2.5 Herhaling met quiz

H2 Het weer


Korte samenvatting H2


(Quiz in lessonUp)

1 / 27
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

H2 Het weer


Korte samenvatting H2


(Quiz in lessonUp)


Wat weet je van:

Het weer

         H2


  • Alle moleculen bewegen voortdurend

  • Alle moleculen trekken elkaar aan

  • De moleculen van een stof veranderd niet

Het Deeltjesmodel

Faseovergangen


  1. Sublimeren

  2. Rijpen

  3. Verdampen

  4. Condenseren

  5. Stollen/bevriezen

  6. Smelten

Luchtdruk

Wat is Luchtdruk en hoe meet je deze?

  • gewicht van de lucht dat op aarde drukt => barometer (hPa of mbar)


Kenmerken van het weer bij hoge en lage luchtdruk!

  • Hoge druk > 1000 mbar, mooi weer

  • Lage druk  < 1000 mbar, onstuimig weer

Luchtdruk meten we met een ..... en de in de eenheid...

  • barometer

  • hPa of in mbar (1 hPa = 1 mbar)



meter om drukverschil te meten

Luchtdruk meet je met een barometer.

Gasdruk meet je met een ...........

(je meet het VERSCHIL met de gewone luchtdruk van 1 bar).

Absolute druk = luchtdruk + overdruk

Temperatuur

Wordt vaak gemeten met een vloeistofthermometer.


De drie onderdelen 

  1. Stijgbuis

  2. Reservoir

  3. Schaalverdeling


bimetaal thermometer

  • twee metalen aan elkaar vast


  • ene metaal zet meer uit dan de andere bij verwarmen


  • Bij verwarmen zet Messing zet meer uit dan staal => buitenbocht


Absolute nulpunt

Dit is de temperatuur waarbij de moleculen helemaal stil liggen.


0 Kelvin

=

- 273 graden Celcius


Het dauwpunt

  • De temperatuur waarbij waterdamp uit de           lucht gaat condenseren. 


Hoe hoger de temp => hoe meer/minder              waterdamp lucht bevat

Dauwpunt afhankelijk van 2 factoren:

  • Luchttemperatuur

  • Hoeveelheid waterdamp in de lucht (g/m3)

Wolken en onweer


Ontstaan stapelwolken:

  • Lucht warmt op => zet uit en stijgt omhoog => temp daalt => waterdamp condenseert => condensatieniveau


Onweer:

  • warme lucht stijgt snel op => IJskristallen en waterdruppels botsen => elektrisch geladen => bliksemstraal => lucht zet uit door hoge temp => Donderslag

  • Elke 3 seconden is 1 km ver van het onweer


Je kunt de luchtdruk meten. Welk meetinstrument gebruik je daarvoor?

A

Barometer

B

Manometer

C

Thermometer

D

Thermograaf

Met een manometer meet je:

A

De luchtdruk

B

De luchtdruk in een afgesloten ruimte

C

Of er sprake is van een hogedrukgebied of lagedrukgebied

D

De temperatuur

Wat geeft een manometer aan?

A

De overdruk.

B

De absolute druk.

C

De luchtdruk.

D

De onderdruk.

1 mbar = 100 Pa Hoeveel Pa is dan 115 mbar

A

11,5 Pa

B

1,15 Pa

C

1150 Pa

D

11500 Pa

1 bar = hoeveel pascal?

A

100 000 pa

B

100 hpa

C

100 pa

D

1000 hpa

Je leest de temperatuur af door naar het vloeistofniveau in de stijgbuis van de thermometer te kijken. Wat gebeurt er als de temperatuur daalt?

A

Dan krimpt de vloeistof in de thermometer en stijgt het vloeistofniveau in de stijgbuis.

B

Dan krimpt de vloeistof in de thermometer en daalt het vloeistofniveau in de stijgbuis.

C

Dan zet de vloeistof in de thermometer uit en stijgt het vloeistofniveau in de stijgbuis.

D

Dan zet de vloeistof in de thermometer uit en daalt het vloeistofniveau in de stijgbuis.

Wat is de temperatuur in °C

Temperatuur is 296 K

A

27 °C

B

72 °C

C

23 °C

D

Je kan geen temperatuur aflezen

In sommige nachten kan rijp ontstaan. Welke combinatie van factoren is daarvoor nodig?

A

Koud oppervlak temperatuur boven vriespunt

B

warm oppervlak temperatuur boven vriespunt

C

Koud oppervlak temperatuur onder vriespunt

D

warm oppervlak temperatuur onder vriespunt

In een laboratorium doen ze onderzoek naar vaccins tegen besmettelijke ziekten. Een virus waar ze onderzoek naar doen is Covid-19. Dit virus mag absoluut niet buiten het laboratorium terecht komen. Zullen ze in dit laboratorium met een onderdruk of een overdruk werken?

A

Onderdruk

B

Overdruk

C


D


Wat is de luchtdruk in punt A

A

1025

B

1030

C

tussen 1025 en 1030

D

Kun je niet zeggen

Bij het ijken van een thermometer wordt de thermometer in een glas met smeltend ijs geplaatst . Welke temperatuur moeten we hier invullen in graden Celcius? (geen eenheid invullen!)

Bij 0 Kelvin

A

Staan alle moluculen vrolijk te klappertanden

B

Staat alles stil, is er geen beweging van moleculen mogelijk. Het absolute 0 punt!

C

Begint het water te bevriezen

D

Is de dichtheid van water het grootst.

Wat is 20 °C in Kelvin?

A

20K

B

253K

C

293K

D

273K

Wat merk je het eerst aan onweer?

A

Regen

B

Bliksem

C

Donder

D

Alles is tegelijk

Onweer hoor je drie seconden nadat je de flits ziet. Hoe ver is de onweer?

A

300 meter

B

3000 meter

C

100 meter

D

1000 meter

Waarom dondert het bij onweer?

A

Omdat de bliksemflits heet is => lucht zet snel uit

B

Omdat de bliksemflits in de grond inslaat

C

Omdat de bliksemflits regendruppels laat exploderen

D

Om je te waarschuwen