SCÈNE MAKEN | Les 3 De wat en waarom (doelen)

SCÈNE MAKEN | LES 3
De wat en waarom (doelen)
1 / 27
next
Slide 1: Slide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

SCÈNE MAKEN | LES 3
De wat en waarom (doelen)

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Ga voorzichtig om met elkaar en ons materiaal.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Heb respect voor elkaar.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Slide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
De 3 W's
  • Wie:                       Personage en Relatie tot anderen.
    Denk aan:                    Beroep of rol binnen een groep

  • Wat:                                      De situatie van een scène.
    Denk aan:    Handelingen en acties. Wat gebeurt er?

  • Waar:                                    De locatie van de scène. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wie-wat-waar en Waarom
  • De 3W's zijn de belangrijkste spelgegevens van je scène.
  • Wat was ook alweer de waarom in een scène?
    Door ook te spelen met de waarom kan jouw scène meer spanning krijgen en dus interessanter worden!
    Maar waarom?? Bespreek kort met je buur.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wie-wat-waar en Waarom
De 3W's zijn de belangrijkste spelgegevens van je scène.
Je scène kan meer spanning krijgen en dus interessanter worden door ook te spelen met de waarom
  • Een waarom geeft jouw personage een doel:
    "Ik wil (....) omdat (....)"
    en hiermee kan je spelen. 
  • Als personage wil je jouw doel halen.
  • Personages met andere doelen zorgt weer voor conflict!

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Werken met doelen (waarom)
Voorbeeld 1: De bloemkool scène.
Wie                                           Verkoper en Klant
Wat           Er wordt een bloemkool verkocht
Waar                                    In de groentewinkel

  • Wat mist deze scène? 
  • Spanning en conflict! Hoe zorgen we daarvoor?

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Werken met doelen (waarom)
Voorbeeld 2: De bloemkool scène.

Wat zorgt voor spanning en conflict?
  • Personages die iets ander willen!

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Werken met doelen (waarom)
Voorbeeld 2: De bloemkool scène.
Wat zorgt voor spanning en conflict?
Personages die iets ander willen!
  • Een waarom geeft jouw personage een doel:
  • Vraag jezelf af: Wat wil ik en waarom?
    "Ik wil (....) omdat (....)"
    en hiermee kan je spelen.
  • Als personage wil je jouw doel halen.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Werken met doelen
Voorbeeld 3: De bloemkool scène.

Zorg voor een duidelijk doel voor jouw personage:
"Ik wil (...) omdat (...)"

Wat gebeurt er als je de bloemkool niet krijgt??

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Warming-Up: Aanbelspel (doelen)

Spelopdracht: Spelen met 3 tableaus

  • Kies 1 onderwerp.
  • Bedenk hier een kort verhaal bij en zet dit in 3 tableaus. Denk aan je mimiek en fysiek.
  • Tableau 1: Begin -> speel door
  • Tableau 2: Probleem -> speel door
  • Tableau 3: Einde. Freeze.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Warming-Up: Aanbelspel (doelen)

  • Spreek af wie is A, B of C. 
  • 1 speler krijgt een reden waarom die aanbelt bij hun medespeler.
  • Speler 1: Geef jezelf een doel:
    "Ik wil (...) omdat (...)". Probeer je doel in spel te behalen.
  • Speler 2: Je werkt het doel van speler 1  tegen tot de waarom van jouw medespeler duidelijk is.


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

  • Heb je de 3W's van jouw scène duidelijk? Vraag jezelf dan af:
  • Wat wil ik (mijn personage)?
  • Waarom wil ik dit?
  • Wat als ik mijn doel niet haal?
Alle antwoorden op deze vragen geven jou en jouw medespelers veel om mee te spelen tijdens jullie scène!
Waarom = Jouw doel
Heb je de 3W's van jouw scène? Voeg de waarom toe!
Vraag jezelf dan af (als jouw personage):
  • Wat wil ik ?
  • Waarom wil ik dit ?                   "Ik wil (...) omdat (...)"
  • Wat als ik mijn doel niet haal ? 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

  • Heb je de 3W's van jouw scène duidelijk? Vraag jezelf dan af:
  • Wat wil ik (mijn personage)?
  • Waarom wil ik dit?
  • Wat als ik mijn doel niet haal?
Waarom = Jouw doel
3W's: Kind is ziek en vraagt ouder om zich af te melden voor school.
  • Wat wil ik ?                                                  Thuis blijven
  • Waarom wil ik dit ?         Niet geleerd voor de toets
  • Wat als ik mijn doel niet haal ?              Onvoldoende
  • Er is nu veel te spelen voor zowel kind als ouder: liegen, overtuigen, manipuleren, chanteren, etc

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Werken met doelen (waarom)
  • Een doel (wat wil ik? en waarom?) geeft je veel spelmogelijkheid. 

  • Zonder doel ontstaan er geen problemen (wordt de doel behaald of niet?). Tegengestelde doelen zorgen voor conflict.

  • Maak je doel altijd belangrijk voor jezelf:
    Waarom wil ik dit? en wat gebeurt er als ik mijn doel niet haal?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Innerlijk Conflict

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Innerlijk Conflict
 De emotionele strijd die een personage binnenin doormaakt. 
Dit zorgt voor spanning bij het personage (en scène).

Hoe kan een innerlijk conflict voor een probleem zorgen?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Speloefening: Conflictsituaties

  • Docent noemt een conflictsituatie.
    2 spelers gaan dit spelen. 

  • Persoon A heeft een innerlijk conflict, persoon B weet niet wat dit is.

  • Kijkvraag: wordt het conflict duidelijk gespeeld in mimiek en fysiek?
    Waar is dat aan te zien? 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Spelopdracht: De brief

  • Spreek af: 2 spelers en 1 kijker.
    Wat is de relatie tussen A en B?

  • A en B doen de afwas. Dan zegt A:
    "Er is een brief voor jou" tegen B.
  • B leest de brief.
  • Bedenk een doel:
     en probeer dit doel te halen.

  • Kijkvraag: Wat doen de spelers om hun doel te halen? Wat spelen zij?
"Ik wil (...) omdat (...)"

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Les 3 afronding
Hoe kom je achter jouw doel (de Waarom)?
Tip: Welke vragen moet je jezelf stellen nadat de 3W's duidelijk zijn van jouw scène?
  • Wat wil ik? en Waarom?  "Ik wil (...) omdat (...)"
  • Wat gebeurt er als ik mijn doel niet haal?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Speloefening:
Innerlijk conflict zonder tekst

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Speloefening:
Innerlijk conflict zonder tekst
  • Je krijgt een spelsituatie en innerlijk conflict.

  • Je staat met je groep op de vloer, maar je speelt voornamelijk voor jezelf.
    Luister naar de situatie en het innerlijk conflict en speel het uit. 

  • Gebruik je mimiek en fysiek, dus geen tekst. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Conflict
meningsverschil =
een situatie waarin één of meerdere mensen tegengestelde motieven hebben.
A - Ik wil.......... want
B - Ik wil ...........want


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Ruzie
Een uit de hand gelopen conflict.

Bij ruzie zijn mensen kwaad en reageren ze vaak niet meer op de inhoud.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Botsende motieven
A: Ik wil...............want....
B: Ik wil ..............want......

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Motief: Ik wil.................
Strategie:
1. Overtuigen
2. Verdriet tonen
3. Boos

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Strategieën
Iemand overtuigen, Iemand vleien, Iemand imponeren, Iemand intimideren, Iemand Irriteren, Iemand uit de tent lokken, Aanpassen ,Vermijden ,Vechten ,Samenwerken, Onderhandelen

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Spanning
De spanning in een scène kun je vergroten door:

1. Laat de motieven botsen
2. Maak de belangen van de personages groter
3. Gebruik verschillende strategieen om je zin te krijgen.
4. Emoties!!!! - Incasseer wat de ander inzet aan emoties.
- Laat je raken

Slide 27 - Slide

This item has no instructions