Open en gesloten vragen NL 27/01

Communicatie
Feedback geven
1 / 36
next
Slide 1: Slide
CommunicatieMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1,2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Communicatie
Feedback geven

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?

- Open, Gesloten en keuzevragen
- Oefenen

Slide 2 - Slide

Gesloten vragen

Slide 3 - Slide

Gesloten vraag
Je kunt het beantwoorden met ja of nee 

Bijvoorbeeld:
Heb je honger?

Slide 4 - Slide

Gesloten vraag
Ze beginnen met een werkwoord (iets wat je doet)

Bijvoorbeeld: “Heb jij zin om samen te eten?”

Of: “Is de Jumbo in het winkelcentrum?”

Slide 5 - Slide

Oefenen
Voer in tweetallen een gesprek over wat je gister hebt gedaan.
persoon 1 stelt gesloten vragen
persoon 2 geeft alleen maar  antwoord

Slide 6 - Slide

Open vragen 

Slide 7 - Slide

Open vraag
Ze beginnen met een vraagwoord:

Wat, waar, wanneer, waarom, hoe, welke…

Bijvoorbeeld: “Hoe ziet jouw dag eruit?”

Of: “Wat ga je doen dit weekend?”

Slide 8 - Slide

Open vraag

De ander gaat meer vertellen, er komt een langere zin of uitleg

Bijvoorbeeld:
Wat zou je graag willen eten?


Slide 9 - Slide

voorbeelden open vragen
Wat vind jij leuk aan je stage?
Wat doe je op een stage?
Hoe ziet jouw stagedag eruit?
Met wie werk je samen?
Waar werk je?
Wat doe je precies op je stage?
Hoe begin jij je stagedag? 



Slide 10 - Slide

Oefenen
Voer in tweetallen een gesprek over wat je gister hebt gedaan. Of dit weekend, dat mag je zelf kiezen. 
persoon 1 stelt open vragen
persoon 2 geeft alleen maar  antwoord

Slide 11 - Slide

Reflectie
Welke vragen werkten goed? 
Hoe komt het?

Slide 12 - Slide

Keuzevraag
Een vraag waarbij je uit een paar antwoorden één kiest.

bijvoorbeeld:
Wil je pizza, patat of spaghetti eten?


Slide 13 - Slide

Keuze vragen
Wil je koffie of thee?


Slide 14 - Slide

Is het een gesloten, open of keuze vraag? 

Slide 15 - Slide

Wil je binnen of buiten eten?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 16 - Quiz

Wat wil je drinken?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 17 - Quiz

Wil je aardbei of chocolade taart?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 18 - Quiz

Wat hebben jullie gedaan dit weekend?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 19 - Quiz

Heb je nog veel pijn aan je knie?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 20 - Quiz

Wil je sporten of muziek spelen?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 21 - Quiz

Waar loop je stage?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag
C
Keuze vraag

Slide 22 - Quiz

Welke open vraag kan je aan een klant stellen in de winkel? 


Slide 23 - Slide

voorbeelden open vragen
Wat vind jij leuk aan je stage?
Wat doe je op een werkdag?
Hoe ziet jouw werkdag eruit?
Wat moet je goed kunnen voor dit werk?
Waarom heb je dit beroep gekozen?
Wat vind je moeilijk aan dit werk?
Met wie werk je samen?
Waar werk je meestal?
Wat doe je precies op je werk?
Hoe begin jij je werkdag? 



Slide 24 - Slide

Wat is goed en wat is minder goed aan open en gesloten vragen?

Slide 25 - Slide

Goed en minder goed / gesloten vragen
goed
- het antwoord is duidelijk, geen gedraai eromheen
- je kunt met een gesloten vraag iets samenvatten
(b.v. Je bent dus erg tevreden over je school?)

minder goed
- je krijgt weinig info, waardoor je je gesprekspartner niet goed zult kunnen begrijpen, dus kans op miscommunicatie

Slide 26 - Slide

Goed en minder goed open vragen
Goed
Door middel van open vragen, creëer je in een gesprek:
- meer sfeer;
- je krijgt meer informatie, waarop je kunt doorvragen;

Minder goed
Als iemand zeer makkelijk praat, blijft diegene maar kletsen.


Slide 27 - Slide

oefen met open vragen stellen
Tweetallen
Jullie krijgen een kaartje met een beroep erop
een heeft het kaart (niet laten zien!)
de ander raad het beroep door gesloten vragen te stellen

Slide 28 - Slide

oefen met open vragen stellen
Tweetallen
Jullie krijgen een kaartje met een beroep erop
een heeft het kaart (niet laten zien!)
de ander raad het beroep door open vragen te stellen

Slide 29 - Slide

Reflectie
Welke vragen werkten goed? 
Hoe komt het?

Slide 30 - Slide

Opdracht
Bedenk zelf een open en een gesloten vraag die je tijdens het examen Gesprekken kunt voeren?

Slide 31 - Slide

Wil je nog wat drinken?

Slide 32 - Open question

Maak van de gesloten vraag een open vraag.

Slide 33 - Slide

Ga je vanavond nog trainen?

Slide 34 - Open question

Begrijp je wat ik bedoel?

Slide 35 - Open question

Feedback

Slide 36 - Slide