Nieuwsbegrip Aart Staartjes

Aart Staartjes
1 / 13
next
Slide 1: Mind map
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 5

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Aart Staartjes

Slide 1 - Mind map

Lezen
timer
10:00

Slide 2 - Slide

1. Waarom werd Aart Staartjes naar het ziekenhuis gebracht?

Slide 3 - Open question

2. Waarom ging Aart Staartjes pas naar school toen hij acht jaar was?

Slide 4 - Open question

3. Waarom stapte Aart van toneel over naar televisie en film?

Slide 5 - Open question

4. Waarom is het zo bijzonder dat Meneer Aart populair was?

Slide 6 - Open question

5. Waarom waren veel ouders niet blij met de kinderprogramma's van Aart Staartjes?

Slide 7 - Open question

6. Waarvan kun je Aart Staartjes kennen? Noem 3 dingen:

Slide 8 - Open question

In regel 1 staat: 'Acteur Aart Staartjes is overleden'. Wat is een acteur?
A
iemand die als beroep iemand anders speelt, in een toneelstuk of film
B
iemand die als beroep verhalen schrijft, voor kinderen of mensen
C
iemand die als beroep televisieprogramma's bedenkt en maakt.

Slide 9 - Quiz

In regel 3-4 staat: 'Hij overleed aan de gevolgen van een verkeersongeluk'. Wat betekent het gevolg?
A
de oplossing voor een vervelend probleem?
B
iets wat je moet doen, maar wat je niet zo leuk vindt
C
iets wat vanzelf gebeurt, doordat er iets anders is gebeurd.

Slide 10 - Quiz

In regel 6 staat: Aart staartjes is na een ernstig verkeersongeluk overleden. Wat betekent ernstig?
A
heel erg
B
klein
C
onhandig

Slide 11 - Quiz

In regel 20-21 staat: Hij droeg altijd een bruin kostuum met een medaille erop. Wat is een kostuum?
A
een pak met een broek en een jasje van dezelfde stof
B
een pak waarbij de broek en de trui aan elkaar vastzitten.
C
een soort sjaal die je op allerlei manieren om je nek kunt knopen.

Slide 12 - Quiz

In regel 31-32 staat: Het waren steeds bijzondere programma's. Ze waren niet zo braaf en dat was nieuw in die tijd. Wat betekent braaf?
A
gehoorzaam en netjes
B
grappig en leuk
C
met veel lawaai

Slide 13 - Quiz

More lessons like this