slide 5 - Quiz

Wat doen de meisjes wanneer de zon ondergaat tijdens de ramadan?
(Schrijf in je eigen woorden.)

Slide 6 - Open question

Noem één reden waarom kinderen toch al oefenen met vasten, ook al zijn ze nog jong.
(Schrijf een volledige zin.)

Slide 7 - Open question

Zou jij het moeilijk vinden om een dag niet te eten en te drinken? Waarom wel of niet?
(Geef je mening en leg uit.)

Slide 8 - Open question

Huiswerk
 Paragraaf woorden: blz. 170 en 171 maken opdracht 5 en 6

daarna: tekst 3 en opdracht 7, 8 en9

Slide 9 - Slide

Antoniemen

Slide 10 - Slide

Antoniemen
  • Antoniemen zijn woorden met een tegenovergestelde betekenis

Slide 11 - Slide

Antoniemen
  • Antoniemen zijn woorden met een tegenovergestelde betekenis
  • Met antoniemen kun je de betekenis van woorden die je niet kent achterhalen

Slide 12 - Slide

Antoniemen
  • Antoniemen zijn woorden met een tegenovergestelde betekenis
  • Met antoniemen kun je de betekenis van woorden die je niet kent achterhalen
  • Let op signaalwoorden die een tegenstelling aankondigen
maar, daarentegen, juist, in tegenstelling tot

Slide 13 - Slide

Antoniemen
  • Antoniemen zijn woorden met een tegenovergestelde betekenis
  • Met antoniemen kun je de betekenis van woorden die je niet kent achterhalen
  • Let op signaalwoorden die een tegenstelling aankondigen
maar, daarentegen, juist, in tegenstelling tot
  • Je herkent antoniemen soms aan voor- en achtervoegsels

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

kwaad - boos
A
synoniem
B
antoniem

Slide 17 - Quiz

Het antoniem van 'vaak' is:
A
nooit
B
meestal
C
frequent
D
dikwijls

Slide 18 - Quiz

sanctie - straf
A
synoniem
B
antoniem

Slide 19 - Quiz

het antoniem van aanmoedigen is:
A
stimuleren
B
ontmoedigen
C
demotiveren
D
bevorderen

Slide 20 - Quiz

snel - traag
A
synoniem
B
antoniem

Slide 21 - Quiz

licht
blij
dag
mooi
groot
donker
verdrietig
nacht
lelijk
klein

Slide 22 - Drag question

Wat is het antoniem van elke dag hetzelfde
A
steeds
B
opnieuw
C
variëren
D
houtje-touwtje

Slide 23 - Quiz

5. Waar staat een goed antoniem?
A
complex - ingewikkeld
B
moeilijk - ingewikkeld
C
complex - imcomplex
D
complex - eenvoudig

Slide 24 - Quiz

Wat is het antoniem van luxe
A
spartaans
B
weelderig
C
duur
D
neutraal

Slide 25 - Quiz

10. Een antoniem in een zin wordt vaak aangekondigd door een:
A
verwijswoord
B
voornaamwoord
C
signaalwoord
D
synoniem

Slide 26 - Quiz

Welk antoniem kun je invullen?
De hond was doodziek, nu is hij........
A
zieker
B
buiten
C
kerngezond
D
bij oma

Slide 27 - Quiz

Antoniemen herken je soms aan:
A
voorzetsels
B
achtervoegsels
C
voorvoegsels
D
verwijswoorden.

Slide 28 - Quiz

Wat is een antoniem van interesse?
A
Geïnteresseerd
B
Boeiend
C
Desinteresse
D
Oplettendheid

Slide 29 - Quiz

Woorden met een tegengestelde betekenis noem je synoniemen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Woorden met een tegengestelde betekenis noem je antoniemen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz

Wat is het antoniem van een niet-roker?
A
Een roker die gestopt is
B
Een roker
C
Iemand die begint met roken

Slide 32 - Quiz

Voor- en achtervoegsels.
Antoniemen herken je soms door voor- of achtervoegsels.
De voorvoegsels: on-, non-, niet-, anti-, contra-, ir-, a-, in-, dis-, de- en des- betekenen NIET of TEGEN.(prefix)
Het achtervoegsel -loos betekent zonder.( suffixen)

Slide 33 - Slide

Bedenk een voorvoegsel dat "niet", "geen" of "tegen" betekent.

Slide 34 - Open question

Kunnen voorvoegsels en achtervoegsels als een los woord voorkomen?
A
Ja
B
Nee

Slide 35 - Quiz

Schrijf een woord op met het voorvoegsel: contra-, ir- of dis-

Slide 36 - Open question

Het achtervoegsel -loos betekent....
A
Min
B
Groot
C
Negatief
D
Zonder

Slide 37 - Quiz

Schrijf een woord op met het voorvoegsel: des- on- of non-

Slide 38 - Open question

Les 23 februari

Slide 39 - Slide