paragraaf 4.4

4.4. De opkomst van het christendom.

Dit heb je nodig:

  1. Pen en markeerstift.

  2. Werkboek.

  3. Schrift.

  4. IPad.

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

4.4. De opkomst van het christendom.

Dit heb je nodig:

  1. Pen en markeerstift.

  2. Werkboek.

  3. Schrift.

  4. IPad.

Planning van de les


  1. De lesdoelen.

  2. Terugblik op de vorige les.

  3. Wat gaan we leren?

  4. Theoretische uitleg

  • Schrijf de onderstreepte tekst over in je schrift.

  • Ben je klaar met overschrijven van de tekst maak dan een begin met de opdrachten in het werkboek.

  1. Verwerking van de behandelde stof.

  2. Zelfstandig werken aan:

  • De werkboekopdrachten.

  • De leerdoelen.

  • Het markeren van de tekst.

Lesdoelen: 4.4. De opkomst van het christendom.


  1. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe de Joden verspreid raakten over het Romeinse rijk.

  2. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom ontstond.

  3. Aan het einde van de les kun je uitleggen het christendom werd verspreid.

  4. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom werd bestreden.

  5. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom de staatsgodsdienst werd.

  6. Aan het einde van de les kun je de opkomst van het Christendom in chronologische volgorde zetten.

Welke rechten hadden burgers in het Romeinse Rijk?

Hoe wordt het proces genoemd, waarin gebieden Romeins werden?

Wat gaan we leren?

Werkregels:

  • Tijdens het maken van de opdrachten en uitleg fluisteren.

  • Overleggen tijdens het maken van de opdrachten niet toegestaan.


Wat heb ik nodig?

  1. Pen of potlood.

  2. Schrift.

  3. IPad.

  1. Wat Monotheïsme is.

  2. Waarom de Joden zijn verbannen uit Judea.

  3. Waarom mensen Jezus volgden.

  4. Waar het Christendom in gelooft.

  5. Hoe het Christendom zich verspreidde.

  6. Waarom het Christendom een verboden godsdienst werd in het Romeinse Rijk.

  7. Hoe het Christendom de staatsgodsdienst werd in het Romeinse Rijk.

Joden in het Rijk

Door het imperialisme van de Romeinen veroverden zij Judea. Hier woont het Joodse volk.


De Joden zijn monotheïstisch en hebben een centrale tempel.


De Romeinen respecteerden het Joodse geloof en zij hoefden de Romeinse goden niet te vereren.

Leerdoel 1

Joden in het rijk

het beroven van een Joodse tempel leidt tot een opstand. Deze wordt neergeslagen na een belegering.


Later was er nog een opstand die ook wordt neergeslagen.


Na twee opstanden worden de Joden verbannen uit Judea.


Zij bouwde op andere plekken Synagogen waar zij bij elkaar kwamen.


Leerdoel 1

Het ontstaan van het Christendom

De Joden geloofden dat er een Messias kwam om hun te bevrijden.


Jezus wordt door zijn volgelingen gezien als de Messias.


Jezus wordt door zijn vijanden uitgeleverd aan de Romeinen, die hem strafte met de dood.


Leerdoel 2

Het ontstaan van het christendom

Eerst volgden alleen Joden Jezus; later ontstond het Christendom toen anderen zich aansloten.


Met Jezus Christus als zijn Messias (verlosser)


Het Christendom gelooft in één God en dat iedereen gelijk is voor god.

Leerdoel 2

Welk probleem ontstaat er als iedereen 'gelijk' is?

Een verboden godsdienst

Christenen probeerden iedereen te bekeren. Hiervoor reisden zij door het hele rijk.


Dit werd mogelijk gemaakt door de Pax Romana en wegen.







Leerdoel 3

Kijkvraag:

Hoe werd er met Christenen omgegaan in het Romeinse Rijk?

Een verboden godsdienst

De Romeinse elite voelde zich bedreigd door het christendom: 


  • Ze vreesden dat goden het rijk met rampen zouden straffen.

  • Daarnaast vreesden zij de boodschap dat iedereen gelijk was.

Daarom werd het christendom verboden.



Leerdoel 3

Een nieuwe staatsgodsdienst

Keizer Constantijn maakte een einde aan de vervolging van Christenen.


In 313 mochten christenen hun geloof openlijk belijden (godsdienstvrijheid).


In 392 werd het christendom de officiële staatsgodsdienst


Leerdoel 4

Een nieuwe staatsgodsdienst

De christenen bouwden overal kerken


Daarnaast kwamen er een kerkelijke leider (de paus) en bisschoppen die de kerkelijke provincies bestuurden.


Paus.

Bisschop

Bisschop

Bisschop

Leerdoel 4

Waarom leren wij over het Christendom?

Christendom in cijfers:

2,5 miljard Christenen over de gehele wereld.


32.2% van de wereldbevolking

Wat hebben wij geleerd?

  1. Wat Monotheïsme is.

  2. Waarom de Joden zijn verbannen uit Judea.

  3. Waarom mensen Jezus volgden.

  4. Waar het Christendom in gelooft.

  5. Hoe het Christendom zich verspreidde.

  6. Waarom het Christendom een verboden godsdienst werd in het Romeinse Rijk.

  7. Hoe het Christendom de staatsgodsdienst werd in het Romeinse Rijk.

Opdracht: zet de gebeurtenissen in de correcte volgorde.


  1. Het Christendom wordt de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk.

  2. De Romeinen veroveren Judea waar de Joden wonen.

  3. Jezus wordt uitgeleverd en vermoord door de Romeinen.

  4. De Joden worden na twee opstanden verbannen uit Judea.

  5. Het Christendom begint zich te verspreiden door het Romeinse Rijk.

  6. De Romeinen beroven een Joodse Tempel en dit leidt tot een opstand.

  7. Keizer Constantijn maakt een einde aan de vervolging van de Christenen.

  8. Jezus wordt gezien als Messias die de Romeinen zou verdrijven.

  9. Het Christendom wordt verboden in het Romeinse Rijk.

Correcte volgorde

2-6-4-8-3-5-9-7-1


Zelfstandig werken

  1. Maak opdrachten: 1, 3, 4, 5 en 9.

  2. Beantwoord leerdoelen 1, 2, 3 en 4.

  3. Markeer de belangrijke tekst!

Hoe beantwoord ik de opdrachten?

  1. Lees eerst het stuk tekst waar de opdrachten over gaan goed door.

  2. Lees de opdracht goed door en geef antwoord op de manier die gevraagd wordt.

  3. Geef een heel antwoord en niet 1 woord, want deze is nooit goed.

  • Bij deze bron hoort het begrip .... , want ........ .

Hoe beantwoord ik de leerdoelen?


  1. Lees eerst het stuk tekst waar het leerdoel over gaat goed door.

  2. Lees het leerdoel goed door en geef antwoord op de manier die gevraagd wordt.

  3. Doe het volgens het schema wat hiernaast staat.




Leerdoel

begrip

gebeurtenis

voorbeeld


Lesdoelen: 4.4. De opkomst van het christendom.


  1. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe de Joden verspreid raakten over het Romeinse rijk.

  2. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom ontstond.

  3. Aan het einde van de les kun je uitleggen het christendom werd verspreid.

  4. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom werd bestreden.

  5. Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom de staatsgodsdienst werd.

  6. Aan het einde van de les kun je de opkomst van het Christendom in chronologische volgorde zetten.