1.2 Kenmerk van een product

1.2 Kenmerk van een product
1 / 21
next
Slide 1: Slide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

1.2 Kenmerk van een product

Slide 1 - Slide

Hoe vaak koop je dit?
Hoe lang denk je na over de koop?
Hoe duur is het product voor jou?

Slide 2 - Slide

Hoe vaak koop je dit?
Hoe lang denk je na over de koop?
Hoe duur is het product voor jou?

Slide 3 - Slide

Hoe vaak koop je dit?
Hoe lang denk je na over de koop?
Hoe duur is het product voor jou?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Convenience goods
Stapple goods: melk, brood, tandpasta 

Impuls goods: snoep, kauwgum


Emergency goods: paracetamol paraplu

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Een elektronicawinkel heeft een afdeling met laptops, vaste computers en tablets.

Welk soort producten zijn laptops, vaste computers en tablets?
A
Complementair
B
Follow-up
C
Substitutie

Slide 8 - Quiz

Wat is een kenmerk van convenience goods?
A
Ze worden vaak gekocht zonder veel nadenken en zijn gemakkelijk verkrijgbaar.
B
Het zijn producten waar je veel tijd en moeite voor neemt om de beste keuze te maken.
C
Het zijn producten die consumenten nog niet kennen en waar weinig vraag naar is.
D
Het zijn producten die vaak als aanvulling op een eerdere aankoop nodig zijn.

Slide 9 - Quiz

Welke van de volgende combinaties bevat alleen voorbeelden van substitutieartikelen?
A
Printer en cartridges, koffie en koffiemelk, sokken en schoenen
B
Elstar-appels en Braeburn-appels, braadpan en wok, rijst en aardappelen
C
Snoep bij de kassa, toiletpapier, wasmiddel
D
Paraplu bij plotselinge regen, uitvaartverzekering, testament

Slide 10 - Quiz

Wat is het belangrijkste verschil tussen shopping goods en unsought goods?
A
Shopping goods worden vaak spontaan gekocht, terwijl unsought goods meestal gepland worden aangeschaft.
B
Shopping goods zijn producten waarvoor consumenten bereid zijn moeite te doen, terwijl unsought goods vaak uitgesteld of vermeden worden.
C
Shopping goods zijn noodzakelijke producten voor dagelijks gebruik, terwijl unsought goods impulsaankopen zijn.
D
Shopping goods zijn altijd goedkoper dan unsought goods.

Slide 11 - Quiz

Wat is het belangrijkste verschil tussen complementaire artikelen en follow-up artikelen?
A
Complementaire artikelen vullen elkaar aan, terwijl follow-up artikelen nodig zijn om een eerder gekocht product te laten functioneren.
B
Complementaire artikelen worden vaak ongepland gekocht, terwijl follow-up artikelen altijd impulsartikelen zijn.
C
Complementaire artikelen kunnen elkaar vervangen, terwijl follow-up artikelen juist bedoeld zijn als alternatief.
D
Complementaire artikelen zijn altijd duurder dan follow-up artikelen.

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Routine product
papier
schoonmaakmiddelen
Kenmerk:
Lage waarde, weinig risico

Slide 14 - Slide

Hefboom product
Belangrijk product met veel invloed op kosten.
verpakkingsmateriaal
brandstof
Kenmerk:
Bedrijf let sterk op prijs.

Slide 15 - Slide

Knelpunt product
Knelpuntproduct
Een product of onderdeel dat lastig verkrijgbaar is, maar financieel niet heel duur is.
opladers voor een telefoonwinkel

Slide 16 - Slide

Strategische product
Heel belangrijk product voor het bedrijf.
motor van een vliegtuig
microchips voor Apple
Kenmerk:
Hoge waarde + groot risico

Slide 17 - Slide

(Knelpunt)

Slide 18 - Slide

Je werkt als inkoopmanager bij een autobedrijf en je moet een langetermijncontract afsluiten voor de levering van een speciaal type lithium-ion batterij. Dit product wordt slechts door één leverancier geproduceerd en is essentieel voor de productie van elektrische auto’s. Onder welke categorie valt dit product?
A
Knelpunt product
B
Routine product
C
Hefboom product
D
Strategisch product

Slide 19 - Quiz

Een fabrikant van verpakte voedingsmiddelen koopt kartonnen verpakkingen in bij meerdere leveranciers. De verpakkingen hebben een grote invloed op de kostprijs van het eindproduct, maar zijn eenvoudig bij andere leveranciers te verkrijgen. Onder welke productcategorie vallen deze verpakkingen?
A
Knelpunt product
B
Routine product
C
Hefboom product
D
Strategische product

Slide 20 - Quiz

Welke onderhandelingsstrategie past het beste bij hefboomproducten?
A
Langdurige samenwerking met één leverancier om leveringsrisico’s te beperken
B
Actief onderhandelen over prijs en kwaliteit, en gebruikmaken van concurrentie tussen leveranciers
C
Grote voorraden aanhouden om leveringsrisico’s te minimaliseren
D
Samenwerken met de leverancier aan productontwikkeling

Slide 21 - Quiz