Les 6: Vaak gemaakte fouten

Spelling: Les 6

Vaak gemaakte fouten

Ik haat spelfouten!

Je verwisselt twee letters en je hele bericht is geürineerd.

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Spelling: Les 6

Vaak gemaakte fouten

Ik haat spelfouten!

Je verwisselt twee letters en je hele bericht is geürineerd.

Lesdoelen

Je leert ...

... veelvoorkomende taal- en grammaticafouten herkennen, verklaren en verbeteren. (LPD 9, 11)

... werkwoorden, verwijswoorden, lidwoorden en voornaamwoorden correct gebruiken in verschillende contexten. (LPD 9)

... bewust kiezen voor correct en verzorgd Nederlands en veelvoorkomende spreektaal vermijden wanneer de context daarom vraagt. (LPD 8, 10)

... je eigen taalgebruik kritisch controleren en verbeteren met behulp van taal- en spellingsstrategieën. (LPD 11)

... correcte taalvormen doelgericht toepassen in mondelinge en schriftelijke communicatie. (LPD 8, 9)

Uitleg

  • mijn/ m'n = bezit | men = de mensen

  • zijn/ z'n = bezit | zen = rust

  • eens = af en toe | is = werkwoord zijn

Uitleg

  • hij wil (geen -t) = onregelmatig werkwoord

  • wilden = standaardtaal | wouden = spreektaal

  • mocht = standaardtaal | moesten = spreektaal

Uitleg

  • wederkerend: zich

    • Hij vergist zich, niet hem.

  • zichzelf

    • Ze denkt altijd aan zichzelf, niet haar eigen.

  • opsplitsbare werkwoorden maar 1 keer schrijven

    • In zijn boekentas zit niets in.

Uitleg

  • bij het lidwoord de → gebruik verwijswoord die

  • bij het lidwoord het → gebruik verwijswoord dat

  • bij meervoud → gebruik als verwijswoord altijd die

Uitleg

Hen

  • Gebruik je als lijdend voorwerp => Ik zie hen

  • Gebruik je altijd na een voorzetsel => Ik praat met hen

Hun

  • Gebruik je als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel
    =>Ik geef hun een boek

  • Gebruik je als bezittelijk voornaamwoord => Dat is hun fiets

Twijfeltip: Kun je “aan hen” zeggen? => Ja → hun / Nee → hen

Uitleg

  • Spreektaal

    • tussentaal, soms dialect

    • hoort niet thuis in schrijfopdrachten


Uitleg

  • Zo’n = zo een (enkelvoud)

  • Zulke = meervoud / de-woorden

  • Zulk = het-woord / stofnaam


Wat is correct?

10

second

A

Ik ben men boek vergeten.

B

Ik ben mijn boek vergeten.

C

Ik ben m'n boek vergeten.

Wat is correct?

A

Hij nam zen jas mee.

B

Hij nam zijn jas mee.

C

Hij nam z'n jas mee.

Wat is correct?

10

second

A

Ik ga eens kijken.

B

Ik ga is kijken.

Wat is correct?

10

second

A

Hij wilt later verder studeren.

B

Hij wil later verder studeren.

Wat is correct?

10

second

A

We wilden graag iemand interviewen.

B

We wouden graag iemand interviewen.

Wat is correct?

10

second

A

Moest ik rijk zijn, dan…

B

Mocht ik rijk zijn, dan…

Juist of fout

Hij vergist hem.

A

Juist

B

Fout

Juist of fout

Ze denkt altijd aan haar eigen.

A

Juist

B

Fout

Juist of fout

In zijn boekentas zit niets in.

10

second

A

Juist

B

Fout

Juist of fout

10

second

A

De gsm die kapot is

B

De gsm dat kapot is

Juist of fout

A

De leerlingen die te laat waren

B

De leerlingen dat te laat waren

Juist of fout

10

second

A

Het meisje die verward was.

B

Het meisje dat verward was.

Vul aan:


De leraar strafte ___.

A

hen

B

hun

Kies de juiste vorm.

De leerkracht gaf ___ extra uitleg na de toets.

10

second

A

hen

B

hun

C

ze

Kies de juiste vorm.

De coach was trots op ___ inzet tijdens de wedstrijd.

A

hen

B

hun

C

ze

Spreektaal versus schrijftaal

30

second

SPREEKTAAL

Schrijftaal

Verschieten

Schrikken

Kwijtspelen

Kwijtraken

Waarom een keer met -w en een ander keer zonder?

Ik geef jou jouw agenda terug.

Waarom wordt dit ander geschreven?

Beide leerlingen waren te laat.

Beiden moesten nablijven.

Vul in:

Dat is ___ moeilijke toets.

10

second

A

zo'n

B

zulke

C

zulk

Vul in:

____ fouten zie ik vaak in taken.

A

zo'n

B

zulke

C

zulk

Vul in:

____ gedrag hoort niet in de klas.

10

second

A

zo'n

B

zulke

C

zulk

Maak Bookwidgets

Pagina 53

Toets

Je toets staat klaar in het vak Nederlands van Smartschool, bij oefeningen.