Spelling: Les 6
Vaak gemaakte fouten
Ik haat spelfouten!
Je verwisselt twee letters en je hele bericht is geürineerd.
Spelling: Les 6
Vaak gemaakte fouten
Ik haat spelfouten!
Je verwisselt twee letters en je hele bericht is geürineerd.
Lesdoelen
Je leert ...
... veelvoorkomende taal- en grammaticafouten herkennen, verklaren en verbeteren. (LPD 9, 11)
... werkwoorden, verwijswoorden, lidwoorden en voornaamwoorden correct gebruiken in verschillende contexten. (LPD 9)
... bewust kiezen voor correct en verzorgd Nederlands en veelvoorkomende spreektaal vermijden wanneer de context daarom vraagt. (LPD 8, 10)
... je eigen taalgebruik kritisch controleren en verbeteren met behulp van taal- en spellingsstrategieën. (LPD 11)
... correcte taalvormen doelgericht toepassen in mondelinge en schriftelijke communicatie. (LPD 8, 9)
Uitleg
mijn/ m'n = bezit | men = de mensen
zijn/ z'n = bezit | zen = rust
eens = af en toe | is = werkwoord zijn
Uitleg
hij wil (geen -t) = onregelmatig werkwoord
wilden = standaardtaal | wouden = spreektaal
mocht = standaardtaal | moesten = spreektaal
Uitleg
wederkerend: zich
Hij vergist zich, niet hem.
zichzelf
Ze denkt altijd aan zichzelf, niet haar eigen.
opsplitsbare werkwoorden maar 1 keer schrijven
In zijn boekentas zit niets in.
Uitleg
bij het lidwoord de → gebruik verwijswoord die
bij het lidwoord het → gebruik verwijswoord dat
bij meervoud → gebruik als verwijswoord altijd die
Uitleg
Hen
Gebruik je als lijdend voorwerp => Ik zie hen
Gebruik je altijd na een voorzetsel => Ik praat met hen
Hun
Gebruik je als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel
=>Ik geef hun een boek
Gebruik je als bezittelijk voornaamwoord => Dat is hun fiets
Twijfeltip: Kun je “aan hen” zeggen? => Ja → hun / Nee → hen
Uitleg
Spreektaal
tussentaal, soms dialect
hoort niet thuis in schrijfopdrachten
Uitleg
Zo’n = zo een (enkelvoud)
Zulke = meervoud / de-woorden
Zulk = het-woord / stofnaam
Wat is correct?
second
Ik ben men boek vergeten.
Ik ben mijn boek vergeten.
Ik ben m'n boek vergeten.
Wat is correct?
Hij nam zen jas mee.
Hij nam zijn jas mee.
Hij nam z'n jas mee.
Wat is correct?
second
Ik ga eens kijken.
Ik ga is kijken.
Wat is correct?
second
Hij wilt later verder studeren.
Hij wil later verder studeren.
Wat is correct?
second
We wilden graag iemand interviewen.
We wouden graag iemand interviewen.
Wat is correct?
second
Moest ik rijk zijn, dan…
Mocht ik rijk zijn, dan…
Juist of fout
Hij vergist hem.
Juist
Fout
Juist of fout
Ze denkt altijd aan haar eigen.
Juist
Fout
Juist of fout
In zijn boekentas zit niets in.
second
Juist
Fout
Juist of fout
second
De gsm die kapot is
De gsm dat kapot is
Juist of fout
De leerlingen die te laat waren
De leerlingen dat te laat waren
Juist of fout
second
Het meisje die verward was.
Het meisje dat verward was.
Vul aan:
De leraar strafte ___.
hen
hun
Kies de juiste vorm.
De leerkracht gaf ___ extra uitleg na de toets.
second
hen
hun
ze
Kies de juiste vorm.
De coach was trots op ___ inzet tijdens de wedstrijd.
hen
hun
ze
Spreektaal versus schrijftaal
second
SPREEKTAAL
Schrijftaal
Verschieten
Schrikken
Kwijtspelen
Kwijtraken
Waarom een keer met -w en een ander keer zonder?
Ik geef jou jouw agenda terug.
Waarom wordt dit ander geschreven?
Beide leerlingen waren te laat.
Beiden moesten nablijven.
Vul in:
Dat is ___ moeilijke toets.
second
zo'n
zulke
zulk
Vul in:
____ fouten zie ik vaak in taken.
zo'n
zulke
zulk
Vul in:
____ gedrag hoort niet in de klas.
second
zo'n
zulke
zulk
Maak Bookwidgets
Pagina 53
Toets
Je toets staat klaar in het vak Nederlands van Smartschool, bij oefeningen.