§3 - Landelijke politiek

                  §3 - Landelijke politiek
1 / 24
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quiz, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

                  §3 - Landelijke politiek

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

De Regering
  • Regering: koning + ministers
  • Kabinet: ministers + staatssecretarissen

  • Taken:
1. Maken van wetsvoorstellen
2. Uitvoeren van wetsvoorstellen
3. Opstellen van de jaarlijkste Rijksbegroting voor Prinsjesdag

Wie zien we hier op de afbeelding?

Slide 3 - Slide

Ministers
Zij maken wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer en daarna door de Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd. Een wet wordt goedgekeurd als meer dan de helft van het aantal mensen voor de wet stemt.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Staatssecretaris
Het 'hulpje' van de minister. Hij helpt de minister bij het maken van wetsvoorstellen en geeft de minister adviezen over wetsvoorstellen.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Link

Koning
Taken:
  1. Handtekening zetten onder nieuwe wetten
  2. Staatsbezoeken (handelsmissie!)
  3. Wekelijks overleg met minister president
  4. Voorlezen Troonrede op Prinsjesdag

Slide 8 - Slide

Eerste Kamer
Tweede Kamer

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Link



Het Parlement



Slide 11 - Slide

Parlement (Staten-Generaal)
Bestaat uit: 1e en 2e Kamer. Het parlement heeft 2 taken:
1. Het maken van wetten, samen met de regering.
2. Het controleren van de regering

  • Coalitie = regeringspartijen. Zij leveren de ministers. Deze ministers zitten niet in de 2e kamer. De regeringspartijen zitten ook in de 2e en 1e kamer en 'strijden' tegen de oppositie.
  • Oppositie = de partijen die niet in de regering zitten, maar alleen in de 1e en 2e kamer. Zij 'strijden' tegen de coalitie. 

Huidige coalitie: VVD/D66/ChristenUnie/CDA

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Link

Slide 17 - Video

Het parlement heeft een wetgevende en controlerende taak, hiervoor hebben ze verschillende rechten:

Wetgevende taak:
• Stemrecht: wetsvoorstellen goed of afkeuren
• Recht van amendement: delen van wetsvoorstellen veranderen (alleen Tweede Kamer)
• Recht van initiatief: zelf wetsvoorstellen maken (alleen Tweede Kamer)

Controlerende taak:
• Vragenrecht: mondeling/per brief vragen stellen aan ministers/staatssecretarisen
• Motierecht: een motie is een uitspraak waarin de Kamer haar mening over iets geeft of een minister vraagt iets te doen.
• Recht van interpellatie: minister ter verantwoording roepen voor zijn/haar beleid.
• Enquêterecht: groot onderzoek uit laten voeren naar het kabinet.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Link

Hoe komt een wet tot stand?
1 Er is een maatschappelijk probleem.
2 Een minister of Tweede Kamer maakt een wetsvoorstel.
3 De Tweede Kamer debatteert over het wetsvoorstel.
4 Tweede Kamerleden dienen amendementen in.
5 De Tweede Kamer stemt over de amendementen en het definitieve wetsvoorstel
6 De Eerste Kamer stemt over het wetsvoorstel. Zij mogen geen aanpassingen maken.
7 De koning en de verantwoordelijke minister ondertekenen het wetsvoorstel.
8 De wet wordt gepubliceerd op de website officielebekendmakingen.nl. Hiermee is de wet automatisch van kracht.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Link

Wat viel je op in de Tweede Kamer?

Slide 22 - Open question

DE REGERING:
De koning & ministers 

Slide 23 - Slide

KABINET 
Ministers & staatssecretarissen  
(het dagelijks bestuur van ons land)

Slide 24 - Slide