What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
hh meetkunde mavo 4 (deel 1)
Meetkunde
1 / 57
next
Slide 1:
Slide
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 4
This lesson contains
57 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
5 videos
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Meetkunde
Slide 1 - Slide
In dit hoofdstuk herhalen we de meetkunde onderwerpen die je moet kennen voor
het CSE en voor de laatste toetsweek
Slide 2 - Slide
Dit is een:
.... driehoek
A
gelijkbenige
B
gelijkzijdige
C
rechthoekige
D
gewone
Slide 3 - Quiz
Dit is een:
gelijkbenige driehoek
alle hoeken zijn 60 graden
A
waar
B
echt niet
Slide 4 - Quiz
Dit is een:
.... driehoek
A
gelijkbenige
B
gelijkzijdige
C
rechthoekige
D
gewone
Slide 5 - Quiz
Dit is een:
gelijkzijdige driehoek
alle hoeken zijn 60 graden
A
waar
B
echt niet
Slide 6 - Quiz
Dit is een:
.... driehoek
A
gelijkbenige
B
gelijkzijdige
C
rechthoekige
D
gewone
Slide 7 - Quiz
dit is een:
Slide 8 - Open question
dit is een:
Slide 9 - Open question
dit is een:
Slide 10 - Open question
dit is een:
Slide 11 - Open question
dit is een:
Slide 12 - Open question
Eigenschappen van vlakke figuren
Zorg dat je de figuren met eigenschappen kent en kan herkennen
Slide 13 - Slide
lijnsymmetrie
(de rode lijnen zijn de symmetrieassen)
Zorg dat je de figuren met eigenschappen kan herkennen
Slide 14 - Slide
Symmetrie
Bij draaisymmetrie kan je een figuur om het middelpunt draaien en komt het op zichzelf terecht. Bij de figuur hiernaast is de kleinste draaiboek 45'
Bij evenwijdige lijnen kan je schuifsymmetrie toepassen. Omdat overstaande hoeken gelijk zijn geldt hier:
S1=S3=R1=R3 en S2=S4=R2=R4
Slide 15 - Slide
Hoeveel symmetrieassen heeft deze figuur?
Slide 16 - Slide
Oppervlakte
2
1
⋅
z
i
j
d
e
⋅
b
i
j
b
e
h
o
r
e
n
d
e
h
o
o
g
t
e
Driehoek:
Parallellogram:
Cirkel:
z
i
j
d
e
⋅
b
i
j
b
e
h
o
r
e
n
d
e
h
o
o
g
t
e
(Omtrek cirkel):
π
⋅
s
t
r
a
a
l
2
2
⋅
π
⋅
s
t
r
a
a
l
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
Als er geen maten bekend zijn, eerst hoogtelijn tekenen, daarna de zijden opmeten.
o
p
p
d
r
i
e
h
o
e
k
=
2
1
⋅
z
i
j
d
e
⋅
b
i
j
b
e
h
o
r
e
n
d
e
h
o
o
g
t
e
Slide 19 - Slide
Als er geen maten bekend zijn, eerst hoogtelijn tekenen, daarna de zijden en hoogtelijn opmeten.
o
p
p
d
r
i
e
h
o
e
k
=
2
1
⋅
z
i
j
d
e
⋅
b
i
j
b
e
h
o
r
e
n
d
e
h
o
o
g
t
e
Slide 20 - Slide
Als er geen maten bekend zijn, eerst hoogtelijn tekenen, daarna zijden en hoogtelijn opmeten.
o
p
p
p
a
r
a
l
l
e
l
l
o
g
r
a
m
=
z
i
j
d
e
⋅
b
i
j
b
e
h
o
r
e
n
d
e
h
o
o
g
t
e
Slide 21 - Slide
Als er geen maten bekend zijn, eerst hoogtelijn tekenen, daarna zijden en hoogtelijn opmeten.
o
p
p
p
a
r
a
l
l
e
l
l
o
g
r
a
m
=
z
i
j
d
e
⋅
b
i
j
b
e
h
o
r
e
n
d
e
h
o
o
g
t
e
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
2
1
⋅
(
π
⋅
2
2
)
1
⋅
4
5
⋅
4
3
⋅
1
3
⋅
3
Slide 24 - Slide
Lijnen
-lijnen a en b staan loodrecht op elkaar (maken een rechte hoek),
-lijnen b en c zijn evenwijdig aan elkaar (snijden elkaar nooit)
-bij het tekenen van de lijnen gebruik je de geodriehoek
Slide 25 - Slide
Hoeken
Een hoek heeft een hoekpunt en twee benen.
Bij het hoekpunt staat een hoofdletter
Slide 26 - Slide
Hoeken
er zijn verschillende soorten hoeken:
A: een rechte hoek
B: een scherpe hoek <
C: een stompe hoek > en <
D: een gestrekte hoek
9
0
°
9
0
°
9
0
°
1
8
0
°
1
8
0
°
Slide 27 - Slide
Hoeken
Slide 28 - Slide
Hoeken tekenen en meten
Hoeken kan je met een geodriehoek of een koershoekmeter tekenen en meten.
Slide 29 - Slide
Kijkhoek
De kijklijnen zijn de lijnen vanaf het middelpunt tussen de ogen, langs de randen van het raam.
De kijkhoek is de hoek tussen de twee kijklijnen.
Slide 30 - Slide
Driehoek tekenen
Kan op 3 manieren:
- 3 zijden gegeven ( met de passer)
-2 zijden en 1 hoek gegeven (met een geodriehoek)
-1 zijde en 2 hoeken gegeven (met een geodriehoek) zie het plaatje hiernaast
Slide 31 - Slide
Slide 32 - Video
Slide 33 - Video
Slide 34 - Video
Slide 35 - Video
Slide 36 - Video
Dit is een:
A
rechte hoek
B
scherpe hoek
C
gestrekte hoek
D
stompe hoek
Slide 37 - Quiz
Dit is een:
A
rechte hoek
B
scherpe hoek
C
gestrekte hoek
D
stompe hoek
Slide 38 - Quiz
Dit is een:
A
rechte hoek
B
scherpe hoek
C
gestrekte hoek
D
stompe hoek
Slide 39 - Quiz
Dit is een:
A
rechte hoek
B
scherpe hoek
C
gestrekte hoek
D
stompe hoek
Slide 40 - Quiz
Koers
Een windroos heeft 16 windstreken (bv N, NNO, NO, ONO, O)
En onderverdeling in graden
Noord = Oost =
Als gevraagd wordt om een koers, geef je antwoord dan in graden.
9
0
°
0
°
Slide 41 - Slide
Kaart en schaal
Schaal 1:500 000 betekent
1 cm op de kaart is 500 000 cm in het echt dus
1 cm op de kaart = 5 km in het echt
Vuistregel:
afstand over de weg = 1,2 x afstand hemelsbreed
Slide 42 - Slide
Zwaartelijnen gaan vanuit de hoek naar het midden van de overstaande zijde.
Snijpunt is het zwaartepunt
Slide 43 - Slide
Deellijnen delen de hoek in twee gelijke hoeken
Slide 44 - Slide
Hoogtelijnen gaan vanuit de hoek naar de overstaande zijde. Die zijde snijden ze met een rechte hoek.
De hoogtelijn gebruik je om de oppervlakte van de driehoek te berekenen
Slide 45 - Slide
De middelloodlijn deelt de zijde doormidden en staat er loodrecht op.
Slide 46 - Slide
w
C
A
B
vanuit
L
C :
AB is de overstaande zijde,
AC is de aanliggende zijde
vanuit
LB
:
AC is de overstaande zijde,
AB is de aanliggende zijde
BC is altijd de schuine zijde
(tegenover de rechte hoek)
Slide 47 - Slide
SOS CAS TOA
sin
∠
=
s
c
h
u
i
n
e
z
i
j
d
e
o
v
e
r
s
t
a
a
n
d
e
z
i
j
d
e
sinus, cosinus en tangens ronden we af op 3 decimalen
cos
∠
=
s
c
h
u
i
n
e
z
i
j
d
e
a
a
n
l
i
g
g
e
n
d
e
z
i
j
d
e
tan
∠
=
a
a
n
l
i
g
g
e
n
d
e
z
i
j
d
e
o
v
e
r
s
t
a
a
n
d
e
z
i
j
d
e
SOS
CAS
TOA
Slide 48 - Slide
Hoe zit het ook alweer: de stelling van Pythagoras
k
z
k
z
l
z
_________________+
5
1
2
?
2
5
1
4
4
1
6
9
P
R
=
√
1
6
9
=
1
3
Slide 49 - Slide
zijde berekenen als de hoek bekend is
C
A
B
15 cm
3
5
°
?
tan
∠
B
=
A
O
tan
3
5
=
1
5
?
2
=
3
6
?
=
tan
3
5
⋅
1
5
de '6' moet je weten
dus '2x3'
tan
3
5
⋅
1
5
=
1
0
,
5
AC = 10,5 cm
Slide 50 - Slide
Hoe zit het ook alweer: de stelling van Pythagoras
k
z
k
z
l
z
_________________+
6
?
1
0
3
6
6
4
1
0
0
D
F
=
√
6
4
=
8
100-36
Slide 51 - Slide
Slide 52 - Slide
Vergrotingsfactor
v
e
r
g
r
o
t
i
n
g
s
f
a
c
t
o
r
=
l
e
n
g
t
e
o
r
i
g
i
n
e
e
l
l
e
n
g
t
e
b
e
e
l
d
v
e
r
g
r
o
t
i
n
g
s
f
a
c
t
o
r
=
√
o
p
p
o
r
i
g
i
n
e
e
l
o
p
p
b
e
e
l
d
Slide 53 - Slide
Vergrotingsfactor
o
p
p
b
e
e
l
d
=
v
e
r
g
r
o
t
i
n
g
s
f
a
c
t
o
r
2
⋅
o
p
p
o
r
i
g
i
n
e
e
l
Slide 54 - Slide
Noem 2 dingen die je geleerd hebt in dit hoofdstuk
Slide 55 - Open question
Wat begrijp je nog niet zo goed van dit hoofdstuk?
Slide 56 - Open question
Succes met leren
Slide 57 - Slide
More lessons like this
tangens
January 2022
-
31 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3,4
tangens
September 2019
-
31 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3,4
Inhoud en oppervlakte
April 2018
-
30 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 3
2021- Symmetrie - H8
June 2022
-
60 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
Lijnen en hoeken
April 2018
-
19 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 1
Eigenschappen van vlakke figuren
April 2018
-
19 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 2
vaardigheid: het tekenen van een driehoek
April 2018
-
13 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-4
Pythagoras
January 2022
-
25 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 2