H6 6.1 + 6.2

H6 Globalisering 
1 / 24
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H6 Globalisering 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Deze les
1. Herhaling vorige les/ toets bespreken
2. Par 6.1 
3. Par 6.2
4. Werken in het boek

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leg in eigen woorden uit wat een rechtstaat is:

Slide 3 - Open question

Een land waar de rechten en plichten van de burgers en van de overheid zijn vastgelegd én worden nageleefd.
Een voorbeeld van een autoritaire staat is een:
A
democratische rechtstaat
B
een rechtstaat
C
een absolute monarchie
D
een land zonder koningshuis

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

In Nederland hebben wij de scheiding der machten (trias politica). Leg uit waarom:

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Iedere handeling van de overheid moet gebaseerd zijn op een wet.
A
wetgevende macht
B
rechterlijke macht
C
uitvoerende macht
D
legaliteitsbeginsel

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Par 6.1 Globalisering 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Waar denk je aan
bij globalisering?

Slide 8 - Mind map

Begrip boek: mensen uit verschillende delen van de wereld wisselen steeds meer producten, kennis en cultuur uit.

Bijvoorbeeld: via een webshop spullen bestellen uit China.

'De wereld is kleiner geworden.' 
Voordelen 
- contact over de hele wereld 
- makkelijk en goedkoper vliegen
- goedkope spullen/ prullen

Slide 9 - Slide

1. internet 
2. op en neer naar Azië of Amerika 
3. Temu en Alia expres 
Noem drie nadelen van globalisering:

Slide 10 - Open question

- veel slecht nieuws en te veel informatie
- producten worden gemaakt in ‘lagelonenlanden’
- afhankelijkheid van andere landen

Wereldburger
Je bent nieuwsgierig naar andere landen en voelt je betrokken bij de mensen daar.

Slide 11 - Slide

Door globalisering zijn landen vaker afhankelijk van elkaar. Daarom moeten ze meer samenwerken bij het oplossen van problemen.

Voordeel: problemen worden beter aangepakt. 
Nadeel: je kunt niet meer zelf bepalen wat je doet.

Slide 12 - Video

This item has no instructions

6.2 Migratie

Slide 13 - Slide

Migratie is het verhuizen naar een ander land. Dit neemt toe door globalisering.

 

Waarom migreren
mensen?

Slide 14 - Mind map

Redenen:
onafhankelijkheid van koloniën
werk
veiligheid
gezin

Onafhankelijkheid koloniën 

Slide 15 - Slide

Gebieden buiten het eigen land
die werden gebruikt om winst te maken.
Denk aan Nederlands-Indië (nu Indonesië) en Suriname.

Toen deze landen onafhankelijk werden, kwam een deel van de
mensen naar Nederland.

Arbeidsmigranten (werk)

Slide 16 - Slide

In de jaren 60 werden mensen uit Spanje, Italië, Marokko en Turkije
uitgenodigd om hier te komen werken. Iedereen ging ervan uit dat ze hier tijdelijk zouden blijven.

Daarom werden zij gastarbeiders genoemd.

Tegenwoordig komen de meeste buitenlandse werknemers uit
 andere landen van de Europese Unie.

Vluchtelingen (veiligheid)

Slide 17 - Slide

Zijn mensen die hun woonplaats onder druk van oorlog en geweld verlaten.

Als ze hier willen blijven, moeten ze asiel aanvragen. Asiel betekent toestemming om hier te mogen verblijven.

Asielzoekers hebben meestal zware tochten gemaakt om
Nederland te bereiken.



Slide 18 - Slide

Als vluchtelingen mogen blijven, dan mag hun familie ook  overkomen. Dit is gezinshereniging: partner en kinderen komen naar
Nederland.

Deze nagekomen gezinsleden noemen we ook wel volgmigranten. Gezinsvorming: als je gaat trouwen met iemand uit een ander land.

Gezin

Slide 19 - Slide

Als vluchtelingen mogen blijven, dan mag hun familie ook overkomen. 
Dit is gezinshereniging: partner en kinderen komen naar
Nederland.

Deze nagekomen gezinsleden noemen we ook wel volgmigranten. 

Gezinsvorming: als je gaat trouwen met iemand uit een ander land.

Verblijfsvergunning

- Arbeidsmigranten: van buiten de EU alleen vanwege een schaars beroep.
- Vluchtelingen: alleen met bewijs van ernstig gevaar lopen in land van herkomst.
- Gezinsvorming: beide partners minimaal 21 jaar en partner hier
moet voldoende verdienen. Ook moet partner van te voren al
basisexamen inburgering hebben gedaan.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Mensen die geen toestemming hebben om hier te wonen en werken.
A
illegalen
B
emigranten
C
immigranten
D
legalen

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Slide 22 - Link

This item has no instructions

Waarom zou je
migreren?

Slide 23 - Mind map

Nederlanders die terugkomen, vluchtelingen met tijdelijke verblijfsvergunning (Oekraïne), arbeidsmigranten, kenniswerkers, studenten. 
Werken in het boek
Maak alle opdrachten van paragraaf 6.1 en 6.2.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions