§3.4 Bronnen: Weer en klimaat, overal anders

§3.4 Bronnen: Het klimaat is overal anders
1 / 16
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

§3.4 Bronnen: Het klimaat is overal anders

Slide 1 - Slide

De afgelopen weken hebben we het gehad over de landschappen die in Afrika voorkomen. Vandaag gaan we het hebben over de klimaatgebieden op de wereld. De aarde bestaat uit verschillende klimaatgebieden die er allemaal verschillend uitzien. In het hoge noorden bedekken ijskappen grote delen van het vasteland. Groenland is voor een groot deel bedekt met ijs. Deze ijskappen kunnen kilometers dik zijn. Zuid-Amerika is de plaats met het grootste tropische regenwoud ter wereld. De Amazone is een bijzondere plaats met enorm veel soorten planten en dieren. Vandaag komen we erachter welke bijzondere klimaatgebieden we op de aarde kunnen vinden. link: https://www.google.nl/maps/@52.0827063,4.2561924,14z?hl=nl.

planning van de les

  • terugblik
  • uitleg met filmpje
  • quizvragen over uitleg
  • korte uitleg
  • aan de slag
  • afsluiting/vooruitblik

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik paragraaf 3.3
  • Welk gebied in Afrika is het meest geschikt voor de landbouw en welke niet?

  • Wat zijn oases?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

De komende 10 minuten gaan de leerlingen zelfstandig met de vragen aan de slag. Om de vragen te kunnen beantwoorden moeten de leerlingen het filmpje bekijken. Het is de bedoeling dat de leerlingen het filmpje eerst een keer helemaal bekijken voordat ze de vragen beantwoorden.
Wat is het weer precies?
A
De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaald moment.
B
De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaalde dag.
C
De temperatuur, de neerslag en de wind in een bepaalde maand.
D
De temperatuur, de neerslag en de wind in een bepaald jaar.

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het klimaat precies?
A
Het gemiddelde weer over een lange periode.
B
Het gemiddelde weer over een periode van 30 tot 40 jaar.
C
Het gemiddelde weer over een korte periode.
D
Het gemiddelde weer over een periode van 40 tot 50 jaar.

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is het rond de evenaar veel warmer?
A
De zonnestralen vallen schuin op het aardoppervlak het is hierdoor veel warmer.
B
De zonnestralen vallen recht op het aardoppervlak het is hierdoor veel warmer.

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Welke klimaatzone ligt het dichts bij de evenaar?
A
De gematigde zone.
B
De droge zone.
C
De tropische zone.
D
De koude zone.

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

In welke zone kun je de Sahara en de steppen van Afrika vinden?
A
de tropische zone.
B
De gematigde zone.
C
De koude zone.
D
De droge zone.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

In welke klimaatzone ligt Nederland?
A
de droge zone.
B
De gematigde zone.
C
De tropische zone.
D
De koude zone.

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Welke klimaatzone kun je op de noordpool, de zuidpool en hoog in de bergen vinden?
A
De koude zone.
B
De gematigde zone.
C
De tropische zone.
D
De droge zone.

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Weer of klimaat?

Het weer = De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaald moment.

het klimaat = het gemiddelde weer over een periode van dertig tot veertig jaar.


Slide 12 - Slide

Wat is het verschil tussen het weer en het klimaat? Dit is een moeilijke vraag, omdat beide begrippen zoveel met elkaar te maken hebben. Het weer is de temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaald moment. Het weerbericht is een voorbeeld van een momentopname. In het weerbericht kun je zien wat voor weer het op dat moment in Nederland is. Het klimaat is het gemiddelde weer over een periode van dertig tot veertig jaar. Nederland ligt in de gematigde zone. Het weer zal over een langere periode hetzelfde zijn. In de winter kan het bijvoorbeeld vriezen en in de zomer is het heel erg warm.
Klimaatgrafieken
Uit een klimaatgrafiek kun je de gemiddelde temperatuur en de neerslag aflezen.
 
  • De letters onderaan de grafiek geven de maanden van het jaar aan.

  • Aan de linkerkant staat de neerslag in millimeter vermeld. De blauwe staafjes laten zien hoeveel neerslag er valt.

  • Aan de rechterkant staat de temperatuur in graden Celsius vermeld. De rode lijn geeft weer hoe hoog de temperatuur is.



Slide 13 - Slide

Een klimaatgrafiek wordt vaak gebruikt om de gemiddelde temperatuur en neerslag uit af te lezen. Een klimaatgrafiek geeft het weer van het gehele jaar aan. Aan de onderkant van de grafiek zie je een aantal letters staan. Deze letters geven de maanden van het jaar aan.  aan de linkerkant van de grafiek wordt de neerslag in millimeter vermeld. De blauwe staafjes laten zien hoeveel neerslag er valt. aan de rechterkant staat de temperatuur in graden Celsius vermeld. De rode lijn geeft weer hoe hoog de temperatuur is. Je kunt een klimaatgrafiek aflezen als je de kenmerken van de klimaatgebieden weet.
Klimaatgebieden
Drie klimaatgebieden zijn ingedeeld op basis van temperatuur:
het tropische klimaat, het gematigde klimaat en het koude klimaat.

Bij het droge klimaat gaat het niet om de temperatuur, maar om de neerslag. Er valt hier weinig of geen neerslag gedurende het hele jaar.


Slide 14 - Slide

Drie klimaten op de wereld zijn ingedeeld op basis van temperatuur: het koude klimaat, het gematigde klimaat en het tropische klimaat. Bij het droge klimaat gaat het niet om de temperatuur, maar om de neerslag. Er valt bijna of geen neerslag gedurende het hele jaar in dit gebied. Je kunt denken aan woestijngebieden en steppegebieden. Ieder klimaat kun je herkennen aan een aantal vaste kenmerken. In bron 2 staat dit heel duidelijk vermeld. je kunt klimaatgebieden herkennen aan de temperatuur en de hoeveelheid neerslag.
Aan de slag!
Maak je weektaak

Als je klaar bent, ga je bezig met een ander vak

Slide 15 - Slide

De komende 15 minuten gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag met de opdrachten. De leerlingen krijgen een aantal vragen die te maken hebben met de besproken stof.
Afsluiting
  • Volgende week --> oefen les voor het proefwerk. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions