ad familiares 5.7 r.6-11

ad familiares 5.7 r.6-11
1 / 15
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

ad familiares 5.7 r.6-11

Slide 1 - Slide

Ad me autem litteras quas misisti, quamquam exiguam significationem tuae erga me voluntatis habebant, tamen mihi scito iucundas fuisse.

 litteras: Dit was een brief die Pompeius persoonlijk aan Cicero heeft gestuurd, terwijl Pompeius tegelijk zijn officiële rapport aan de senaat stuurde.
Verder moet je weten dat de brief die je aan mij hebt gestuurd, hoewel hij maar een geringe aanduiding van jouw goede wil ten opzichte van mij bevatte, toch voor mij aangenaam is geweest

Slide 2 - Slide

lees:
 litteras autem 
      [quas ad me misisti],       
           [quamquam exiguam  
           significationem tuae 
           erga me voluntatis             
           habebant,] 
    tamen mihi 
scito 
    iucundas fuisse. 
Verder moet je weten 
dat de brief 
   die je aan mij hebt gestuurd
              hoewel hij maar een geringe 
             aanduiding van jouw goede wil 
            ten opzichte van mij bevatte, toch voor mij aangenaam is geweest

Slide 3 - Slide

Ad me autem litteras quas misisti:
ad me hoort bij misisti, maar is hier voor de bijzin geplaats. Welk stilistisch middel herken je daarbij?
A
anafoor
B
hyperbool
C
inversie
D
litotes

Slide 4 - Quiz

Nulla enim re tam laetari soleo quam meorum officiorum conscientia ; 


      [quibus si quando non mutue 
       respondetur] , 
apud me plus offici residere 
facillime patior
Want over geen enkele zaak pleeg ik mij zo te verheugen als over het bewustzijn (besef) van mijn dienstbewijzen; 
en als daarop eens niet in gelijke mate wordt geantwoord, heb ik er geen enkel bezwaar tegen dat de balans van dienstvaardigheid naar mijn kant doorslaat. 

Slide 5 - Slide

Waarover verheugt Cicero zich hier dus het meest?
A
Over politieke successen
B
Over het besef van zijn eigen plichtsbetrachting
C
Over vriendschap
D
Over lof van anderen

Slide 6 - Quiz

quibus is een relatieve aansluiting (zie p. 224).
Wat is het antecedent van quibus?
A
Nulla re
B
meorum officiorum
C
conscientia
D
ingesloten

Slide 7 - Quiz

si quando non mutue respondetur: Wat had Cicero dus verwacht?
A
Dat Pompeius altijd zou reageren op zijn brieven
B
Dat Pompeius zijn vriendschap zou beëindigen
C
Dat hij geen hulp van anderen nodig zou hebben
D
Dat Pompeius hem zou bedanken voor zijn daden.

Slide 8 - Quiz

Hoe vindt Cicero dat hij reageert op het feit dat Pompeius hem niet fatsoenlijk bedankt voor zijn daden?
A
Hij accepteert dat rustig en zonder wrok
B
Hij is daar duidelijk boos en teleurgesteld over
C
Hij besluit zijn inzet voortaan te verminderen
D
Hij verbreekt de vriendschap

Slide 9 - Quiz

Illud non dubito
    [quin, 
          si te mea summa erga te studia 
          parum mihi adiunxerint,]
   res publica nos inter nos 
   conciliatura coniuncturaque sit ].
Hieraan twijfel ik niet, 
dat als mijn volledige toewijding aan jou mij te weinig zal hebben opgeleverd, 
het staatsbelang ons met elkaar zal verzoenen en verbinden.

Slide 10 - Slide

mea summa erga te studia
Waar kan Cicero concreet aan denken?

Slide 11 - Open question

mea summa erga te studia: Met welke woorden uit het voorafgaande vormt dit een antithese?
A
exiguam significationem tuae erga me voluntatis
B
exiguam
C
iucundas
D
Nulla enim re tam laetari soleo quam meorum officiorum conscientia

Slide 12 - Quiz

In welke vorm staat adiunxerint?
A
3e mv ind fut ex A
B
3e mv conj fut A
C
3e mv conj perf A
D
3e mv conj perf A of 3e mv ind fut ex A

Slide 13 - Quiz

conciliatura coniuncturaque sit: Waarom wordt hier de coniunctivus gebruikt?
A
Het staat in een afhankelijk vraag
B
Het is een irrealis
C
Het is een potentialis
D
Het is een consecutivus

Slide 14 - Quiz

Welk stilistisch middel herken je naast alliteratie bij conciliatura coniuncturaque sit?

Slide 15 - Open question