13.3 Het hart

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 13.3 blz. 118 
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 19
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 13.3 blz. 118 
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt in de dubbele bloedsomloop van de mens de kleine en de grote bloedsomloop onderscheiden met hun functies.
  • Je kunt de drie typen bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt in het bloedvatenstelsel van de mens slagaders en aders benoemen en je kunt de samenstelling van het bloed daarin aangeven.

Slide 2 - Slide

13.3 Het hart
Thema 13 Transport en afweer

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 13.3
  • Je kunt de delen van het hart en de aansluitende bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt beschrijven hoe een hartslag verloopt.

Slide 4 - Slide

Ligging van het hart
  • Het hart ligt tussen de beide longen in de borstholte, iets links van het midden.
  • Het hart en de longen worden beschermd                              door de ribben en het borstbeen.
  • Een hart is ongeveer zo groot als een vuist.

Slide 5 - Slide

Bouw van het hart
  • Het hart is opgebouwd uit twee helften. Elke helft bestaat uit een boezem en een kamer. Daartussen zit de harttussenwand.
  • De kamers zijn gespierde holten en de boezems zitten als een soort 'zakjes' op de kamers.
  • Het hart is een holle spier. Het verbruikt zuurstof en voedingsstoffen. De Kransslagaders vervoeren deze stoffen naar het hart.
  • Deze bloedvaten lopen over het hart en zijn aftakkingen van de aorta.
  • Door de kransaders worden koolstofdioxide en afvalstoffen afgevoerd. Het bloed hiervan gaat rechtstreeks de rechterboezem in. 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Bloedsomloop in het hart
  • Vanuit de organen stroomt zuurstofarm bloed naar het hart. 
  • Het bloed vanuit hoofd en armen gaat via de bovenste holle ader.  
  • Het bloed vanuit romp en benen gat via de onderste holle ader.
  • Zuurstofarm bloed komt in de rechterboezem en stroomt naar de rechterkamer. Deze pompt het bloed in de longslagader.
  • Deze splits zich in 2 bloedvaten: één naar elke long. Via de longader stroomt het bloed terug naar de linkerboezem.
  • Vanuit hier stroomt het naar de linkerkamer. Deze pompt het bloed in de aorta. Vanaf hier gaat het bloed naar de rest van het lichaam.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Gespierde wanden
  • De rechterkamer pompt het bloed alleen naar de longen.
  • De linkerkamer pompt het bloed naar alle delen van het lichaam.
  • hier is veel kracht voor nodig. Daarom is de wand van de linkerkamer dikker dan de wand van de rechterkamer.
  • De wanden van de boezems bevatten weinig spieren en zijn dunner dan de wanden van de kamers.
  • Het echte pompwerk wordt door de beide kamers gedaan. 

Slide 12 - Slide

Kleppen
  • Boezems en kamers zijn van elkaar gescheiden door hartkleppen. deze kleppen verhinderen dat het bloed terugstroomt van de kamers naar de boezems als de kamers samentrekken.
  • De hartkleppen zijn met pezen verbonden met de gespierde wand van de kamers. hierdoor klappen de hartkleppen niet open naar de boezems.
  • Aan het begin van de longslagader en de aorta bevinden zich halvemaanvormige kleppen. Hierdoor stroomt het bloed uit de longslagaders en aorta niet terug de kamers in. 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Werking van het hart
Het samentrekken van de hartspier is de hartslag, deze wordt verdeeld in 3 fasen:
  •  De boezems stromen vol met bloed, deze trekken tegelijk samen, hierdoor stroomt bloed naar de kamers. De kamers zijn ontspannen.
  • Als de kamers volgestroomd zijn, trekken deze beide samen. Hierdoor wordt het bloed de longslagader en aorta ingepompt.
  • Hierna vindt de hartpauze plaats, boezems en kamers zijn ontspannen. Boezems stromen weer vol.
  • Er begint weer een nieuwe hartslag met het samentrekken van boezems

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Aan het werk!
Maken opdrachten 13.3: 1, 2, 4, 5, 6 en 7
Werk af?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Werk nagekeken en laten controleren?
  • Plusopdracht maken
  • Test jezelf
  • Lezen
  • Bezig met een ander vak

 

timer
25:00

Slide 18 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de delen van het hart en de aansluitende bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt beschrijven hoe een hartslag verloopt.

Slide 19 - Slide