Klas 2 chapitre 1 paragraaf D (PC)

Passé composé
1 / 23
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Passé composé

Slide 1 - Slide

Aujourd'hui
(vandaag)
Hier
(gister)
Demain
(morgen)
Présent
passé composé
Futur

Slide 2 - Drag question

Passé Composé

Slide 3 - Slide

Passé Composé

Slide 4 - Slide

Hoe vorm ik de passé composé?
Hulpwerkwoord avoir + voltooid deelwoord

j'ai parlé chinois
ik heb chinees gesproken


Slide 5 - Slide

Passé composé
(ik heb gesproken)
Jullie leren in hoofdstuk 1 alleen de Passé Composé met hulpwerkwoord avoir. 
Onderwerp
Vorm van avoir
Voltooid deelwoord
Ik                                            heb                          gegeten
J'                                            ai                               mangé

Slide 6 - Slide

Hoe vorm ik het voltooid deelwoord?
1. -er bij infinitief eruithalen
2. é   in de plaats
jouer      =>  joué
parler    =>  parlé
donner  => donné

kan je andere v.d.w.  maken?


Slide 7 - Slide

Passé composé
(ik heb gesproken)
Hulpwerkwoord AVOIR
j'ai 
tu as
il, elle, on a
nous avons
vous avez
ils, elles ont
VOLTOOID 
DEELWOORD
Werkwoorden op -er:
(stam+




onregelmatig
eu (gehad)
été (geweest)
fait (gedaan)
pris (genomen)

Slide 8 - Slide

Passé Composé

Slide 9 - Slide

Passé-composé

Slide 10 - Slide

j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'avoir' met het onderwerp
Hoe ging het werkwoord AVOIR ook weer?
ai
as
a
avons
avez
ont

Slide 11 - Drag question

Voltooid deelwoord van 'faire'
Voltooid deelwoord van 'avoir'
Voltooid deelwoord van 'être' 
fait
(on a fait - men heeft gedaan)
été
(tu as été - jij bent geweest)
eu
Il a eu - hij heeft gehad)

Slide 12 - Drag question

Maak een zin met een passé composé.
mon
père
a
en
train
voyagé

Slide 13 - Drag question

Maak een zin met een passé composé.
mon
père
a
une
chanson
chanté

Slide 14 - Drag question

Maak een zin met een passé composé
ma
a
un
film
mère
regardé

Slide 15 - Drag question

Maak een zin met een passé composé. Je hebt niet alle woorden nodig.
mon
soeur
a
écouté
un
gâteau
copain
préparé
douze

Slide 16 - Drag question

Sleep de vervoegingen naar het juiste vakje
Passé composé
Geen passé composé
Je fais
Il parle
Il a parlé
Nous avons regardé
J'ai fait
Nous regardons

Slide 17 - Drag question

Présent / passé composé (être/avoir)
Ik ben geweest
Jij bent
Hij is
Zij heeft
Men heeft gehad
Wij hebben gehad
Jullie hebben 
Zij zijngeweest
Tu es
Elle a
il est
J'ai été
Elles ont été
Vous avez
On a eu
Nous avons eu

Slide 18 - Drag question

Passé composé
-er
j'ai
prendre
tu as
être
il a
avoir
on a
faire
nous avons
travaillé
été
eu
pris
fait

Slide 19 - Drag question

Passé composé
Manger
j'ai
Parler
tu as
Danser
il a
Jouer
on a
Aimer
nous avons
mangé
parlé
Dansé
joué
aimé

Slide 20 - Drag question

Onregelmatige voltooid deelwoorden
faire  (doen/maken): fait        j'ai fait = ik heb gedaan
être  (zijn)                     : été        j'ai été = ik ben geweest *
avoir                                : eu         j'ai eu  = ik heb gehad



* let op : in het Frans zeg je:  ik heb geweest 

Slide 21 - Slide

Leerdoelen:
- ik weet hoe de passé composé is opgebouwd.
- Ik ken de vormen van avoir uit mijn hoofd + betekenis in NL
- Ik ken de regelmatige en onregelmatige vormen in de passé composé + betekenis in NL
- Ik herken wanneer ik de passé composé moet gebruiken.
- Ik kan zinnen van tijd veranderen: van P -> PC en terug.
- Ik herken werkwoorden of ze regelmatig of onregelmatig zijn.
- Topleerdoel: ik kan aan iemand anders de PC uitleggen

Slide 22 - Slide

Objectifs
Qu'est-ce que tu as appris aujourd'hui?
Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 23 - Slide