Vakflex1

STOP!..GRAMMARTIME
Possessives
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

STOP!..GRAMMARTIME
Possessives

Slide 1 - Slide

Today

  • Personal Pronouns (Persoonlijk voornaamwoorden)
  • Possessive Pronouns  (Bezittelijk voornaamwoorden)

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Persoonlijke voornaamwoorden - onderwerpsvorm

Slide 4 - Slide

Persoonlijk voornaamwoorden in het Engels:
Ik
Jij
Hij
Het
Jullie
Zij (mv)
Zij
Wij
He
We
You
They
You (ev)
It
She

Slide 5 - Drag question

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
John
A
he
B
we
C
you
D
she

Slide 6 - Quiz

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
cat
A
they
B
it
C
you
D
I

Slide 7 - Quiz

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
my brothers and I
A
I
B
they
C
we
D
you

Slide 8 - Quiz

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
The girls
A
you
B
we
C
I
D
they

Slide 9 - Quiz

Bezittelijk voornaamwoorden

Slide 10 - Slide

Bezittelijke voornaamwoorden

Slide 11 - Slide

Bezittelijke voornaamwoorden
personal pronoun
possessive determiner
possessive pronoun
I
It's my puppy.
It's mine.
you
It's your puppy
It's yours.
he
It's his puppy.
It's his.
she
It's her puppy.
It's hers.
it
It's its chew toy.
It's its.
we
It's our puppy.
It's ours.
you
It's your puppy.
It's yours.
they
It's their puppy.
It's theirs.

Slide 12 - Slide

Voorbeelden
Dat is mijn tas.                     Haar verhalen zijn saai.  That is my bag.                    Her stories are boring.

Die auto is van ons.              Is dat van jou of mij?
That car is ours.                    Is that yours or mine?

Slide 13 - Slide

This is ..... bottle.
This bottle is .....
Mine
Its
His
Theirs
Our
Hers
Yours

Slide 14 - Drag question

Welke vorm hoort bij deze zin:
This phone is .....
A
her
B
mine
C
she
D
my

Slide 15 - Quiz

Wat is de juiste vertaling van deze zin:
Dit is mijn gitaar.
A
This is my guitar.
B
That guitar is mine.
C
This guiter is my.
D
Those guitars are ours.

Slide 16 - Quiz

Welke vorm hoort bij deze zin:
My pencil is broken. Can I borrow ......?
A
your
B
you
C
yours
D
mine

Slide 17 - Quiz

Welke vorm hoort bij deze zin:
- Is this your pen?
-No, it is _____.
A
she
B
hers
C
her

Slide 18 - Quiz

Welke vorm hoort bij deze zin:
The men parked ____ cars in front of the building.
A
they
B
their
C
theirs
D
its

Slide 19 - Quiz

Welke vorm hoort bij deze zin:
- Is this your pen?
-No, it is _____ pen.
A
she
B
hers
C
her

Slide 20 - Quiz

any questions?

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Link