Tim heeft een vreemd gevoel in zijn buik. Hij weet niet zeker of hij blij is of zenuwachtig. Morgen is het schoolfeest, en daar zal ook Emma zijn, op wie hij stiekem verliefd is. Hij is bang dat hij iets stoms zal zeggen. Vorige week voelde hij zich nog gelukkig toen ze samen lachten in de pauze. Maar nu heeft hij een beetje liefdesverdriet, omdat ze hem misschien niet leuk vindt. Wat als ze hem uitlacht? Hij wordt er een beetje verlegen van.