p2w1 plattegrond en schaal

Pak methode, papier, rekenmachine
Telefoon in je tas
1. Rondje: vragen over omtrek, oppervlakte, inhoud?
2. Instructie: plattegrond
N3  = 2.4 en 2.5 en  n4 = 2.5 en 2.6
3. Verlengde instructie of zelfstandig

Kleine pauze

4.  Instructie schaal
5.  Verlengde instructie of zelfstandig
6. Afsluitende opdracht









1 / 18
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Pak methode, papier, rekenmachine
Telefoon in je tas
1. Rondje: vragen over omtrek, oppervlakte, inhoud?
2. Instructie: plattegrond
N3  = 2.4 en 2.5 en  n4 = 2.5 en 2.6
3. Verlengde instructie of zelfstandig

Kleine pauze

4.  Instructie schaal
5.  Verlengde instructie of zelfstandig
6. Afsluitende opdracht









Slide 1 - Slide

Rondje: 
- laten zien huiswerk gemaakt/niet gemaakt. Wie in boek?
Lesdoelen plattegrond en schaal 
Leerdoelen:
  • je leert/herhaalt plattegronden lezen
  • je weet wat een kompasroos is 
  • je kan rekenen met schaal en een schaallijn op een kaart


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke begrippen
- Plattegrond: bovenaanzicht op  schaal
- Kompasroos
- Vakken
- Coördinaten
- Legenda


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Plattegronden lezen
Op een plattegrond staat vaak een kompasroos.

Daarnaast zijn plattegronden verdeeld in vakken of coördinaten.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Vakken en coördinaten
Vakken en coördinaten worden gebruikt om een plaats nauwkeuriger aan te geven.
Vb: Vak A1, A2, A3, B1, B2, B3, C1, C2, C3.


In welk vak ligt Den Helder?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Kaarten lezen
Om afbeeldingen en kleuren op kaarten te kunnen lezen, worden er legenda's gebruikt. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Verlengde instructie/zelfstandig
Niveau 3: paragraaf 2.4, opdracht 1 t/m 6
Niveau 4: paragraaf 2.5, opdracht 1 t/m 6

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Schaal en schaallijn
Waarom worden er op plattegronden gebruik gemaakt van schaal en schaallijnen?

Wat betekent schaal 1 : 50 ?

Waar moet je op letten wanneer je rekent met schaal?


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Schaallijn

Bij het rekenen met schaal moet je altijd met dezelfde eenheden rekenen.

1 : 100 betekent: 
1 cm op de tekening is 100 cm in werkelijkheid MAAR OOK
 1 mm is 100 mm in werkelijkheid

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

10.2 Schaal en schaallijn
.
Dit kaartje is getekend op schaal 1 : 12 000. 
De afstand tussen A en B op het kaartje is 6 cm.
Wat is de afstand tussen A en B in werkelijkheid? Hoe reken je?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet dat
zwart/witte ding?
A
een lijn
B
een schaal
C
een lineaal
D
een schaallijn

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welke schaal hoort er bij deze schaallijn?
De schaallijn staat in cm.
A
1:200
B
1:1200
C
1:20000
D
200:1200

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

De schaallijn is 2 cm lang.
Op welke schaal is de
kaart getekend?
A
1 : 75
B
1 : 150
C
1 : 750 000
D
1 : 1 500 000

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Afsluitende opdrachten

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

De schaallijn is op de
kaart 2 cm. Op welke
schaal is de kaart
getekend?
A
1 : 150
B
1 : 15000000
C
1 : 300
D
1 : 30000000

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Welke schaal hoort bij deze schaallijn?
Het lijntje is 5 cm.

A
1 : 1000
B
1 : 10.000
C
1 : 100.000
D
1 : 1.000.000

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions