Colorimetrie
Colorimetrie
Inleiding
Elektromagnetische straling
Een oscillerende elektrische en magnetische verstoring die door de ruimte gaat met de snelheid van het licht (c) 3.108 ms-1
Een stroom fotonen met stralingsenergie
Gedefinieerd door frequentie of golflengte
Heeft effect op:
toestand van elektronen,
vibraties en rotaties in moleculen
Energie
h = constante van Planck
f = frequentie (nu)
λ = golflengte
Fotonen hebben stralingsenergie hv of 2hv of 3hv (alg. nhv)
E=h*f (j)
Golflengte - frequentie
Zichtbaar licht
Twee soorten spectroscopie
Emissie:
molecuul zendt straling uit
Absorptie:
invallende straling heeft opeenvolgende frequenties
Aangeslagen toestand
toestand met een hoger energieniveau dan de grondtoestand.
bij atomen en moleculen.
excitatie:
door straling een elektron
naar een hogere schil.
geen vrije elektron,
het ´deeltje´ blijft neutraal.
Intensiteit (1)
Transmissie:
Intensiteit (2)
Intensiteit van absorptie afhankelijk van:
aantal “interacterende” moleculen in lichtweg
waarschijnlijkheid van interactie (afh. v golflengte en stofeigenschappen)
I0= intensiteit invallende straling
I = intensiteit doorgelaten straling
Ɛ = molaire absorptie coëfficiënt
[A] = concentratie absorberende stof
l = lengte van de cuvet
Lijnbreedte (1)
Spectraallijnen hebben altijd een zekere breedte, ook in de gasfase.
Oorzaken zijn:
de opvallende lichtbundel is niet ¥ scherp (logisch)
Doppler verschuiving (wordt verklaard)
‘lifetime broadening’ (wordt verklaard)
Lijnbreedte (2)
Doppler verschuiving:
ν’= waargenomen frequentie
s = snelheid
c = lichtsnelheid
…als de bron van de straling met een snelheid s bij de ontvanger vandaan beweegt.
roodverschuiving
Lijnbreedte (3)
Doppler verschuiving geeft
Gaussisch verbrede lijn.
Reden is dat moleculen hoge snelheden in alle richtingen in een gas bereiken en daardoor een
zgn. Maxwell-Boltzmann-verdeling krijgen.
Afkoelen helpt bij gassen om de verbreding te verminderen
breedte op halve hoogte:
δλ is de breedte op halve hoogte
M = de molecuulmassa
Klassieke scheidingsmethoden
Je moet ze allemaal kunnen benoemen en weten waarom de scheiding plaatsvind en kunnene beargumenteren waarom de ene beter is dan de andere.
Bij destillatie heb je te maken met een azeotropisch mengsel: