Observeren, analyseren en rapporteren
Observeren, analyseren en rapporteren
Deze les focust op de onderdelen observeren, rapporteren, probleemanalyse, probleemformulering en ondersteuningsvraag binnen het examen B1-K1-W1. De eindopdracht van de module loopt op de achtergrond mee: een ondersteuningsplan schrijven op basis van een eigen casus.
Leerdoel
Ik kan observaties en andere informatie ordenen, een probleem formuleren met de PES-formule en daaruit een duidelijke ondersteuningsvraag opstellen.
This item has no instructions
Welke woorden passen volgens jou bij goed observeren?
Gebruik de woorden uit de woordwolk als start van de les. Vraag door op verschillen tussen 'kijken', 'waarnemen' en 'observeren'.
Waarnemen en observeren
Waarnemen is wat je zintuigen opmerken.
Observeren is doelgericht, bewust en systematisch kijken.
Bij observeren let je op gedrag, situatie en context.
Observeren levert informatie op die je later kunt beschrijven en analyseren.
Benadruk dat observeren meer is dan 'iets zien'. Het heeft een doel en gebeurt volgens een aanpak. Koppel dit aan de beroepspraktijk: observaties moeten bruikbaar zijn voor begeleiding en verslaglegging.
Valkuilen bij observeren
Te snel conclusies trekken
Eigen mening verwarren met feiten
Alleen opvallend gedrag onthouden
Context niet meenemen
Woorden gebruiken die niet concreet zijn
Werk eventueel met voorbeelden zoals: 'cliënt is lastig' is geen observatie; 'cliënt liep tijdens het gesprek drie keer weg' wel. Leg uit dat feitelijk taalgebruik nodig is voor goede rapportage.
Observatiemethodes
Er zijn verschillende manieren om observaties uit te voeren:
Continue observatie: doorlopend volgen
Protocollaire observatie: volgens vaste afspraken of lijst
Contextuele observatie: gedrag bekijken in de situatie
Intervalobservatie: kijken op vaste momenten
Laat zien dat de keuze voor een methode afhangt van het doel. Bij onrustig gedrag kan intervalobservatie handig zijn; bij intake of begeleiding is context juist belangrijk.
Observatietechnieken
Bij observatie kun je verschillende technieken gebruiken:
Time-sampling: observeren op vaste tijden
Event-sampling: observeren bij een gebeurtenis
Participerend observeren: je doet zelf mee
Niet participerend observeren: je kijkt van buitenaf
Benadruk het verschil tussen methode en techniek: een methode is de aanpak, een techniek is de concrete manier waarop je gegevens verzamelt.
Rapporteren
Rapporteren is het overdragen van wat je hebt gezien en gedaan.
Dat kan door te vertellen of op te schrijven.
Goede rapportage is feitelijk, duidelijk en bruikbaar voor collega's.
Koppel observeren direct aan rapporteren: observeren zonder goede vastlegging verliest waarde. Benoem dat rapportages ook belangrijk zijn voor continuïteit van zorg.
Soorten rapportages
verslag in dossier
later terug te lezen
belangrijk voor afspraken en onderbouwing
overdracht aan collega
korte terugkoppeling
direct bruikbaar in de praktijk
Schriftelijke rapportage
Mondelinge rapportage
Wijs erop dat mondeling en schriftelijk elkaar aanvullen. Schriftelijk rapporteren vraagt extra nauwkeurigheid, omdat anderen het later zonder jouw uitleg moeten begrijpen.
Wat is het verschil tussen waarnemen en observeren?
Observeren is doelgericht
Waarnemen is systematisch
Observeren is toevallig
Waarnemen is rapporteren
Correct: observeren is bewust, doelgericht en systematisch. Distractors sluiten aan bij veelgemaakte verwarring tussen kijken, observeren en rapporteren.
Maak de samenvatting compleet
Bij observeren kijk je doelgericht naar gedrag en context. Een veelgemaakte valkuil is te snel conclusies trekken. Wat je ziet, leg je daarna vast in een rapportage, mondeling of schriftelijk.
De kernwoorden komen rechtstreeks uit de behandelde slides: observeren, conclusies en rapportage.
Welke observatietechniek lijkt jou het meest bruikbaar op stage?
Time-sampling
Event-sampling
Participerend
Niet participerend
This item has no instructions
Van informatie naar analyse
Een probleem formuleer je niet zomaar.
Je begint met:
informatie ordenen
probleemanalyse
probleemformulering
Daarna kun je een ondersteuningsvraag opstellen.
Maak hier de overgang van observeren naar analyseren. Laat zien dat losse gegevens eerst geordend moeten worden voordat een begeleider een probleem goed kan benoemen.
Probleemanalyse
Bij een probleemanalyse kijk je kritisch naar de situatie:
Wie heeft het probleem?
Is het probleem oplosbaar?
Gaat het om een echt probleem of een ervaren probleem?
Welke informatie ondersteunt deze conclusie?
Leg het verschil uit tussen een objectief zichtbaar probleem en een probleem dat vooral door de cliënt zo ervaren wordt. Beide zijn relevant, maar vragen soms om een andere aanpak.
Waarop stel je een probleem vast?
Een probleem stel je vast op basis van:
conditie van de cliënt
behoefte aan begeleiding
visie van cliënt en hulpverlener
objectieve gegevens
onderhandeling met de cliënt
Benadruk dat de cliënt niet buiten beeld mag raken. Een probleemformulering moet aansluiten bij wat de cliënt ervaart én bij wat professioneel zichtbaar is.
De manier waarop iemand zijn eigen gezondheid beleeft en in stand houdt.
Voedings- en stofwisselingspatroon
Uitscheidingspatroon
Activiteitenpatroon
Slaap- en rustpatroon
Cognitie en waarnemingspatroon
7. Zelfbelevingspatroon
8. Rollen- en relatiepatroon
9. Seksualiteit- en voortplantingspatroon
10. Stressverwerkingspatroon
11. Waarden- en levensovertuigingenpatroon
De functionele gezondheidspatronen volgens Gordon
This item has no instructions
Begrippenlijst
time-sampling - observeren op vooraf bepaalde tijden
event-sampling - observeren wanneer een bepaalde gebeurtenis voorkomt
participerend observeren - observeren terwijl je zelf deelneemt
niet participerend observeren - observeren zonder zelf mee te doen
probleemanalyse - het ordenen en beoordelen van informatie om een probleem vast te stellen
probleemformulering - een duidelijke beschrijving van het probleem van de cliënt
ondersteuningsvraag - de hulp of ondersteuning die de cliënt nodig heeft
This item has no instructions
De PES-formule
De PES-formule helpt om een probleem helder te beschrijven.
P - Probleem
E - Etiologie: oorzaak of oorzaken
S - Symptomen: verschijnselen die je ziet of hoort
Zo wordt een probleem concreet en onderbouwd.
Noem dat PES vaak gebruikt wordt om van losse informatie naar een bruikbare probleemformulering te komen. Het helpt ook bij het formuleren van passende doelen en ondersteuning.
Shazida
Shazida maakt zich druk over haar problemen. Kan ze nog dingen doen die ze vroeger deed?
Hierdoor slaapt ze slecht en blijven de problemen in haar hoofd malen. Ze voelt zich ellendig en zit niet lekker in haar vel.
Aan de hand van de PES-methode worden de problemen van Shazida uitgewerkt.
This item has no instructions
Voorbeeld van PES
Bij Shazida kan de PES er zo uitzien:
P (probleem)- Machteloosheid
E (etiologie)- Onzeker over haar toekomst, veel twijfel over hoe nu verder
S (symptomen)- Hoog emotioneel, vraagt of ze nog kan dansen en school kan afmaken
Bespreek dat de symptomen waarneembaar of hoorbaar moeten zijn. 'Hoog emotioneel' wordt sterker als studenten het kunnen koppelen aan concreet gedrag of uitspraken.
Goede probleemformulering
Criteria voor een efficiënte probleemformulering:
beschreven volgens de PES-formule
symptomen zijn waarneembaar gedrag
taal is begrijpelijk voor de cliënt
de vraag van de cliënt is meegenomen
er zijn genoeg klachten of verschijnselen
het gaat om het probleem van de cliënt
Als je wilt verdiepen, noem ook dat een goede formulering voldoende handvatten moet geven voor een doel en ondersteuningsvraag, en dat het om een actueel of potentieel probleem kan gaan.
Prioriteiten stellen
Niet elk probleem heeft dezelfde urgentie.
Kijk daarom naar:
wat direct erger kan worden
wat de cliënt zelf het belangrijkst vindt
wat jij kunt begeleiden
waarvoor andere hulp nodig is
wat zelfstandigheid bevordert
Maak de koppeling met de casus van Peter: veiligheid, wonen, psychische klachten, schulden en toekomstperspectief kunnen niet allemaal tegelijk even zwaar wegen.
Ondersteuningsvraag formuleren
Vanuit de beginsituatie en de probleemanalyse formuleer je een ondersteuningsvraag.
Die sluit aan bij wat de cliënt nodig heeft.
Voorbeelden van formuleringen:
Ondersteun mij...
Bied mij...
Help mij...
Benadruk dat een ondersteuningsvraag geen algemene wens is, maar voortkomt uit geordende informatie en een duidelijke probleemformulering.
Waar staat de E voor in de PES-formule?
Ervaring
Evaluatie
Etiologie
Effect
Controleert basiskennis van PES voordat studenten ermee gaan werken in een casus.
Vul de stappen aan
Van losse informatie ga je eerst naar een probleemanalyse. Daarna beschrijf je het probleem met de PES-formule. Vanuit die uitwerking formuleer je een ondersteuningsvraag die past bij wat de cliënt nodig heeft.
Laat studenten de vaste volgorde herkennen: analyse, PES, ondersteuningsvraag.
Casus Peter
Peter verblijft in de crisisopvang na problemen op meerdere gebieden:
ontslag en relatieproblemen
depressief en psychotisch geweest
schulden en huisuitzetting
periode op straat en geen hulp
nu rust in Het Baken, maar onzeker over de toekomst
Houd de samenvatting compact op de slide. In de mondelinge toelichting kun je uitwerken dat Peter nu stabiliteit ervaart, maar dat dit niet betekent dat zijn onderliggende problemen weg zijn.
Probleemanalyse bij Peter
Bij Peter moet je informatie eerst ordenen.
Denk aan thema's zoals:
wonen
psychische gezondheid
schulden
dagbesteding of werk
toekomst en zelfredzaamheid
Zo kun je kiezen welk probleem prioriteit heeft.
Noem dat studenten één ordeningsprincipe kunnen gebruiken, bijvoorbeeld per leefgebied of per urgentie. Dat helpt om overzicht te maken in complexe casussen.
Welke ondersteuningsvraag past het best bij Peter?
Help mij mijn hobby kiezen
Bied mij steun bij schulden en wonen
Ondersteun mij met verhuizen morgen
Help mij meer vrije tijd krijgen
De beste optie sluit aan op de casus: schulden, wonen en stabiliteit hebben duidelijke prioriteit. De andere opties zijn te smal of niet passend bij de analyse.
Van PES naar ondersteuningsvraag
Voor Peter kan een gekozen probleem met PES worden uitgewerkt.
Van daaruit ontstaat een ondersteuningsvraag, bijvoorbeeld gericht op:
rust en stabiliteit
hulp bij schulden
ondersteuning bij psychische klachten
werken aan wonen en toekomst
Geef hier geen volledig uitgewerkt modelantwoord als je wilt dat studenten later zelf analyseren. Het doel van deze slide is de denkstap zichtbaar maken: analyse → PES → ondersteuningsvraag.
Werken aan het ondersteuningsplan
Voor de eindopdracht bouw je stap voor stap aan je eigen ondersteuningsplan.
Neem in je document op:
beginsituatie van de cliënt
informatie uit intake of kennismaking
observatie
informatiebronnen
een PES
een ondersteuningsvraag
Verwijs naar de module-eisen: aan het eind worden toolbox en ondersteuningsplan ingeleverd. Deze les levert materiaal op voor de beginsituatie, PES en ondersteuningsvraag.
Maak de casusroute compleet
Voor je ondersteuningsplan beschrijf je eerst de beginsituatie van de cliënt. Daarna gebruik je informatie uit intake, observatie en andere informatiebronnen. Op basis daarvan werk je een PES en een ondersteuningsvraag uit.
Sluit direct aan op de eindopdracht van de les en bereidt studenten voor op het zelfstandig werken aan hun document.
Wat neem jij mee naar je eigen ondersteuningsplan?
Stimuleer concrete antwoorden, bijvoorbeeld: verschil tussen waarnemen en observeren, PES, prioriteiten stellen of feitelijk rapporteren.
Begrippenlijst
waarnemen - iets opmerken met je zintuigen
observeren - doelgericht en systematisch kijken naar gedrag of situatie
continue observatie - een observatie waarbij je doorlopend volgt wat er gebeurt
protocollaire observatie - observeren volgens vaste afspraken of een formulier
contextuele observatie - gedrag bekijken in samenhang met de situatie
intervalobservatie - observeren op vaste momenten
rapporteren - mondeling of schriftelijk doorgeven wat je hebt gezien en gedaan
This item has no instructions
Begrippenlijst
PES-formule - manier om een probleem te beschrijven met probleem, oorzaak en symptomen
probleem - de belemmering of moeilijkheid die bij de cliënt speelt
etiologie - de oorzaak of oorzaken van een probleem
symptomen - signalen of verschijnselen die bij het probleem horen
beginsituatie - beschrijving van de startpositie van de cliënt
objectieve gegevens - feitelijke informatie die controleerbaar is
This item has no instructions