Observeren, analyseren en rapporteren

Observeren, analyseren en rapporteren

1 / 34
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Observeren, analyseren en rapporteren

Deze les focust op de onderdelen observeren, rapporteren, probleemanalyse, probleemformulering en ondersteuningsvraag binnen het examen B1-K1-W1. De eindopdracht van de module loopt op de achtergrond mee: een ondersteuningsplan schrijven op basis van een eigen casus.

Leerdoel

Ik kan observaties en andere informatie ordenen, een probleem formuleren met de PES-formule en daaruit een duidelijke ondersteuningsvraag opstellen.

This item has no instructions

Welke woorden passen volgens jou bij goed observeren?

Gebruik de woorden uit de woordwolk als start van de les. Vraag door op verschillen tussen 'kijken', 'waarnemen' en 'observeren'.

Waarnemen en observeren

Waarnemen is wat je zintuigen opmerken.


Observeren is doelgericht, bewust en systematisch kijken.


Bij observeren let je op gedrag, situatie en context.


Observeren levert informatie op die je later kunt beschrijven en analyseren.

Benadruk dat observeren meer is dan 'iets zien'. Het heeft een doel en gebeurt volgens een aanpak. Koppel dit aan de beroepspraktijk: observaties moeten bruikbaar zijn voor begeleiding en verslaglegging.

Valkuilen bij observeren

  • Te snel conclusies trekken

  • Eigen mening verwarren met feiten

  • Alleen opvallend gedrag onthouden

  • Context niet meenemen

  • Woorden gebruiken die niet concreet zijn

Werk eventueel met voorbeelden zoals: 'cliënt is lastig' is geen observatie; 'cliënt liep tijdens het gesprek drie keer weg' wel. Leg uit dat feitelijk taalgebruik nodig is voor goede rapportage.

Observatiemethodes

Er zijn verschillende manieren om observaties uit te voeren:


  • Continue observatie: doorlopend volgen

  • Protocollaire observatie: volgens vaste afspraken of lijst

  • Contextuele observatie: gedrag bekijken in de situatie

  • Intervalobservatie: kijken op vaste momenten

Laat zien dat de keuze voor een methode afhangt van het doel. Bij onrustig gedrag kan intervalobservatie handig zijn; bij intake of begeleiding is context juist belangrijk.

Observatietechnieken

Bij observatie kun je verschillende technieken gebruiken:


  • Time-sampling: observeren op vaste tijden

  • Event-sampling: observeren bij een gebeurtenis

  • Participerend observeren: je doet zelf mee

  • Niet participerend observeren: je kijkt van buitenaf

Benadruk het verschil tussen methode en techniek: een methode is de aanpak, een techniek is de concrete manier waarop je gegevens verzamelt.

Rapporteren

Rapporteren is het overdragen van wat je hebt gezien en gedaan.


Dat kan door te vertellen of op te schrijven.


Goede rapportage is feitelijk, duidelijk en bruikbaar voor collega's.

Koppel observeren direct aan rapporteren: observeren zonder goede vastlegging verliest waarde. Benoem dat rapportages ook belangrijk zijn voor continuïteit van zorg.

Soorten rapportages

  • verslag in dossier

  • later terug te lezen

  • belangrijk voor afspraken en onderbouwing

  • overdracht aan collega

  • korte terugkoppeling

  • direct bruikbaar in de praktijk

Schriftelijke rapportage

Mondelinge rapportage

Wijs erop dat mondeling en schriftelijk elkaar aanvullen. Schriftelijk rapporteren vraagt extra nauwkeurigheid, omdat anderen het later zonder jouw uitleg moeten begrijpen.

Wat is het verschil tussen waarnemen en observeren?

A

Observeren is doelgericht

B

Waarnemen is systematisch

C

Observeren is toevallig

D

Waarnemen is rapporteren

Correct: observeren is bewust, doelgericht en systematisch. Distractors sluiten aan bij veelgemaakte verwarring tussen kijken, observeren en rapporteren.

Maak de samenvatting compleet

Bij observeren kijk je doelgericht naar gedrag en context. Een veelgemaakte valkuil is te snel conclusies trekken. Wat je ziet, leg je daarna vast in een rapportage, mondeling of schriftelijk.

observeren
conclusies
rapportage
waarnemen
gevoelens
observatie
dossier

De kernwoorden komen rechtstreeks uit de behandelde slides: observeren, conclusies en rapportage.

Welke observatietechniek lijkt jou het meest bruikbaar op stage?

1

Time-sampling

2

Event-sampling

3

Participerend

4

Niet participerend

This item has no instructions

Van informatie naar analyse

Een probleem formuleer je niet zomaar.


Je begint met:

  • informatie ordenen

  • probleemanalyse

  • probleemformulering


Daarna kun je een ondersteuningsvraag opstellen.

Maak hier de overgang van observeren naar analyseren. Laat zien dat losse gegevens eerst geordend moeten worden voordat een begeleider een probleem goed kan benoemen.

Probleemanalyse

Bij een probleemanalyse kijk je kritisch naar de situatie:


  • Wie heeft het probleem?

  • Is het probleem oplosbaar?

  • Gaat het om een echt probleem of een ervaren probleem?

  • Welke informatie ondersteunt deze conclusie?

Leg het verschil uit tussen een objectief zichtbaar probleem en een probleem dat vooral door de cliënt zo ervaren wordt. Beide zijn relevant, maar vragen soms om een andere aanpak.

Waarop stel je een probleem vast?

Een probleem stel je vast op basis van:


  • conditie van de cliënt

  • behoefte aan begeleiding

  • visie van cliënt en hulpverlener

  • objectieve gegevens

  • onderhandeling met de cliënt

Benadruk dat de cliënt niet buiten beeld mag raken. Een probleemformulering moet aansluiten bij wat de cliënt ervaart én bij wat professioneel zichtbaar is.

  1. De manier waarop iemand zijn eigen    gezondheid beleeft en in stand houdt.

  1. Voedings- en stofwisselingspatroon

  1. Uitscheidingspatroon

  1. Activiteitenpatroon

  1. Slaap- en rustpatroon

  1. Cognitie en waarnemingspatroon

7.   Zelfbelevingspatroon

8.   Rollen- en relatiepatroon

9.   Seksualiteit- en voortplantingspatroon

10. Stressverwerkingspatroon

11. Waarden- en levensovertuigingenpatroon

De functionele gezondheidspatronen volgens Gordon

This item has no instructions

Begrippenlijst

time-sampling - observeren op vooraf bepaalde tijden

event-sampling - observeren wanneer een bepaalde gebeurtenis voorkomt

participerend observeren - observeren terwijl je zelf deelneemt

niet participerend observeren - observeren zonder zelf mee te doen

probleemanalyse - het ordenen en beoordelen van informatie om een probleem vast te stellen

probleemformulering - een duidelijke beschrijving van het probleem van de cliënt

ondersteuningsvraag - de hulp of ondersteuning die de cliënt nodig heeft

This item has no instructions

De PES-formule

De PES-formule helpt om een probleem helder te beschrijven.


P - Probleem

E - Etiologie: oorzaak of oorzaken

S - Symptomen: verschijnselen die je ziet of hoort


Zo wordt een probleem concreet en onderbouwd.

Noem dat PES vaak gebruikt wordt om van losse informatie naar een bruikbare probleemformulering te komen. Het helpt ook bij het formuleren van passende doelen en ondersteuning.

Shazida

Shazida maakt zich druk over haar problemen. Kan ze nog dingen doen die ze vroeger deed?

Hierdoor slaapt ze slecht en blijven de problemen in haar hoofd malen. Ze voelt zich ellendig en zit niet lekker in haar vel.


Aan de hand van de PES-methode worden de problemen van Shazida uitgewerkt.

This item has no instructions

Voorbeeld van PES

Bij Shazida kan de PES er zo uitzien:


P (probleem)- Machteloosheid

E (etiologie)- Onzeker over haar toekomst, veel twijfel over hoe nu verder

S (symptomen)- Hoog emotioneel, vraagt of ze nog kan dansen en school kan afmaken

Bespreek dat de symptomen waarneembaar of hoorbaar moeten zijn. 'Hoog emotioneel' wordt sterker als studenten het kunnen koppelen aan concreet gedrag of uitspraken.

Goede probleemformulering

Criteria voor een efficiënte probleemformulering:


  • beschreven volgens de PES-formule

  • symptomen zijn waarneembaar gedrag

  • taal is begrijpelijk voor de cliënt

  • de vraag van de cliënt is meegenomen

  • er zijn genoeg klachten of verschijnselen

  • het gaat om het probleem van de cliënt

Als je wilt verdiepen, noem ook dat een goede formulering voldoende handvatten moet geven voor een doel en ondersteuningsvraag, en dat het om een actueel of potentieel probleem kan gaan.

Prioriteiten stellen

Niet elk probleem heeft dezelfde urgentie.


Kijk daarom naar:

  • wat direct erger kan worden

  • wat de cliënt zelf het belangrijkst vindt

  • wat jij kunt begeleiden

  • waarvoor andere hulp nodig is

  • wat zelfstandigheid bevordert

Maak de koppeling met de casus van Peter: veiligheid, wonen, psychische klachten, schulden en toekomstperspectief kunnen niet allemaal tegelijk even zwaar wegen.

Ondersteuningsvraag formuleren

Vanuit de beginsituatie en de probleemanalyse formuleer je een ondersteuningsvraag.


Die sluit aan bij wat de cliënt nodig heeft.


Voorbeelden van formuleringen:

  • Ondersteun mij...

  • Bied mij...

  • Help mij...

Benadruk dat een ondersteuningsvraag geen algemene wens is, maar voortkomt uit geordende informatie en een duidelijke probleemformulering.

Waar staat de E voor in de PES-formule?

A

Ervaring

B

Evaluatie

C

Etiologie

D

Effect

Controleert basiskennis van PES voordat studenten ermee gaan werken in een casus.

Vul de stappen aan

Van losse informatie ga je eerst naar een probleemanalyse. Daarna beschrijf je het probleem met de PES-formule. Vanuit die uitwerking formuleer je een ondersteuningsvraag die past bij wat de cliënt nodig heeft.

probleemanalyse
PES-formule
ondersteuningsvraag
rapportage
beginsituatie
observatie
doelstelling

Laat studenten de vaste volgorde herkennen: analyse, PES, ondersteuningsvraag.

Casus Peter

Peter verblijft in de crisisopvang na problemen op meerdere gebieden:


  • ontslag en relatieproblemen

  • depressief en psychotisch geweest

  • schulden en huisuitzetting

  • periode op straat en geen hulp

  • nu rust in Het Baken, maar onzeker over de toekomst

Houd de samenvatting compact op de slide. In de mondelinge toelichting kun je uitwerken dat Peter nu stabiliteit ervaart, maar dat dit niet betekent dat zijn onderliggende problemen weg zijn.

Probleemanalyse bij Peter

Bij Peter moet je informatie eerst ordenen.


Denk aan thema's zoals:

  • wonen

  • psychische gezondheid

  • schulden

  • dagbesteding of werk

  • toekomst en zelfredzaamheid


Zo kun je kiezen welk probleem prioriteit heeft.

Noem dat studenten één ordeningsprincipe kunnen gebruiken, bijvoorbeeld per leefgebied of per urgentie. Dat helpt om overzicht te maken in complexe casussen.

Welke ondersteuningsvraag past het best bij Peter?

A

Help mij mijn hobby kiezen

B

Bied mij steun bij schulden en wonen

C

Ondersteun mij met verhuizen morgen

D

Help mij meer vrije tijd krijgen

De beste optie sluit aan op de casus: schulden, wonen en stabiliteit hebben duidelijke prioriteit. De andere opties zijn te smal of niet passend bij de analyse.

Van PES naar ondersteuningsvraag

Voor Peter kan een gekozen probleem met PES worden uitgewerkt.


Van daaruit ontstaat een ondersteuningsvraag, bijvoorbeeld gericht op:

  • rust en stabiliteit

  • hulp bij schulden

  • ondersteuning bij psychische klachten

  • werken aan wonen en toekomst

Geef hier geen volledig uitgewerkt modelantwoord als je wilt dat studenten later zelf analyseren. Het doel van deze slide is de denkstap zichtbaar maken: analyse → PES → ondersteuningsvraag.

Werken aan het ondersteuningsplan

Voor de eindopdracht bouw je stap voor stap aan je eigen ondersteuningsplan.


Neem in je document op:

  • beginsituatie van de cliënt

  • informatie uit intake of kennismaking

  • observatie

  • informatiebronnen

  • een PES

  • een ondersteuningsvraag

Verwijs naar de module-eisen: aan het eind worden toolbox en ondersteuningsplan ingeleverd. Deze les levert materiaal op voor de beginsituatie, PES en ondersteuningsvraag.

Maak de casusroute compleet

Voor je ondersteuningsplan beschrijf je eerst de beginsituatie van de cliënt. Daarna gebruik je informatie uit intake, observatie en andere informatiebronnen. Op basis daarvan werk je een PES en een ondersteuningsvraag uit.

beginsituatie
informatiebronnen
PES
rapportage
doelen
evaluatie
planning

Sluit direct aan op de eindopdracht van de les en bereidt studenten voor op het zelfstandig werken aan hun document.

Wat neem jij mee naar je eigen ondersteuningsplan?

Stimuleer concrete antwoorden, bijvoorbeeld: verschil tussen waarnemen en observeren, PES, prioriteiten stellen of feitelijk rapporteren.

Begrippenlijst

waarnemen - iets opmerken met je zintuigen

observeren - doelgericht en systematisch kijken naar gedrag of situatie

continue observatie - een observatie waarbij je doorlopend volgt wat er gebeurt

protocollaire observatie - observeren volgens vaste afspraken of een formulier

contextuele observatie - gedrag bekijken in samenhang met de situatie

intervalobservatie - observeren op vaste momenten

rapporteren - mondeling of schriftelijk doorgeven wat je hebt gezien en gedaan

This item has no instructions

Begrippenlijst

PES-formule - manier om een probleem te beschrijven met probleem, oorzaak en symptomen

probleem - de belemmering of moeilijkheid die bij de cliënt speelt

etiologie - de oorzaak of oorzaken van een probleem

symptomen - signalen of verschijnselen die bij het probleem horen

beginsituatie - beschrijving van de startpositie van de cliënt

objectieve gegevens - feitelijke informatie die controleerbaar is

This item has no instructions