Do's en dont's bij een pv



Do’s en don’ts

Proces-verbaal

van bevindingen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsBeroepsopleiding

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson



Do’s en don’ts

Proces-verbaal

van bevindingen

Noem twee doelen van het schrijven van een pv.

Goed of fout?

Ik, verbalisant Pieter Post, verklaar het volgende:


Op donderdag 25 april 2024 omstreeks 13.00 uur bevonden wij, verbalisanten Post en Meijer, beiden aspirant van politie, ons, in uniform gekleed en met noodhulpdienst belast, op de Arnhemseweg in Apeldoorn.

A

Goed

B

Fout

Kies het juiste antwoord.

A

Operationeel centrum

B

operationeel centrum

C

Operatoneel Centrum

D

Operationeel Centrum

Herschrijf: Ik zag dat de woning een twee-onder-een-kap betrof en dat er voor de woning een parkeerplaats lag.

19 maart 2025

Het werkwoord willen


Ik hoorde dat de vrouw verklaarde: “Die man wilt niet weg.”


Ik wil

Jij wil/jij wilt

Hij wil

Zij wil

19 maart 2025

  1. Het werkwoord ‘zeggen’.


Ik hoorde dat zij zei: “Die man wil niet weg.”

Ik zag dat de man onrustig heen en weer liep en dat de man een verwarde indruk op mij maakte. Ik herkende dit als een psychose.

A

Goed

B

Fout

Herschrijf: De man stond bekend als zijnde harddrugsgebruiker.

Cautie

19 maart 2025


Ga je zaakgerelateerde vragen stellen, geef dan altijd de cautie en schrijf dit in je pv.


19 maart 2025

Vervolgens onderzochten wij de verdachte aan zijn kleding.


Vermeld ook wat je aantreft. Oók als je niets ter zake dienende aantreft.

Kies het juiste antwoord.

A

Hulp Officier van Justitie

B

hulpofficier van justitie

C

Hulpofficier van Justitie

Kies het juiste antwoord.

A

wet wapens en munitie

B

Wet Wapens en Munitie

C

Wet wapens en munitie

19 maart 2025

Op woensdag 14 oktober 2026 om 10:24 uur hield ik, verbalisant Post, verdachte Slaats aan ter zake vernieling zoals staat omschreven in het Wetboek van Strafrecht artikel 350. Ik vertelde Slaats dat hij niet tot antwoorden verplicht was en dat hij recht had op een raadsman.



Wat ontbreekt er? (2 zaken)