4.3 Gewrichten en 4.4 spieren

4.3 | 4.4 Gewrichten en spieren
Basisstof 3
1 / 39
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

4.3 | 4.4 Gewrichten en spieren
Basisstof 3

Slide 1 - Slide

Terugblik!

Slide 2 - Slide

Welke stof zorgt voor de soepelheid/beweegbaarheid van de botten?
A
Kalkstof
B
lijmstof

Slide 3 - Quiz

Leg in eigen woorden uit waarom baby's bijna nooit een bot breken.

Slide 4 - Open question

welke stof beschermt onze botten tegen slijtage?
A
lijmstof
B
kalk
C
kraakbeen

Slide 5 - Quiz

De beenderen van een kind bevatten meer kalk dan de beenderen van een oudere
A
ja
B
nee

Slide 6 - Quiz

Het skelet van een volwassen mens bestaat uit:
A
500 botten
B
206 botten
C
350 botten
D
150 botten

Slide 7 - Quiz

Welk deel van de wervelkolom zit vast aan je heupbeenderen?
A
Staartbeen
B
Wervelkolom
C
Lendenwervels
D
Heiligbeen

Slide 8 - Quiz

Wat zijn de functies van het skelet?

Slide 9 - Open question

Leerdoelen
 Je kunt de bouw van een gewricht beschrijven.



Je botten zitten aan elkaar vast met gewrichten. Door gewrichten kan je lichaam soepel bewegen.



Slide 10 - Slide

0

Slide 11 - Video

Verbinding
In je been heb je een dijbeen en een scheenbeen. Daartussen zit je knie. Door de knie kun je je been buigen. Daardoor kun je soepel bewegen. Probeer maar eens te lopen zonder je knie te buigen, dat is erg lastig.

De knie is een gewricht. Een gewricht is een verbinding tussen twee botten. Door een gewricht kunnen de botten gemakkelijk bewegen.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Opbouw van een Gewricht
In de afbeelding  zie je de doorsnede van een gewricht. Het uiteinde van één bot is bol. Dit heet de gewrichtskogel. Het uiteinde van het andere bot is hol. Dit heet de gewrichtskom.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Een gewricht
De gewrichtskogel beweegt in de gewrichtskom. Deze beweging gaat soepel door kraakbeen en door gewrichtssmeer.
• Op de kop van elk bot zit een laagje kraakbeen. Door dit kraakbeen kunnen de botten gemakkelijker bewegen. Het kraakbeen beschermt de botten ook tegen slijten.
• Tussen de botten zit gewrichtssmeer. Dit werkt als een soort smeervet. Door het gewrichtssmeer kunnen de botten soepeler bewegen.
Kraakbeen

Slide 16 - Slide

Gewrichtskapsel
Om het gewricht heen zit een stevig vlies. Dit vlies heet gewrichtskapsel. Het gewrichtskapsel houdt de botten bij elkaar. Het gewrichtskapsel maakt ook het gewrichtssmeer.

Kijk naar afbeelding 3. Je ziet het gewricht tussen het heupbeen en het dijbeen. Om het gewricht zitten kapselbanden. De kapselbanden zijn een extra versteviging. Ze helpen mee om de botten op hun plaats te houden

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Onthoud
Gewricht: verbinding tussen twee botten.
– gewrichtskogel: het bolle uiteinde van een bot
– gewrichtskom: het holle uiteinde van een bot
– De gewrichtskogel beweegt in de gewrichtskom.
– Door een gewricht kunnen botten bewegen.
Kraakbeen: op de gewrichtskogel en de gewrichtskom zit een laagje kraakbeen.
– Hierdoor bewegen de botten gemakkelijk.

– Het kraakbeen beschermt ook tegen slijten.
 Gewrichtssmeer: een soort smeervet in het gewricht.
– Hierdoor beweegt het gewricht soepel.
• Gewrichtskapsel: stevig vlies om een gewricht.
– Het gewrichtskapsel houdt de botten op hun plaats.
• Kapselbanden: extra versteviging om een gewricht.
– Kapselbanden helpen om de botten op hun plaats te houden.

Slide 19 - Slide

Leerdoelen:
4.4 Je kunt de werking van spieren beschrijven.

Slide 20 - Slide

Hoe noemen we het orgaanstelsel wat uit spieren bestaat?

Slide 21 - Open question

Spieren
Aan je botten zitten spieren.

Spieren en gewrichten heb je nodig om bewegingen te kunnen maken. 

Slide 22 - Slide

Spierstelsel
Alle spieren in je lichaam samen, noemen we het spierstelsel. 
Spieren werken samen om te kunnen bewegen. 

Slide 23 - Slide

Pezen
Elke spier zit vast aan het bot met pezen. 

Slide 24 - Slide

Een spier die aangespannen is, wordt korter en dikker. 

Een spier die ontspannen is, is langer en dunner.

Slide 25 - Slide

Als je arm buigt, heb je je 'armbuigspier' (biceps) gespannen

Als je de arm weer wil strekken, dan is je 'armstrekspier' (triceps) gespannen

Een buigspier en een strekspier die samen een beweging maken = 
antagonistisch paar

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

Ezelsbruggetje:
Biceps = Boven

Slide 28 - Slide

Biceps
Triceps

Slide 29 - Slide

Trainen
Spieren kun je trainen. Door een spier veel te bewegen met kracht, wordt hij steeds dikker. 


Slide 30 - Slide

Aan de slag 
4.3 en 4.4

blz 22

Slide 31 - Slide

De biceps is een .........
A
Spier
B
Bot
C
Gewricht
D
Pees

Slide 32 - Quiz

Een ander woord voor de biceps is.
A
Arm strekspier
B
Arm buigspier
C
Arm spanspier
D
Arm aanspanspier

Slide 33 - Quiz

spieren bewegen mijn ...?
A
gewrichten
B
botten

Slide 34 - Quiz

Het hart is een spier
A
Ja
B
Nee

Slide 35 - Quiz

Een spier wordt korter als deze aanspant
A
ja
B
nee

Slide 36 - Quiz

Beweging ontstaat doordat .... 1 .... kunnen samentrekken.

.... 2 .... kunnen niet samentrekken, maar zorgen voor verbinding met het bot.
A
1: spieren 2: spieren
B
1: pezen 2: pezen
C
1: pezen 2: spieren
D
1: spieren 2: pezen

Slide 37 - Quiz

je spieren zitten vast aan je skelet met
A
pezen
B
spierbundels
C
vliezen
D
spieren

Slide 38 - Quiz

Slide 39 - Slide