test

Opraapwagens

1 / 35
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTechniekMBOStudiejaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Opraapwagens

Voeg hier je vraag toe

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Historie opraapwagens

Opbouw opraapwagen

Iedere opraapwagen met snijinrichting is in grote lijnen als volgt opgebouwd:


  • Chassis

Dit is het frame waar o.a. dissel en wielstel aan gemonteerd zijn


  • Opraapgedeelte

Dit is de pick-up die het product opraapt


  • Snijgedeelte

De snijinrichting met invoergedeelte


  • Laadgedeelte

Laadbak waar het product in geladen wordt


  • Losconstructie

Achterklep, bodemketting, en eventueel

doseerwalsen en losband voor stalvoedering



Het opraapgedeelte, ook wel pick-up genoemd, raapt het gras van het land op en brengt dit verder naar de invoer met het snijgedeelte. Daar wordt het gesneden en


Belangrijk bij de afstelling van de pick-up:


De pick-up tanden mogen de toppen van het niet gemaaide gras, net raken, maar mogen zeker niet dieper staan dan dit. Controleer voor je aan het werk gaat de afstelling.


Een te diepe afstelling geeft schade aan de graszode en onnodig

veel vervuiling in de kuil. Dit zie je alleen terug in de uitslag van de

monstername, bij de kolom: Ruwe as.


ONDERSCHAT DE GEVOLGEN VAN EEN VERKEERDE

AFSTELLING VAN DE PICK-UP NIET!!


Liever af en toe een klein plukje laten liggen dan een veel

schade graszode en vervuiling in je kuil.

Afstelling pick-up

Opbouw pick-up

Het opraapgedeelte, dus ook wel pick-up is opgebouwd uit:


  • Curvbaan

  • Rondsel met tandbalken

  • Pick-up tanden

  • In hoogte verstelbare steunwielen / looprol

  • Kortgewasplaat of gewasrol

  • Aandrijving d.m.v. kettingen / tandwielen

  • Hydraulische cilinders voor heffen / zakken

  • Geleideplaten


Stekende pick-up

Wordt door de wagen voorwaarts vooruit geduwd


De voor,- en nadelen van een slepende pick up:


+ Goed zicht op de pick-up vanuit de trekker


+ Goede gewasstroom door de invoer inrichting


- Pick-up kan eerder gaan ‘’stuiteren’’ dan een slepende


- Weinig ruimte onder de wagen tijdens transport


- Vaak een kort gewasplaat / gewasrol gebruiken

Slepende pick-up

Wordt door de wagen meegetrokken in plaats van geduwd:



De voor,- en nadelen van een slepende pick-up:


+ Volgt rustig de ondergrond


+ Kan mooi compact omhoog worden bewogen onder de wagen


- Vanuit de trekker minder / geen zicht op de pick-up


- Ruimere bochten rijden met de trekker

Invoergedeelte met rotor

Hiernaast zie je een invoergedeelte dat met een snijrotor is uitgerust.


De messen achter de snijrotor zijn individueel (ieder apart)

beveiligd door middel van een veer.


Zodra er een hard tussen de rotor en het mes komt,

kan een mes of kunnen meerdere messen naar achteren

scharnieren. Als het harde voorwerp is doorgevoerd,

beweegt de veer het snijmes terug in de snijinrichting.


Hierdoor kan het harde voorwerp naar de laadbak en

brengt het geen (verdere) schade aan de snijinrichting

van de opraapwagen. Het invoergedeelte van de opraap-

wagen wordt beveiligd door middel van een slipkoppeling

in de aandrijflijn.

Invoergedeelte met balken

Hiernaast zie je een invoergedeelte dat met balken is uitgerust.

Deze balken worden ook wel eens meenemers genoemd.


De balken met aan het einde een stuurarm, bewegen in

een grote curvebaan aan de zijkant van de invoer.

Het werkt volgens hetzelfde principe van een pick-up.


Doordat er telkens een balk het gewas meeneemt en

doordat het telkens even duurt voordat de volgende

balk / meenemer eraan komt, beweegt en schudt het

invoergedeelte meer dan die van een rotorinvoer.


Ook is de capaciteit over het algemeen lager dan een rotorinvoer.

Een rotor kan constant gras verwerken en meer vermogen overbrengen.

Zo draait de invoer met een rotor over het algemeen rustiger dan die van een balkeninvoer.

Een invoer met balken, zie je met name bij de wat kleinere en oudere opraapwagens.




Invoergedeelte balken

Hiernaast zie je een invoergedeelte dat met balken is uitgerust.

Deze balken worden ook wel eens meenemers genoemd.





Snij-inrichting

Nadat de pick-up het product heeft opgeruimd

van de ondergrond, wordt het gras doorgevoerd

naar de snijinrichting.


Grotere en moderne opraapwagens zijn vaak

uitgevoerd met een rotorinvoer.


Een zware rotor met kammen pakt het gewas

En draait dit door de snijmessen.


Als het gewas gesneden is, wordt het gewas door

‘’afstrijkers’’ van de rotor gehaald en komt in de

laadbak van de opraapwagen.

De looprol achter de pick up zorgt voor een groter wieloppervlak,

Waardoor de pick-up minder inspoort en beter op hoogte blijft.

Snij-inrichting

Bij opraapwagens zit een snijinrichting om zo het gras beter te kunnen conserveren (bewaren) in de kuil. Omdat het gras gesneden is, zit er naar verhouding minder zuurstof in de kuil, waardoor het ook beter te bewaren is. Bovendien is het beter en mooier aan te rijden.


Als je alle messen ingeschakeld hebt in een snijgedeelte, ligt de snijlengte ongeveer tussen de 35 en de 45 mm, afhankelijk van het merk / opbouw van de opraapwagen.


Snijmessen van een opraapwagen kunnen verschillende vormen hebben. Dit hangt af van het type snij-inrichting en het merk.


Snijmessen zijn demontabel (eruit te halen). Zo kun je de messen goed slijpen met een afbraamschijf op een haakse slijper of op een slijptafel.


Het is heel belangrijk dat je werkt met SCHERPE messen. Waarom?


  • Goede snijkwaliteit van het gras.

  • Minder weerstand tijdens het laden, dus een hogere capaciteit

  • Fors lager brandstofbesparing van de trekker.


Loonwerkers die volle dagen werken met opraapwagens,

zorgen ervoor dat er iedere dag een geslepen set messen

wordt gemonteerd in de snij-inrichting.










Snijmessen



Slijpen van snijmessen

Je kunt de snijmessen van een opraapwagen (of balenpers) slijpen met

een haakse slijper of een ‘’slijpbank’’.


Met het slijpen met een haakse slijper, slijp je in een constante beweging

Van de ene naar de andere kant. Niet ‘’heen en weer’’ bewegen. Als je dat

doet, blijf je op het ‘’keerpunt’’ van de beweging te lang op 1 plaats slijpen.

Hierdoor onstaan er blauwe en daardoor zwakkere plekken in het snijmes.


Probeer dus met een constante snelheid en houding de messen te slijpen.

Hoe vlakker de hoek, des te langer blijft het mes scherp en bruikbaar.


Je kunt ook ervoor kiezen om de messen te slijpen in een ‘’slijpbank’’.

Daarin klem je het mes en beweeg je een ronddraaiende slijpsteen heen

en weer. De hoek is dan altijd hetzelfde maar ook hierbij moet je denken

aan een constante beweging en niet ‘’heen en weer’’ bewegen.

Mesbeveiliging


Het kan altijd gebeuren dat er voorwerpen in het gras zitten die er niet in horen.


Denk aan stenen, afgebroken schudder,- of harktanden, mollenklemmen, noem maar op.

Om te voorkomen dat de messen of de constructie van de bevestiging te beschermen, is ieder snijmes van de opraapwagen afzonderlijk beveiligd.


Als er een hard voorwerp in de snij-inrichting komt,

klapt het mes naar achteren, zodat het harde voorwerp

erlangs kan en niet voor (meer) schade zorgt.


In de volgende slide zie je hoe de mesbeveiliging werkt.

Invoer in laadbak

Zodra het gewas is gesneden door de snijinrichting, voert de balk of rotorinvoer het gewas door naar

de laadbak van de opraapwagen. Het gewas wordt door de afstrijkers (grijze dunne platen) van de balken

of de rotor afgehaald. Daardoor blijft het gewas in de laadbak en wordt de laadbak van de opraapwagen gevuld.

Schuine bodem laadbak

Invoer met schuin oplopende bodem

Om het gewas minder weerstand te geven bij het

binnenkomen van het laadgedeelte, is bij sommige

opraapwagens het begin van de laadbodem,

schuin oplopend gemaakt.


Dit geeft minder weerstand, minder warmtewikkeling

en heeft een gunstig effect op het brandstofverbruik

van de trekker (minder vermogen nodig)

Laadgedeelte / bak (bovenbouw)

De laadgedeelte / laadbak is van geprofileerd staal gemaakt.


Vaak wordt geprobeerd de laadbak (ook wel

bovenbouw genoemd), zo licht mogelijk van

gewicht te houden, dit om het ledig gewicht

van de wagen niet onnodig hoog te maken.


De inhoud van de laadbak kan variëren tussen

de 10 m3 bij kleinere opraapwagens, tot meer

dan 70 m3 bij grote opraapwagens.

Laadgedeelte

Door de aanvoer van gewas in de laadbak, moet het gewas af en toe naar achteren worden gebracht.

Dit kun je doen door de bodemketting(en), tijdens het laden, telkens een stukje naar achteren te laten draaien.

Daardoor ontstaat er aan de voorkant van de laadbak weer ruimte voor nieuw in te voeren gewas.

Bij moderne opraapwagens wordt daarvoor een laad-automaat gebruikt. Zo krijg je een gelijke vulling.

Enkele bodemketting (1 rij meenemers)

Dubbele bodemketting (2 rijen meenemers)

Aandrijving bodemketting

De bodemketting wordt door een hydromotor aangedreven aan

de achterzijde van de laadbak.


De aandrijving van de bodemketting zit aan de achterkant.

De ketting wordt als het ware naar achterkant van de laadbak

‘’getrokken’’.


De spanning van de bodemketting is te stellen met spanrollen.

Deze spanrollen zitten aan de voorkant van de wagen, vlak achter het

invoergedeelte.


Vaak zit er een vertragingskast bij de hydromotor van de

aandrijving van de bodemketting. Zo kan er een lichtere hydromotor

worden gebruikt en vraagt dit minder vermogen om te ‘’lossen’’.

De (cardan) olie die in de tandwielkast zit, moet ieder jaar

ververst worden.

Vullen van de laadbak

Tijdens het oprapen op het perceel, wordt de laadbak steeds verder gevuld. Er zitten gaten in het kopschot / voorwand, zodat je goed kunt zien hoeveel gras er geladen wordt.


Tijdens het rijden moet je regelmatig de bodemketting een stukje naar achteren laten gaan, zodat er bij de invoer weer voldoende ruimte vrijkomt om te kunnen laden.


Hoe langer je hiermee wacht, des te ‘’strakker’’ de laadbak wordt

geladen. Je kunt hiermee wel meer gras in een vracht meenemen.

Hoe strakker het laden gaat, des te meer vermogen dit vraagt van

de trekker.


In de achterklep zit vaak een knop die de trekkerchauffeur

‘’waarschuwt’’ dat de laadbak vol is. Omdat dit naarmate de

vulling van de laadbak steeds lastiger wordt, wordt er op moder-

nere opraapwagens een laadautomaat toegepast.

Laadautomaat

Om de laadbak mooi strak en even vol te laden,

kan een laadautomaat daarbij helpen.


Een laadautomaat kan uit 2 manieren uitgevoerd zijn:



  • Belasting meten met hoeveel kracht de rotor moet draaien


  • Een klep / vork die de druk meet bij de bovenkant van de laadbak



Op het beeldscherm kun je tijdens het laden in de gaten houden

hoe vol je laadbak gevuld is. Zodra deze vol is, krijg je een signaal

dat je de lading moet gaan lossen. Er zit bij veel opraapwagens een

schakelaar in de achterklep die meet of de wagen wel / niet vol is.

Beweegbare voorkant

Bij grotere opraapwagens kun je een beweegbare voorkant

tegenkomen.


Deze beweegbare voorkant heeft de volgende kenmerken:


  • Kan tijdens het laden het product een aantal keren samenpersen


  • Als de laadbak bijna vol zit, kun je nog wat meer meenemen

door de voorkant naar de kant van de trekker te bewegen


  • Bij het lossen kan de beweegbare voorkant helpen om de wagen

sneller te kunnen lossen


Lading afdekken

Om te voorkomen dat er gewas wordt

verloren tijdens het transport op het

veld en op de weg, kan er op de

bovenkant van de laadbak een afdek

systeem gemonteerd worden.


Dit is een relatief lichtgewicht systeem

dat ervoor zorgt dat er geen gewas

Wordt verloren tijdens het rijden.

Knikdissel

Om een goede bodemvrijheid (ruimte tussen de grond en de onderkant machine) is het bij opraapwagens

noodzakelijk om de dissel uit te voeren van een kniksysteem, ook wel knikdissel genoemd.


De dissel kan een op en neergaande beweging maken

ten opzichte van de laadbak.


Hierdoor kan de voorkant van de wagen omhoog bewogen

worden, waardoor er meer ruimte ontstaat tussen de

grond en de onderkant van de machine.


Hierdoor wordt onder andere voorkomen dat de pick-up,

tijdens het rijden op de kuil, vast komt te zitten.

Losgedeelte

Lossen met doseerwalsen

Om een mooi verdeelde laag gewas te lossen, kan een opraapwagen uitgerust worden met doseerwalsen.

Deze doseerwalsen worden door kettingen of door hydromotoren aangedreven.


De doseerwalsen ‘’plukken’’ het geladen gewas los en werpen het zo luchtig en breedwerpig uit.


Grootste voordeel hiervan is dat de shovel of trekker met kuilverdeler minder werk heeft om te verdelen en

dus eerder en langer de kuil aan kan rijden, waardoor deze goed vast komt te zitten.

Lossen met doseerwalsen

LINKS is een opraapwagen ZONDER doseerwalsen

RECHTS is een opraapwagen MET doseerwalsen


Zie het verschil!

Innovaties bij opraapwagens

Ondanks dat de huidige opraapwagens de maximale maatvoering en

laadvolume hebben gereikt, blijven de ontwikkelingen van dit werktuig

alsmaar doorgaan.


Enkele voorbeelden:


NIR-sensor aan de voorkant van de laadbak


Weegcellen die de massa van iedere lading meten in combinatie

met voedingswaardemeting kan een goed beeld gegeven worden

over de voederwaarde van het product


Alsmaar hogere wielen monteren voor een zo laag mogelijke

rolweerstand op de ondergrond

Rechts: In de witte cirkel op het plaatje zit een NIR-sensor

die de voedingswaarde van het geladen product meet.

Onderhoud bij opraapwagens

Goed onderhoud aan de opraapwagen, voor, tijdens en na het seizoen is erg belangrijk.


Tijdens het seizoen onderhoud je DAGELIJKS:


  • Smeerpunten doorsmeren (inclusief tussenas)

  • Schoonhouden van de laadbak en het invoergedeelte

  • Snijmessen slijpen

  • Spanning van de bodemketting controleren en zonodig bijstellen.

  • Bandenspanning en verlichting controleren


JAARLIJKS OF NA HET SEIZOEN onderhoud / controleer je het volgende:


  • Netjes schoonblazen / schoonspuiten van de gehele opraapwagen en droog stallen

  • Oliereservoirs (tandwielkasten) verversen

  • De bedieningskast op een droge en vorstvrije plaats bewaren.


Einde