H5.3 3n H5.4 Nsk14

Vandaag
Herhaling H5.2
Korte instructie H5.3
Instructie H5.4


Zelfstandig aan het werk
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Vandaag
Herhaling H5.2
Korte instructie H5.3
Instructie H5.4


Zelfstandig aan het werk

Slide 1 - Slide

Spiegelwet

Slide 2 - Slide

Het spiegelbeeld van de kaars lijkt achter de spiegel te staan.
Het spiegelbeeld van de kaars lijkt achter de spiegel te staan.

Slide 3 - Slide

Van Infrarood tot ultraviolet
Kleuren Spectrum? 
  • Rood, orange, geel, groen, blauw en violet

Wit licht weerkaatst / absorbeert alle kleuren
Zwart licht weerkaatst / absorbeert alle kleuren

Infrarood licht
Ultraviolet licht

Slide 4 - Slide

Weerkaatsing kleuren
Rood licht                     Groen licht                       Blauw Licht

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Leerdoelen H5.3
  • Je kunt kenmerken van positieve en negatieve lenzen benoemen. 
  • Je kunt positieve en negatieve lenzen onderscheiden. 
  • Je kunt onderscheid maken tussen een reëel beeld en een virtueel beeld
  • Je kunt een beeld construeren, dat gevormd wordt door een positieve lens.
  • Je kunt voorwerpsafstand en beeldafstand van een positieve lens beschrijven. 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Construeren beeld

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Onthouden H5.3 !
  • Een positieve lens is een bolle lens
  • Een negatieve lens is een holle lens
  • De  lichtstralen uit een bolle lens komen bij elkaar in het brandpunt (F)
  • De afstand van de lens tot het brandpunt is de brandpunts-afstand (f)
  • Hoe kleiner de brandpunts-afstand, hoe sterker de lens
  • Een positieve lens heeft een convergerende werking ( naar elkaar toe). 
  • Een negatieve lens heeft een divergerende werking (van elkaar af).

Slide 12 - Slide

Hoe groot is de hoek van inval?

Slide 13 - Open question

Hoe groot is de hoek van inval?

Slide 14 - Open question

Een gele banaan.....
A
Weerkaatst en gele en het rode licht
B
Weerkaatst het gele licht
C
Weerkaatst alle kleuren licht
D
Weerkaatst het groene, rode en gele licht

Slide 15 - Quiz

5.4 Oog en bril 

Slide 16 - Slide

                   Lesdoelen H5.4
Je kunt de 7 onderdelen van het oog benoemen.  
Je kunt de functie van de pupil uitleggen.  
Je kunt uitleggen wat accommoderen van de ooglens is.  
Je kunt uitleggen welke lens bijziendheid kan corrigeren.  
Je kunt uitleggen welke lens verziendheid kan corrigeren.

Slide 17 - Slide

Voorkennis
Zijn er leerlingen in de klas die een bril of lenzen dragen en weten welke sterkte ze ongeveer hebben?

Heb jullie moeite met voorwerpen van dichtbij of van veraf?

Slide 18 - Slide

De belangrijkste onderdelen van het oog

Slide 19 - Slide

Het beeld komt ondersteboven op het netvlies.

Slide 20 - Slide


  • Pupil is de opening in de iris (de gekleurde gedeelte van de oog)

  • Veel licht - pupil klein

  • Weinig licht - pupil groot

Slide 21 - Slide

accommoderen
Als een voorwerp dichterbij
komt wordt de lens boller.


Accommoderen : lens platter of boller maken

Slide 22 - Slide

Bijziend
  • Dichtbij scherp, veraf wazig
  •  De ooglens is te bol 
  • Beeld kom vóór het netvlies
  • Je hebt een negatieve lens nodig
  • 'negatieve" bril => ogen lijken kleiner/groter

Slide 23 - Slide

Verziend
  • veraf scherp, dichtbij wazig
  • De ooglens is te zwak 
  • Beeld komt achter je netvlies
  • Je hebt een positieve lens nodig
  • "positieve" bril => ogen lijken groter

Slide 24 - Slide

Dioptrie
Oogarts en opticien gebruiken dpt om de sterkte (S) van brillenglazen aan te geven.





S=f1

Slide 25 - Slide

Berekeningen:
1. f = brandpuntafstand in meter

2. S = lenssterkte in dpt

3. dpt = dioptrie

Ga na :    S = +2, dan is f = 50 cm
S=f1

Slide 26 - Slide

Rekensommetje

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Aan de slag
Lees H5.4 goed door
Maak opgaven H5.4 (incl extra)

Controleer H5.1 t/m 5.3

Slide 29 - Slide