Herhaling en oefening

Goedemiddag!
Vandaag gaan we herhalen en oefenen!
Laat je IPad nog in je tas en pak je boeken en schrift erbij.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Items in this lesson

Goedemiddag!
Vandaag gaan we herhalen en oefenen!
Laat je IPad nog in je tas en pak je boeken en schrift erbij.

Slide 1 - Slide

Programma van deze les
  1. Mededeling
  2. Herhaling van de lesstof 
  3. Maken opdrachten/ nakijken opdrachten/extra oefenen
  4. Afsluiting 

Slide 2 - Slide

Mededeling
Paragraaf 4.3 over arbeid wordt niet getoetst!
Deze hoef je dus ook niet te leren en ook niet te oefenen.
Scheelt weer!

Slide 3 - Slide

Herhaling van de lesstof
Niet nodig? Ga dan alvast aan de slag met oefenen aan de hand van je checklist. Vink af wat je al hebt gedaan en wat je al kent.

Slide 4 - Slide

Krachten tekenen
Hiervoor gebruik je pijlen en een krachtenschaal. 
Bijvoorbeeld: 1 cm=3N
Een kracht heeft een grootte, een aangrijppunt en een richting. Grootheden met deze eigenschappen noem je vectoren.





Slide 5 - Slide

Het aangrijppunt en de richting van een kracht.
Het zwaartepunt (symbool: Z): het punt in een  
voorwerp waarin de zwaartekracht aangrijpt. 
Meestal in het midden van een voorwerp.

Het aangrijppunt bij andere 
krachten is vaak te beredeneren 
vanuit een verhaal of plaatje.

Slide 6 - Slide

Veerconstante
De veerconstante geeft aan hoever een veer uitrekt wanneer er een bepaalde kracht aan trekt. Dus: hoe stug of soepel een veer is. 





C = veerconstante in newton per meter (N/m)
F = kracht die aan de veer trekt in newton (N)
u = uitrekking van de veer in meter (m)
(vaak wordt de veerconstante ook aangegeven in N/cm, omdat dit vaak praktischer is bij het noteren van de waardes.)
C=uF

Slide 7 - Slide

Krachten in 1 lijn
Van krachten die in 1 lijn liggen kun je de resultante bepalen door de krachten op te tellen. 

Hou daarbij rekening met de richting die de krachten hebben.

Slide 8 - Slide

Krachten samenstellen
Bij twee krachten die in verschillende richtingen werken kun je de resultante bepalen met de paralellogrammethode.
Hiervoor heb je een geodriehoek nodig.

Slide 9 - Slide

Verandering van beweging en richting van de resultante van de krachten (Fres)

Slide 10 - Slide

Eenparige beweging in een (x,t)-diagram
Eenparige beweging in een (v,t) diagram

Slide 11 - Slide

Eenparige versnelling in een (x,t)-diagram
Eenparige versnelling in een (v,t) diagram

Slide 12 - Slide

Versnelling berekenen



a= versnelling in m/s2
v = veind - vbegin (verandering van snelheid) in m/s
t = teind - tbegin (verandering van tijd) in s
a=ΔtΔv

Slide 13 - Slide

Tweede wet van Newton


F= de kracht in Newton (N)
m= de massa in kilogram (kg)
a= de versnelling in meters per seconde kwadraat (m/s2)

Ofwel: 1 Newton is de kracht die nodig is om 1 kg een versnelling te geven van 1 m/s2 .

F=ma

Slide 14 - Slide

Wat is de resultante (Fres)?

Slide 15 - Slide

Afsluiting
Volgende les gaan we een proeftoets maken en deze in de les bespreken.

Slide 16 - Slide