NU Ned 1F 2F Deel B Schrijven H2 2.2 Bronnen gebruiken

Bronnen gebruiken
1 / 31
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Bronnen gebruiken

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 2
Langere teksten schrijven

Slide 2 - Slide

Paragraaf
2.2 Bronnen gebruiken

Slide 3 - Slide

Onderwerp
Gevonden informatie als bron gebruiken voor een tekst

Slide 4 - Slide

Leerdoelen
- Je gebruikt bronnen bij het schrijven van langere teksten
- Je noteert gebruikte bronnen in je bronvermelding, volgens de voorgeschreven regels van bronvermelding

Slide 5 - Slide

Bronnen
Als je langere teksten gaat schrijven, zoek je bij de voorbereiding informatie over je onderwerp. 
Die informatie kun je vinden in bronnen, zoals kranten, websites en boeken

Slide 6 - Slide

Bronnen
Ook radioprogramma's en tv-programma's of een interview met een deskundige kunnen bronnen zijn. 

Slide 7 - Slide

Bronnen
Pas op met informatie die via social media wordt gedeeld, wat die is niet altijd betrouwbaar. De informatie is vaak nog niet gecontroleerd of het is de mening van één persoon.

Slide 8 - Slide

meerdere bronnen raadplegen
Bekijk ook altijd meerdere bronnen. Dan krijg je een volledig beeld van het onderwerp. De betrouwbaarheid van internetbronnen kun je controleren via www.webdetective.nl/index.php/checklist

Slide 9 - Slide

Ga zo te werk
Heb je betrouwbare bronnen gevonden? 
Werk dan volgens deze volgende stappen

Slide 10 - Slide

Ga zo te werk
- Sla informatie op onder een duidelijke naam. Print of kopieer als je dat handiger vindt.
- Noteer direct de bron van je informatie
- Pak je schrijfplan erbij. Zoek bij elk deelonderwerp informatie in je bronnen. Markeer de belangrijkste informatie in de tekst

Slide 11 - Slide

Ga zo te werk
- Gebruik de gemarkeerde informatie voor je eigen tekst. Neem de informatie niet letterlijk over, maar herschrijf je informatie in je eigen woorden. 
- Wil je een kort stuk tekst of iets wat iemand heeft gezegd toch letterlijk overnemen? Gebruik dan een citaat. Je schrijft letterlijk over uit je bron en zet die zin/tekst tussen aanhalingstekens. Geef duidelijk aan uit welke bron je het citaal hebt overgenomen of wie het gezegf geeft.
- Benoem alle gebruikte bronnen in jouw bronvermelding. Dit is een lijst met jouw gebruikte bronnen. 

Slide 12 - Slide

Bronvermelding
Gebruik deze regels voor de bronvermelding in je tekst:
- Boek: achternaam schrijver, voorletter(s) (jaar uitgave). Titel. Plaats: naam uitgeverij.  DUS:
  • Busselmans, H. (2017) Handboek voor de zzp'er. Heemstede: Van Buuren Media nv.

Slide 13 - Slide

Bronvermelding
Gebruik deze regels voor de bronvermelding in je tekst:
- Artikel: achternaam schrijver, voorletter(s) (jaar of datum uitgave). Titel artikel. Titel tijdschrift of krant, nummer tijdschrift, paginanummer.

Slide 14 - Slide

Bronvermelding
Gebruik deze regels voor de bronvermelding in je tekst:
- Websites: achternaam schrijver, voorletter(s) (jaar uitgave). Titel tekst. Geraadpleegd op (datum) via (compleet internetadres).   DUS:
  • Checklist voor jezelf beginnen. Geraadpleegd op 24 september 2018 via http://daretoo.nl/entry/235/checklist-voor-jezelf-beginnen/categorieen 

Slide 15 - Slide

Wat is de bronvermelding?
A
Daarin staat het onderwerp
B
Daarin staat de naam van de schrijver
C
Daarin staat waar de tekst vandaan komt

Slide 16 - Quiz

Waarvoor dient de bronvermelding (voor een lezer)?
A
De bronvermelding geeft extra info
B
Kijken of je de tekst verder wil lezen
C
voor betrouwbaarheid en waar het vandaan komt
D
Aan te geven hoe oud de tekst is

Slide 17 - Quiz

Bij de bronvermelding
A
Vermeld ik eerst de schrijver, het hoofdstuk en de datum
B
vermeld ik mijn conclusie
C
gebruik ik de volgorde die ik het meest-minst heb gebruikt
D
Plak ik eerst de linkjes met websites

Slide 18 - Quiz

Wat hoef je van een boek niet te vermelden in de bronvermelding?
A
Jaar van uitgave
B
Titel
C
Uitgever
D
Aantal bladzijden

Slide 19 - Quiz

Gevonden informatie zonder bronvermelding is zeer betrouwbaar
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

Welke bronvermelding IN DE TEKST is juist?
A
Van der Poel en Zijlman (2016) adviseren om...
B
Van der Poel & Zijlman (2016) adviseren om...
C
(Van der Poel & Zijlman, 2016) adviseren om...

Slide 21 - Quiz

Wat staat voorop in een bronvermelding?
A
Naam van de uitgever.
B
Titel van het boek, tijdschrift of de URL.
C
Achternaam van de schrijver.

Slide 22 - Quiz

Een bronvermelding vind je
A
Aan het begin van een document.
B
Aan het eind van een document.

Slide 23 - Quiz

Bij citeren vermeld je altijd paginanummers in de bronvermelding tussen haken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quiz

Een correcte bronvermelding bevat altijd:
A
Auteur(s)
B
Publicatiedatum
C
Titel
D
Publicatieinfo zoals uitgever, jaargang, pagina's

Slide 25 - Quiz

Wat is een goed voorbeeld van een bronvermelding?
A
www.google.nl
B
Internet
C
www.kanker.nl
D
folder van de apotheek

Slide 26 - Quiz

Een bronvermelding is een lijst van
A
Alle boeken, tijdschriften en websites die je hebt gebruikt in je tekst.
B
Boeken die je zelf helemaal hebt uitgelezen.
C
Interessante boeken die je ook nog wil lezen over dit onderwerp.
D
Achternamen van auteurs.

Slide 27 - Quiz

Een citaat in een boek mét bronvermelding is plagiaat

(plagiaat = het overnemen van gegevens uit andermans werk zonder correcte bronvermelding en het op die manier presenteren als je eigen werk)
A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quiz

In een bronvermelding staat altijd
A
Schrijversnaam, titel en jaartal aangegeven
B
Schrijversnaam, voorletter en plaats van uitgave aangegeven.
C
Uitgeversnaam en jaartal aangegeven.

Slide 29 - Quiz

In de bronvermelding kun je lezen...
A
waar een tekst over gaat
B
wat voor soort tekst het is
C
waar een tekst vandaan komt

Slide 30 - Quiz

Leren voor het schrijven van langere teksten
- Je gebruikt bronnen bij het schrijven van langere teksten
- Je noteert gebruikte bronnen in je bronvermelding, volgens de voorgeschreven regels van bronvermelding

Slide 31 - Slide