2.1.2 K0250 - Kleurenleer

1 / 19
next
Slide 1: Video
Vormgeving GrafischMBOStudiejaar 2

This lesson contains 19 slides, with text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Video

ONTWERP
KLEURENLEER
kleurencirkel van Johannes Itten

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

  Kleurenleer
   Johannes Itten

Slide 4 - Slide

ONTWERP
KLEURENLEER
PRIMAIRE KLEUREN

Slide 5 - Slide

ONTWERP
KLEURENLEER
SECUNDAIRE KLEUREN

Slide 6 - Slide

ONTWERP
KLEURENLEER
TERTIAIRE KLEUREN

Slide 7 - Slide

ONTWERP
K L E U R C O N T R A S T E N
Volgens de kleurtheorie van Johannes Itten zijn er zeven verschillende kleurcontrasten: 
1 Kleur tegen kleur contrast
2 Licht - donker contrast
3 Warm - koud contrast
4 Complementair contrast
5 Simultaancontrast
6 Kwaliteitscontrast
7 Kwantiteitscontrast

Kleurcontrast = kleur tegenstelling.
Je krijgt een kleurcontrast als je twee of meer kleuren bij elkaar zet.
Twee of meer kleuren samen kunnen elkaar versterken of verzwakken.

Slide 8 - Slide

ONTWERP
 1. KLEUR TEGEN KLEUR CONTRAST
Franz Marc Der Blaue Fuchs (1911)

Kleur-tegen-kleur contrast: ontstaat wanneer je primaire kleuren (rood, geel, blauw) naast elkaar zet.

Slide 9 - Slide

ONTWERP
 2. LICHT-DONKER CONTRAST
Zelfportret Rembrandt
Licht-donker contrast: ontstaat wanneer je een lichte en een donkere kleur naast elkaar zet. Bijvoorbeeld geel en blauw. Een licht-donker contrast kan ook ontstaan tussen verschillende nuances van een kleur. (verschillende nuances betekent: 1 kleur in twee tonen. bijvoorbeeld lichtpaars en donkerpaars).

Slide 10 - Slide

ONTWERP
 3. WARM-KOUD CONTRAST
Koud-warmcontrast: ontstaat doordat sommige kleuren een warme indruk maken. Deze kleuren liggen in de kleurencirkel rond de kleur rood. Andere kleuren maken een koude indruk. Kleuren die een koude indruk maken liggen ronde de kleur blauw in de kleurencirkel. Rood-blauw geeft het sterkste contrast.

Slide 11 - Slide

ONTWERP
 4. COMPLEMENTAIR CONTRAST
Complementair contrast zijn alle combinaties van kleuren die in de cirkel precies tegenover elkaar liggen. Dit zijn: rood en groen, geel en paars en blauw en oranje.

Slide 12 - Slide

ONTWERP
 5. SIMULTAAN CONTRAST
Simultaan betekent: gelijktijdig. Het verschijnsel, dat bij het zien van een kleur onze ogen tegelijkertijd de complementaire kleur oproepen, noemen we simultaancontrast.
 Deze simultaan ontstane kleur is niet echt aanwezig, maar ontstaat pas in ons oog.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

ONTWERP
6. KWALITEITSCONTRAST
Het gaat hier om de zuiverheid van de kleur. Blauw kan heel fel zijn maar ook heel dof. Dit hangt af van hoeveel wit of zwart er aan de kleur is toegevoegd. Een doffe tegenover een felle kleur geeft een kwaliteitscontrast.

Slide 15 - Slide

ONTWERP
 7. KWANTITEITSCONTRAST
Contrast tussen hoeveelheden van een kleur. Dit komt voor wanneer er van één kleur heel veel is gebruikt en van een andere kleur heel weinig is gebruikt.

Slide 16 - Slide

ONTWERP
OPDRACHT A
  • Zoek van 4 (van de in totaal 7) kleurcontrasten van Johannes Itten een voorbeeld (maak een foto, zoek afbeeldingen in tijdschriften etc.).

  • Je beschrijft kort waarom jouw voorbeeld past bij het kleurcontrast.

  • Maak bij ieder voorbeeld een kleuren palet met minimaal 4 kleuren. 




Slide 17 - Slide

ONTWERP
OPDRACHT B
Maak een Poster met warme en koude kleuren. Je neemt de primaire vormen (cirkel, vierkant, driehoek) als uitgangspunt. 


Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video