Paragraaf 1.1 Welke keuzes maak je?

Welkom en programma
Ga zitten en leg je boek, schrift, pen en rekenmachine op tafel
- Wat leer je vandaag!
- Uitleg paragraaf 1.1
- Samen theorie lezen en werken aan de lesopdrachten uit paragraaf 1.1



timer
5:00
1 / 13
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom en programma
Ga zitten en leg je boek, schrift, pen en rekenmachine op tafel
- Wat leer je vandaag!
- Uitleg paragraaf 1.1
- Samen theorie lezen en werken aan de lesopdrachten uit paragraaf 1.1



timer
5:00

Slide 1 - Slide

Je leert in deze paragraaf;
- wat behoeften en middelen met elkaar te maken hebben
- waarom het nodig is om prioriteiten te stellen
- wat het betekent dat de meeste goederen schaars zijn
- op welke manieren je in je behoeften kunt voorzien

Slide 2 - Slide

Basisbehoeften          vs.         overige behoeften

Slide 3 - Slide

Kun jij kopen wat je wilt?
Niet iedereen heeft dezelfde behoeften. Verschillen in behoeften komen o.a. door: 
  • budget 
  • leeftijd
  • geslacht
  • reclame 
  • omgeving zoals vrienden en familieleden.

Slide 4 - Slide

Kun jij kopen wat je wilt?
Welvaart is de mate waarin je in je behoeften kunt voorzien. 

Je welvaart kan groter worden door:
  • meer inkomen
  • prioriteiten stellen: bepalen welke behoeften voor jou het belangrijkst zijn
  • zelfvoorziening: voorzien in je behoeften door iets voor eigen gebruik zelf te maken.

Slide 5 - Slide

Prioriteiten stellen
Er is sprake van schaarste.
  • Te weinig tijd
  • Te weinig middelen (geld)

Daarom moet je keuzes maken = prioriteiten stellen


Slide 6 - Slide

Middelen
Tijd: wedstrijd bekijken duurt minimaal 90 minuten. 

Geld: Je moet een kaartje kopen voor de wedstrijd.

Slide 7 - Slide

Middelen
Tijd: uiteten gaan kost tijd.

Geld: Je moet geld betalen voor het eten en drinken.

Slide 8 - Slide

Middelen
Tijd: Hardlopen kost tijd

Geld: Gratis, je maakt gebruik van vrije goederen en collectieve voorzieningen.

Slide 9 - Slide

Middelen
Tijd: Voetballen kost tijd. Trainen en wedstrijd

Geld: Je betaald contributie.

Slide 10 - Slide

Hoe vervul je je behoeften?

1. Consumeren = kopen van goederen en diensten
2. Zelfvoorziening =  zelf maken wat je nodig hebt
3. Natuurlijke hulpbronnen =  frisse lucht, zon, regenwater
4. Collectieve voorzieningen =  overheid voorziet in behoeften. Denk aan een park of speeltuintje.

Slide 11 - Slide

Lesopdrachten
Lezen en werken aan paragraaf 1.1 Welke keuzes maak je?

Slide 12 - Slide

Je leert in deze paragraaf;
- wat behoeften en middelen met elkaar te maken hebben
- waarom het nodig is om prioriteiten te stellen
- wat het betekent dat de meeste goederen schaars zijn
- op welke manieren je in je behoeften kunt voorzien

Slide 13 - Slide