Bouw van zaadplanten (Biologie vmbo), les 1: Uitleg

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Bouw van zaadplanten

Examenstof biologie vmbo

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over de bouw van zaadplanten: wortels, stengels met houtvaten en bastvaten, bladeren met huidmondjes, de bloem, zaad en vrucht, en bol en knol. Zes controlevragen en een woordweb. Voor KB en GT is er extra stof over helmdraad, helmknop, stempel, stijl, zaadverspreiding en plantenweefsels.

Items in this lesson

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Bouw van zaadplanten

Examenstof biologie vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: BI/K/6.3, BI/K/6.4. Image credit: Pmedh / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan de delen van een zaadplant benoemen en vertellen wat elk deel doet.

This item has no instructions

Welke delen van een plant ken jij?

Verwacht: wortel, stengel, blad, bloem, zaad, vrucht. Koppel de woorden aan de les: wat doet elk deel? Veelgemaakte misvatting: planten halen hun voedsel uit de grond. De plant maakt zelf energierijke stoffen met fotosynthese in het blad en neemt uit de grond water en mineralen op.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Wortels

  • Wortels zitten vast in de grond. Zo blijft de plant op zijn plek staan.

  • Met wortelharen neemt de plant water en mineralen op. Wortelharen zitten op de opperhuid van de wortel.

  • Wortels slaan reservestoffen op, vooral zetmeel.

  • Een plant met veel wortelharen kan veel water opnemen.

Syllabus BI/K/6.3 en 6.4: wortels (bevestiging, opname van water en mineralen met wortelharen, opslag van vooral zetmeel). Mineralen heten ook voedingszouten. KB/GT: de opperhuid van wortels met wortelharen hoort bij de plantenweefsels. Veelgemaakte fout: denken dat de hele wortel water opneemt. De opname gebeurt vooral door de wortelharen.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Stengels

  • De stengel geeft de plant stevigheid en draagt de bladeren en bloemen.

  • In de stengel lopen buisjes, de vaten. Ze zitten bij elkaar in vaatbundels.

  • Houtvaten vervoeren water en mineralen van de wortels omhoog.

  • Bastvaten vervoeren water en energierijke stoffen, zoals suiker, door de plant.

  • Een stengel zonder vaten kan de bladeren niet van water voorzien.

Syllabus BI/K/6.3: stengels met transport via houtvaten en bastvaten en stevigheid. KB/GT: ook opslag in de stengel, en vaatbundels als plantenweefsel. De hout- en bastvaten zitten samen in de vaatbundels. Veelgemaakte fout: houtvaten en bastvaten verwisselen. Houtvaten: water en mineralen. Bastvaten: water en energierijke stoffen.

Waarmee neemt een plant water uit de grond op?

A

Met de huidmondjes

B

Met de bastvaten

C

Met de wortelharen

D

Met de kelkbladeren

Wortelharen nemen water en mineralen op. Verwachte fout: huidmondjes kiezen, die zitten in het blad.

Zet het water op volgorde, van grond naar blad

1

Wortelhaar

2

Houtvaten in de stengel

3

Wortel

4

Blad

Het water gaat van de wortelharen via de wortel en de houtvaten van de stengel naar het blad. Verwachte fout: de houtvaten voor de wortel zetten.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Bladeren

  • In het blad vindt fotosynthese plaats: de plant maakt energierijke stoffen met licht.

  • Bij gaswisseling nemen bladeren koolstofdioxide op en geven ze zuurstof af.

  • Een deel van het water verdampt uit het blad naar de lucht.

  • Gas en waterdamp gaan door kleine openingen: de huidmondjes.

  • Bladeren hebben ook weefsel voor fotosynthese en weefsel voor opslag.

Syllabus BI/K/6.3 en 6.4: bladeren met huidmondjes, fotosynthese, opname en afgifte van koolstofdioxide en zuurstof, verdamping van water. KB/GT: typen weefsel met fotosynthese en opslag. Overdag, als er fotosynthese is, neemt de plant koolstofdioxide op en geeft zuurstof af. Veelgemaakte fout: denken dat planten alleen zuurstof afgeven en nooit koolstofdioxide opnemen.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Huidmondjes en opperhuid

  • De buitenkant van het blad heet de opperhuid. Daarin zitten de huidmondjes.

  • Huidmondjes gaan open in het licht en dicht in het donker.

  • Open huidmondjes laten veel water verdampen. Gesloten huidmondjes beperken het waterverlies.

  • Op de opperhuid zit een waslaagje. Dat beschermt tegen uitdroging en beschadiging.

Syllabus BI/K/6.4 (KB/GT): opperhuid met huidmondjes en een waslaagje, openen van huidmondjes in het licht en sluiten in het donker, en de relatie met opname en afgifte van water. Voor BB blijft het bij huidmondjes en gaswisseling. Veelgemaakte fout: denken dat huidmondjes 's nachts open blijven omdat de plant dan ademt.

Vul in

Planten nemen via de huidmondjes koolstofdioxide op en geven zuurstof af.

huidmondjes
zuurstof
wortelharen
bastvaten
waterdamp

Bij fotosynthese gaat koolstofdioxide naar binnen en zuurstof naar buiten, via de huidmondjes. Verwachte fout: zuurstof en koolstofdioxide omdraaien.

Wat gebeurt er met water bij de huidmondjes?

A

Een deel verdampt naar de lucht

B

Het wordt uit de lucht opgenomen

C

Het gaat terug naar de wortels

D

Het blijft in het blad zitten

Water verdampt uit het blad via de huidmondjes. Verwachte fout: denken dat water via de huidmondjes wordt opgenomen.

Tulpen in bloei, Indira Gandhi Tulip Garden, Kasjmir

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

De bloem

  • Een bloem dient voor voortplanting.

  • De kelkbladeren zitten buiten en de kroonbladeren zijn vaak gekleurd.

  • Een meeldraad bestaat uit een helmdraad met een helmknop.

  • De stamper heeft een stempel, een stijl en onderaan het vruchtbeginsel met zaadbeginsels.

Syllabus BI/K/6.3: bloemen met kelkbladeren, kroonbladeren, meeldraden en stamper(s) met vruchtbeginsel. KB/GT: meeldraad met helmdraad en helmknop; stamper met stempel, stijl, vruchtbeginsel en zaadbeginsel(s). Bestuiving en zaadvorming komen in de les over voortplanting van zaadplanten. Veelgemaakte fout: de stamper en de meeldraden door elkaar halen. De meeldraden zitten om de stamper heen. Image credit: Pmedh / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Zaad en vrucht

  • Een vrucht bevat een of meer zaden. Zaden zorgen voor geslachtelijke voortplanting.

  • Een zaad heeft een zaadhuid, een kiempje en reservestoffen.

  • De zaadhuid beschermt het zaad. Het kiempje groeit later uit tot een nieuwe plant.

  • In een zaad zitten vooral eiwitten, vetten en zetmeel. Zaden komen verder door wind, dieren of wegschieten.

Syllabus BI/K/6.3 en 6.4: een zaad bestaat uit zaadhuid, kiempje en reservestoffen; vrucht met een of meer zaden. KB/GT: reservestoffen vooral eiwitten, vetten en zetmeel, en zaadverspreiding met wind, dieren of wegschieten. Hoe een zaad en een vrucht ontstaan, komt in de les over voortplanting van zaadplanten. Veelgemaakte fout: zaad en vrucht door elkaar halen. Een tomaat is de vrucht, de pitjes zijn de zaden.

Hele en doorgesneden uien

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Bol, knol en voedsel

  • Een bol, zoals een ui, heeft bladeren met reservestoffen: de rokken.

  • Een knol, zoals een aardappel, slaat ook reservestoffen op.

  • Uit een bol of knol kan een nieuwe plant groeien: ongeslachtelijke voortplanting.

  • Alle plantendelen kunnen voedsel zijn, zoals peen (wortel), sla (blad) en tomaat (vrucht).

Syllabus BI/K/6.3: bollen met rokken en knollen voor ongeslachtelijke voortplanting en opslag van reservestoffen; alle genoemde delen kunnen voedingsmiddelen voor de mens leveren. Ook een tulp groeit uit een bol. Veelgemaakte fout: denken dat een bol een wortel is. Een ui bestaat uit verdikte bladeren. Image credit: Donovan Govan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

In welk deel van de bloem zit het vruchtbeginsel?

A

In de meeldraad

B

In de stamper

C

In het kroonblad

D

In het kelkblad

Het vruchtbeginsel zit onderaan de stamper. Verwachte fout: de meeldraad kiezen.

Noem een groente die een bol is.

Bijvoorbeeld ui of knoflook. Verwachte fout: aardappel noemen. Dat is een knol.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Houtvaten en bastvaten

2

Huidmondjes en gaswisseling

3

De delen van de bloem

4

Bol, knol en reservestoffen

Bespreek het onderdeel met de meeste stemmen de volgende les nog eens met een tekening.

Waarom heeft een plant wortels? Leg uit.

Goed antwoord: bevestiging in de grond, opname van water en mineralen met wortelharen en opslag van reservestoffen (zetmeel). Verwachte fout: alleen noemen dat de plant ermee drinkt.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Begrippen (1/2)

  • houtvat: Buisje in de stengel dat water en mineralen omhoog vervoert.

  • bastvat: Buisje in de stengel dat water en energierijke stoffen vervoert.

  • huidmondje: Kleine opening in het blad voor gaswisseling en verdamping.

  • wortelhaar: Dun haartje op de wortel dat water en mineralen opneemt.

  • meeldraad: Deel van de bloem met een helmdraad en een helmknop.

This item has no instructions

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Begrippen (2/2)

  • stamper: Deel in het midden van de bloem met het vruchtbeginsel.

  • vruchtbeginsel: Onderste deel van de stamper.

  • kiempje: Deel van het zaad dat uitgroeit tot een nieuwe plant.

  • reservestof: Voorraad voor later, zoals zetmeel in een wortel, bol of knol.

  • bol en knol: Plantendelen met reservestoffen waaruit een nieuwe plant kan groeien.

This item has no instructions