Studiedag - Beta-pws evaluatie - 26 mei 2026

Studiedag - 26 mei 2026
Onderwerp: PWS evaluatie
1 / 14
next
Slide 1: Slide
IntersectoraalMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Studiedag - 26 mei 2026
Onderwerp: PWS evaluatie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doel
In één uur gezamenlijke afspraken maken over verwachtingen aan het PWS:
  • verschillen tussen H5 en V6;
  • AI-gebruik;
  • brongebruik;
  • proces en begeleiding;
  • beoordeling.

Opbrengst: concrete adviezen/ input voor een PWS-handleiding/rubric

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Tijdsplanning
1. Visie ophalen (5 min)- geef 3 kernwoorden
2. Stellingenronde (15 min)
3. tafelsprint- discussie over 1 onderwerp
4. afsluitende ronde 



Slide 3 - Slide

This item has no instructions


“Wat moet een goed PWS minimaal laten zien?”
Wat mis je soms misschien nog een beetje.
Geef 3 kernwoorden.

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Stellingen ronde 2 min per stelling
Je krijgt drie gekleurde blaadjes.
Rood: oneens
Geel: twijfel
Groen: eens.

Werkwijze:
  • In groepjes per kleur gaan staan.
  • Samen bespreken waarom je eens/twijfelt/oneens bent - geen lange discussies!!
  • 1 iemand noteert de opmerkingen/steekwoorden op een blaadje en  koppelt  terug 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Stellingsronde (2 min per stelling).
oneens (rood), twijfel (geel), eens (groen)
  1. AI mag gebruikt worden voor taalcorrectie.”
  2. AI mag gebruikt worden ter inspiratie.
  3. “Een V6-PWS moet aantoonbaar analyserend/onderzoekend zijn.” Een boek maken of alleen theorie opzoeken over een onderwerp mag niet,
  4. Resultaten mogen in ander vorm dan verslag gepresenteerd worden.
  5. “H5 en V6 moeten andere normen krijgen.”
  6. “Broncontrole moet anders beoordeeld worden.




Slide 6 - Slide

3 opstellingen maken  met een met een rood blad , een met een geel blad en een met een groen blad.


Tafelsprint (25 min)
Groep 1 — Inhoudelijke eisen PWS
Groep 2 — AI-gebruik
Groep 3 — Brongebruik
Groep 4 — Proces & begeleiding
Elke groep:
  • 10 minuten bespreken
  • 2 minuten presenteren;
  • alleen belangrijkste afspraken/notulist per groep.

Laat iemand live notuleren in een gedeeld document.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Groep 1 -  Inhoudelijke eisen
Beantwoord:
  • Wat verwachten we van H5? Punten verdeling anders

  • Wat extra van V6? 
  • Shift in rubric meer havo sommige onderdelen iets punten toekennen.
  • Wat maakt een PWS “goed”?-
  • Wat is nu goed aan het proces/apprentice? Wat zou je graag anders willen?meer aan het onderzoek toekennen

Opbrengst: maximaal 5 concrete criteria.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Groep 2- AI gebruik
Beantwoord:
  • Wat mag wel? 
  • Wat niet? scr
  • Hoe moet AI-gebruik verantwoord worden? Extra bijlage voor wat aan AI gevraagd word (prompt en antwoorden)
  • Wat moet opgenomen worden in het beoordelingsmodel in apprentice

Opbrengst: Minimaal 3 heldere tips voor Lonneke.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Groep 3 - Brongebruik
Beantwoord:
  • Welke bronnen accepteren we? Weten schappelijk bronnen uit artikelen, interview, Geen Ai, Theorie boeken
  • Hoeveel bronnen minimaal? Wetenschappelijk VWO meer dan 3. Nu te weinig
  • Wat is kritisch brongebruik?
Opbrengst: praktische normen en tips om het huidige normerings model aan te passen in apprentice.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Groep 4 - Proces & begeleiding
Beantwoord:
  • Welke deadlines zijn essentieel? 
  • Onderwerp keuze en onderzoeksplan, kladversie eind
  • Hoeveel feedbackmomenten? 2x,  tussendoor aan leerling en docent
  • Wat verwachten we van zelfstandigheid? Hulp bij keuze,  Hulp bij exp/onderzoek/ 

Opbrengst: basis tijdspad voor de beta vakken bespreken. Welke deadlines zijn haalbaar en wat zou misschien beter zijn.Beantwoord:
Beantwoord:

Welke deadlines zijn essentieel?
Hoeveel feedbackmomenten?
Wat verwachten we van zelfstandigheid?

Opbrengst:
basis tijdspad.

4. Pitchronde (10 min)

Elke groep:

2 minuten presenteren;
alleen belangrijkste afspraken.

Laat iemand live notuleren in een gedeeld document.

5. Afronding — besluitvorming (5 min)

Sluit af met:

“Welke 5 afspraken worden schoolbreed?”

Bijvoorbeeld:

AI-gebruik wordt verantwoord.
V6 vraagt meer analyse dan H5.
Minimaal één feedbackmoment op bronnen.
Proces telt mee in beoordeling.
Bronvermelding verplicht volgens vaste stijl.
Wat heb je nodig?
4 flap-overs/posters;
stiften/post-its;
timer;
gedeeld document/projector.
Waarom dit werkt in 60 minuten

Omdat je:

snel naar discussie gaat;
geen lange presentaties hebt;
direct afspraken formuleert;
én verschillen tussen docenten zichtbaar maakt.
PWS def Soufia en Sethunya TRAUMA.doc kopie.pdf
PDF
Welk cijfer zou je dit pws geven? en waarom?

Voor een H5/V6-PWS zou ik dit ongeveer een 7,5 tot 8 geven.
Eerder een 7,5 als je streng normeert op academische kwaliteit en taal, en richting een 8 als proces, zelfstandigheid en eigen onderzoek zwaar meetellen.

Waarom:

Sterke punten
1. Eigen empirisch onderzoek

Dat is een groot pluspunt.
Ze hebben:

zelf een onderzoeksvraag opgesteld;
deelnemers geworven;
data verzameld;
een Stroop-test uitgevoerd;
grafieken gemaakt;
resultaten geanalyseerd.

Dat gaat duidelijk verder dan een puur literatuur-PWS. Dat is op VWO-niveau sterk.

2. Goede onderzoeksstructuur

De opbouw is logisch:

hoofdvraag;
hypothese;
methode;
resultaten;
conclusie;
discussie;
evaluatie.

Ook de discussie bevat reflectie op beperkingen van het onderzoek, bijvoorbeeld:

ongelijke groepsgroottes;
invloed van uitschieters;
betrouwbaarheid van de risicotest.

Dat laat onderzoeksinzicht zien.

3. Sterke reflectie op validiteit

Ze benoemen vrij goed:

meetfouten;
standaarddeviatie;
foutbalken;
beperkingen van gemiddelden;
invloed van groepsindeling.

Voor middelbare scholieren is dat behoorlijk sterk.

4. Veel werk en serieus proces

Het logboek laat echt langdurig en serieus werk zien:

bijna 100 uur per leerling;
feedback verwerken;
analyses aanpassen;
grafieken verbeteren.

Dat oogt authentiek en zorgvuldig.

Zwakke punten
1. Taalniveau en formulering

Hier verlies je flink punten.

Er staan veel:

grammaticale fouten;
kromme zinnen;
herhalingen;
slordigheden.

Bijvoorbeeld:

“daarmee wordt is de hypothese bevestigt”

Of:

“Theoretisch gezien staat een hoge trauma gelijk aan een lage reactietijd”

Voor VWO mag de academische schrijfstijl sterker.

2. Bronkwaliteit is wisselend

Dit is waarschijnlijk het grootste inhoudelijke minpunt.

Ze gebruiken veel:

blogs;
GGZ-websites;
populaire artikelen;
informatieve websites.

Er ontbreken grotendeels:

wetenschappelijke artikelen;
peer-reviewed onderzoek;
primaire academische bronnen.

Bij een sterk VWO-PWS verwacht je minstens enkele wetenschappelijke studies.

3. Statistische analyse blijft oppervlakkig

Ze beschrijven patronen goed, maar:

toetsen nauwelijks statistisch;
doen geen significantieanalyse;
trekken soms stevige conclusies uit kleine verschillen.

Bijvoorbeeld:

hoge traumagroep heeft maar 3 deelnemers.

Dat maakt conclusies kwetsbaar.

4. Soms bevestigingsbias

Ze proberen soms de hypothese alsnog te “redden” terwijl resultaten eigenlijk gemengd zijn.

Bijvoorbeeld:

“Als je naar begin- en eindwaarde kijkt is er alsnog een toename.”

Wetenschappelijk sterker zou zijn:

“De resultaten ondersteunen de hypothese slechts gedeeltelijk.”

Wat ik sterk vind voor VWO

Dit stuk vond ik juist volwassen:

ze erkennen expliciet dat resultaten níét volledig overeenkomen met de hypothese;
ze bespreken methodologische problemen;
ze denken na over vervolgonderzoek.

Dat laat echt onderzoekend vermogen zien.

Mijn eindafweging
Onderdeel Niveau
Onderzoeksvraag Goed
Eigen onderzoek Sterk
Analyse Ruim voldoende tot goed
Reflectie/discussie Goed
Brongebruik Matig tot voldoende
Taal/verzorging Voldoende
Zelfstandigheid Sterk
Onderzoeksvaardigheden Goed
Eindcijfer
Havo 5: → 8 à 8,5
VWO 6: → 7,5 à 8

Als docent zou ik waarschijnlijk uitkomen op:

7,8

Omdat het inhoudelijk ambitieus is en echt onderzoek bevat, ondanks de zwakkere academische afwerking.

Beoordelingsformulier-PWS Soufia en Sethunya 2526.docx
Document
Mijn beoordeling was aan de hand van dit sjabloom wat vind je daar sterk en zwak aan

Ik vind dit beoordelingsformulier eigenlijk verrassend sterk voor een school-PWS, vooral omdat het veel concreter is dan de gemiddelde “algemene rubric”. Het sluit goed aan bij onderzoekend leren en wetenschappelijke vaardigheden.

Wat ik sterk vind — en waar ik voorzichtig mee zou zijn:

Sterke punten van jullie rubric
1. Heel duidelijke opbouw proces ↔ inhoud ↔ presentatie

Dat is didactisch sterk.

Je beoordeelt niet alleen:

het eindproduct,
maar ook:
onderzoeksproces;
samenwerking;
reflectie;
logboek.

Dat voorkomt dat alleen “mooie schrijvers” hoog scoren.

2. De rubric is inhoudelijk echt onderzoeksmatig

Dat vind ik het sterkste onderdeel.

Bijvoorbeeld:

onafhankelijke vs afhankelijke variabelen;
betrouwbaarheid;
nauwkeurigheid;
spreiding;
steekproef;
representativiteit.

Dit dwingt leerlingen om:

daadwerkelijk onderzoek te doen;
methodologisch na te denken;
niet alleen een werkstuk te schrijven.

Voor VWO is dat heel sterk.

3. Progressie in niveaus is goed zichtbaar

De rubric heeft duidelijke opbouw:

onvoldoende;
voldoende;
goed;
excellent.

En belangrijk:
de verschillen tussen die niveaus zijn inhoudelijk betekenisvol.

Bijvoorbeeld bij discussie:

eerst “noemt factoren”;
later “legt uit hoe die factoren doorwerken in de conclusie”.

Dat is goed ontworpen.

4. “Originaliteit/eigen werk” is expliciet opgenomen

Heel belangrijk in AI-tijd.

Veel scholen vergeten dit of maken het te vaag.

Hier stuur je op:

eigen keuzes;
eigen onderzoek;
originele aanpak;
zelfstandigheid.

Dat is toekomstbestendig.

5. Controleerbaarheid is een slim criterium

Dat onderdeel vind ik echt goed bedacht.

Want wetenschappelijk werken = controleerbaar werken.

Veel rubrics beoordelen alleen:

“heeft bronnen”.

Jullie kijken ook naar:

methodeverantwoording;
navolgbaarheid;
brongebruik;
notenapparaat.

Dat is inhoudelijk sterk.

Waar de rubric zwakker is
1. Te veel focus op natuurwetenschappelijke onderzoekslogica

Dat is het grootste aandachtspunt.

De rubric past héél goed bij:

biologie;
scheikunde;
psychologie;
empirisch onderzoek.

Maar minder goed bij:

geschiedenis;
filosofie;
maatschappijleer;
literatuuronderzoek;
ontwerpgerichte PWS’en.

Bijvoorbeeld:

standaarddeviatie;
steekproefrepresentativiteit;
meetwaarden;
foutbalken.

Daardoor krijgen alfa/gamma-PWS’en mogelijk onterecht lagere scores.

2. Bronnencriterium is te beperkt uitgewerkt

Dit onderdeel zou ik aanscherpen.

Nu ligt nadruk vooral op:

hoeveelheid;
wetenschappelijk niveau.

Maar niet genoeg op:

kritische verwerking;
bronanalyse;
betrouwbaarheid;
bronintegratie.

Een leerling kan nu theoretisch:

3 wetenschappelijke bronnen gebruiken,
maar ze nauwelijks begrijpen.
3. AI ontbreekt volledig

Dat is anno 2026 eigenlijk niet meer houdbaar.

Ik zou echt een apart criterium toevoegen zoals:

AI-gebruik en academische integriteit

Bijvoorbeeld:

transparantie over AI;
kritisch controleren van AI-output;
AI als hulpmiddel i.p.v. vervanging;
verantwoording in logboek/bijlage.

Dat ontbreekt nu volledig.

4. Taal telt relatief weinig mee

Dat is inhoudelijk misschien bewust, maar:
deze leerlingen krijgen nu een 7,5 voor taal terwijl er vrij veel:

grammaticale fouten;
slordigheden;
academische stijlproblemen zijn.

Dus:
óf je norm voor taal is mild,
óf taal weegt te weinig mee.

5. Sommige descriptors zijn lastig objectief

Bijvoorbeeld:

“fraai”
“goede stijl”
“grote mate van eigen werk”

Dat kan per docent verschillen.

Sterker zou zijn:

concreet observeerbaar gedrag;
voorbeelden;
indicatoren.
Wat ik van jouw beoordeling vind

Ik vind jouw 7,6 eigenlijk behoorlijk goed verdedigbaar.

Sterk aan jouw beoordeling:

je hebt inhoud boven taal gewaardeerd;
eigen onderzoek zwaar meegewogen;
methodologische reflectie beloond;
originaliteit hoog gewaardeerd (terecht).

Ik vind vooral sterk dat je:

conclusie relatief lager gaf (6,5)

Dat klopt inhoudelijk namelijk goed.

Hun conclusie:

is soms te stellig;
nuance ontbreekt;
resultaten zijn eigenlijk gemengd.

Dat heb je scherp gezien.

Waar ik misschien iets lager zou zitten
Bronnen → eerder 6,5–7 dan 8

Omdat er nauwelijks echte wetenschappelijke literatuur is.

Veel bronnen zijn:

blogs;
GGZ-sites;
populaire uitlegpagina’s.
Waar ik misschien hoger zou zitten
Discussie/evaluatie → eerder 7,5–8

Want hun reflectie op:

betrouwbaarheid;
groepsgrootte;
foutbalken;
meetproblemen
is best sterk voor VWO.
Mijn algemene oordeel over de rubric
Sterk:
onderzoeksmatig;
concreet;
vaardighedengericht;
procesgericht;
goed voor empirisch VWO-onderzoek.
Zwakker:
minder geschikt voor alfa/gamma;
AI ontbreekt;
bronkritiek kan sterker;
taalnormering wat mild/onduidelijk.

Maar eerlijk:
dit is inhoudelijk beter dan veel PWS-rubrics die ik zie.
Welke deadlines zijn essentieel?
Hoeveel feedbackmomenten?
Wat verwachten we van zelfstandigheid?

Opbrengst:
basis tijdspad.

4. Pitchronde (10 min)

Elke groep:

2 minuten presenteren;
alleen belangrijkste afspraken.

Laat iemand live notuleren in een gedeeld document.

5. Afronding — besluitvorming (5 min)

Sluit af met:

“Welke 5 afspraken worden schoolbreed?”

Bijvoorbeeld:

AI-gebruik wordt verantwoord.
V6 vraagt meer analyse dan H5.
Minimaal één feedbackmoment op bronnen.
Proces telt mee in beoordeling.
Bronvermelding verplicht volgens vaste stijl.
Wat heb je nodig?
4 flap-overs/posters;
stiften/post-its;
timer;
gedeeld document/projector.
Waarom dit werkt in 60 minuten

Omdat je:

snel naar discussie gaat;
geen lange presentaties hebt;
direct afspraken formuleert;
én verschillen tussen docenten zichtbaar maakt.
PWS def Soufia en Sethunya TRAUMA.doc kopie.pdf
PDF
Welk cijfer zou je dit pws geven? en waarom?

Voor een H5/V6-PWS zou ik dit ongeveer een 7,5 tot 8 geven.
Eerder een 7,5 als je streng normeert op academische kwaliteit en taal, en richting een 8 als proces, zelfstandigheid en eigen onderzoek zwaar meetellen.

Waarom:

Sterke punten
1. Eigen empirisch onderzoek

Dat is een groot pluspunt.
Ze hebben:

zelf een onderzoeksvraag opgesteld;
deelnemers geworven;
data verzameld;
een Stroop-test uitgevoerd;
grafieken gemaakt;
resultaten geanalyseerd.

Dat gaat duidelijk verder dan een puur literatuur-PWS. Dat is op VWO-niveau sterk.

2. Goede onderzoeksstructuur

De opbouw is logisch:

hoofdvraag;
hypothese;
methode;
resultaten;
conclusie;
discussie;
evaluatie.

Ook de discussie bevat reflectie op beperkingen van het onderzoek, bijvoorbeeld:

ongelijke groepsgroottes;
invloed van uitschieters;
betrouwbaarheid van de risicotest.

Dat laat onderzoeksinzicht zien.

3. Sterke reflectie op validiteit

Ze benoemen vrij goed:

meetfouten;
standaarddeviatie;
foutbalken;
beperkingen van gemiddelden;
invloed van groepsindeling.

Voor middelbare scholieren is dat behoorlijk sterk.

4. Veel werk en serieus proces

Het logboek laat echt langdurig en serieus werk zien:

bijna 100 uur per leerling;
feedback verwerken;
analyses aanpassen;
grafieken verbeteren.

Dat oogt authentiek en zorgvuldig.

Zwakke punten
1. Taalniveau en formulering

Hier verlies je flink punten.

Er staan veel:

grammaticale fouten;
kromme zinnen;
herhalingen;
slordigheden.

Bijvoorbeeld:

“daarmee wordt is de hypothese bevestigt”

Of:

“Theoretisch gezien staat een hoge trauma gelijk aan een lage reactietijd”

Voor VWO mag de academische schrijfstijl sterker.

2. Bronkwaliteit is wisselend

Dit is waarschijnlijk het grootste inhoudelijke minpunt.

Ze gebruiken veel:

blogs;
GGZ-websites;
populaire artikelen;
informatieve websites.

Er ontbreken grotendeels:

wetenschappelijke artikelen;
peer-reviewed onderzoek;
primaire academische bronnen.

Bij een sterk VWO-PWS verwacht je minstens enkele wetenschappelijke studies.

3. Statistische analyse blijft oppervlakkig

Ze beschrijven patronen goed, maar:

toetsen nauwelijks statistisch;
doen geen significantieanalyse;
trekken soms stevige conclusies uit kleine verschillen.

Bijvoorbeeld:

hoge traumagroep heeft maar 3 deelnemers.

Dat maakt conclusies kwetsbaar.

4. Soms bevestigingsbias

Ze proberen soms de hypothese alsnog te “redden” terwijl resultaten eigenlijk gemengd zijn.

Bijvoorbeeld:

“Als je naar begin- en eindwaarde kijkt is er alsnog een toename.”

Wetenschappelijk sterker zou zijn:

“De resultaten ondersteunen de hypothese slechts gedeeltelijk.”

Wat ik sterk vind voor VWO

Dit stuk vond ik juist volwassen:

ze erkennen expliciet dat resultaten níét volledig overeenkomen met de hypothese;
ze bespreken methodologische problemen;
ze denken na over vervolgonderzoek.

Dat laat echt onderzoekend vermogen zien.

Mijn eindafweging
Onderdeel Niveau
Onderzoeksvraag Goed
Eigen onderzoek Sterk
Analyse Ruim voldoende tot goed
Reflectie/discussie Goed
Brongebruik Matig tot voldoende
Taal/verzorging Voldoende
Zelfstandigheid Sterk
Onderzoeksvaardigheden Goed
Eindcijfer
Havo 5: → 8 à 8,5
VWO 6: → 7,5 à 8

Als docent zou ik waarschijnlijk uitkomen op:

7,8

Omdat het inhoudelijk ambitieus is en echt onderzoek bevat, ondanks de zwakkere academische afwerking.

Beoordelingsformulier-PWS Soufia en Sethunya 2526.docx
Document
Mijn beoordeling was aan de hand van dit sjabloom wat vind je daar sterk en zwak aan

Ik vind dit beoordelingsformulier eigenlijk verrassend sterk voor een school-PWS, vooral omdat het veel concreter is dan de gemiddelde “algemene rubric”. Het sluit goed aan bij onderzoekend leren en wetenschappelijke vaardigheden.

Wat ik sterk vind — en waar ik voorzichtig mee zou zijn:

Sterke punten van jullie rubric
1. Heel duidelijke opbouw proces ↔ inhoud ↔ presentatie

Dat is didactisch sterk.

Je beoordeelt niet alleen:

het eindproduct,
maar ook:
onderzoeksproces;
samenwerking;
reflectie;
logboek.

Dat voorkomt dat alleen “mooie schrijvers” hoog scoren.

2. De rubric is inhoudelijk echt onderzoeksmatig

Dat vind ik het sterkste onderdeel.

Bijvoorbeeld:

onafhankelijke vs afhankelijke variabelen;
betrouwbaarheid;
nauwkeurigheid;
spreiding;
steekproef;
representativiteit.

Dit dwingt leerlingen om:

daadwerkelijk onderzoek te doen;
methodologisch na te denken;
niet alleen een werkstuk te schrijven.

Voor VWO is dat heel sterk.

3. Progressie in niveaus is goed zichtbaar

De rubric heeft duidelijke opbouw:

onvoldoende;
voldoende;
goed;
excellent.

En belangrijk:
de verschillen tussen die niveaus zijn inhoudelijk betekenisvol.

Bijvoorbeeld bij discussie:

eerst “noemt factoren”;
later “legt uit hoe die factoren doorwerken in de conclusie”.

Dat is goed ontworpen.

4. “Originaliteit/eigen werk” is expliciet opgenomen

Heel belangrijk in AI-tijd.

Veel scholen vergeten dit of maken het te vaag.

Hier stuur je op:

eigen keuzes;
eigen onderzoek;
originele aanpak;
zelfstandigheid.

Dat is toekomstbestendig.

5. Controleerbaarheid is een slim criterium

Dat onderdeel vind ik echt goed bedacht.

Want wetenschappelijk werken = controleerbaar werken.

Veel rubrics beoordelen alleen:

“heeft bronnen”.

Jullie kijken ook naar:

methodeverantwoording;
navolgbaarheid;
brongebruik;
notenapparaat.

Dat is inhoudelijk sterk.

Waar de rubric zwakker is
1. Te veel focus op natuurwetenschappelijke onderzoekslogica

Dat is het grootste aandachtspunt.

De rubric past héél goed bij:

biologie;
scheikunde;
psychologie;
empirisch onderzoek.

Maar minder goed bij:

geschiedenis;
filosofie;
maatschappijleer;
literatuuronderzoek;
ontwerpgerichte PWS’en.

Bijvoorbeeld:

standaarddeviatie;
steekproefrepresentativiteit;
meetwaarden;
foutbalken.

Daardoor krijgen alfa/gamma-PWS’en mogelijk onterecht lagere scores.

2. Bronnencriterium is te beperkt uitgewerkt

Dit onderdeel zou ik aanscherpen.

Nu ligt nadruk vooral op:

hoeveelheid;
wetenschappelijk niveau.

Maar niet genoeg op:

kritische verwerking;
bronanalyse;
betrouwbaarheid;
bronintegratie.

Een leerling kan nu theoretisch:

3 wetenschappelijke bronnen gebruiken,
maar ze nauwelijks begrijpen.
3. AI ontbreekt volledig

Dat is anno 2026 eigenlijk niet meer houdbaar.

Ik zou echt een apart criterium toevoegen zoals:

AI-gebruik en academische integriteit

Bijvoorbeeld:

transparantie over AI;
kritisch controleren van AI-output;
AI als hulpmiddel i.p.v. vervanging;
verantwoording in logboek/bijlage.

Dat ontbreekt nu volledig.

4. Taal telt relatief weinig mee

Dat is inhoudelijk misschien bewust, maar:
deze leerlingen krijgen nu een 7,5 voor taal terwijl er vrij veel:

grammaticale fouten;
slordigheden;
academische stijlproblemen zijn.

Dus:
óf je norm voor taal is mild,
óf taal weegt te weinig mee.

5. Sommige descriptors zijn lastig objectief

Bijvoorbeeld:

“fraai”
“goede stijl”
“grote mate van eigen werk”

Dat kan per docent verschillen.

Sterker zou zijn:

concreet observeerbaar gedrag;
voorbeelden;
indicatoren.
Wat ik van jouw beoordeling vind

Ik vind jouw 7,6 eigenlijk behoorlijk goed verdedigbaar.

Sterk aan jouw beoordeling:

je hebt inhoud boven taal gewaardeerd;
eigen onderzoek zwaar meegewogen;
methodologische reflectie beloond;
originaliteit hoog gewaardeerd (terecht).

Ik vind vooral sterk dat je:

conclusie relatief lager gaf (6,5)

Dat klopt inhoudelijk namelijk goed.

Hun conclusie:

is soms te stellig;
nuance ontbreekt;
resultaten zijn eigenlijk gemengd.

Dat heb je scherp gezien.

Waar ik misschien iets lager zou zitten
Bronnen → eerder 6,5–7 dan 8

Omdat er nauwelijks echte wetenschappelijke literatuur is.

Veel bronnen zijn:

blogs;
GGZ-sites;
populaire uitlegpagina’s.
Waar ik misschien hoger zou zitten
Discussie/evaluatie → eerder 7,5–8

Want hun reflectie op:

betrouwbaarheid;
groepsgrootte;
foutbalken;
meetproblemen
is best sterk voor VWO.
Mijn algemene oordeel over de rubric
Sterk:
onderzoeksmatig;
concreet;
vaardighedengericht;
procesgericht;
goed voor empirisch VWO-onderzoek.
Zwakker:
minder geschikt voor alfa/gamma;
AI ontbreekt;
bronkritiek kan sterker;
taalnormering wat mild/onduidelijk.

Maar eerlijk:
dit is inhoudelijk beter dan veel PWS-rubrics die ik zie.

Elke groep:

2 minuten presenteren;
alleen belangrijkste afspraken.

Laat iemand live notuleren in een gedeeld document.

5. Afronding — besluitvorming (5 min)

Sluit af met:

“Welke 5 afspraken worden schoolbreed?”

Bijvoorbeeld:

AI-gebruik wordt verantwoord.
V6 vraagt meer analyse dan H5.
Minimaal één feedbackmoment op bronnen.
Proces telt mee in beoordeling.
Bronvermelding verplicht volgens vaste stijl.
Wat heb je nodig?
4 flap-overs/posters;
stiften/post-its;
timer;
gedeeld document/projector.
Waarom dit werkt in 60 minuten

Omdat je:

snel naar discussie gaat;
geen lange presentaties hebt;
direct afspraken formuleert;
én verschillen tussen docenten zichtbaar maakt.
PWS def Soufia en Sethunya TRAUMA.doc kopie.pdf
PDF
Welk cijfer zou je dit pws geven? en waarom?

Voor een H5/V6-PWS zou ik dit ongeveer een 7,5 tot 8 geven.
Eerder een 7,5 als je streng normeert op academische kwaliteit en taal, en richting een 8 als proces, zelfstandigheid en eigen onderzoek zwaar meetellen.

Waarom:

Sterke punten
1. Eigen empirisch onderzoek

Dat is een groot pluspunt.
Ze hebben:

zelf een onderzoeksvraag opgesteld;
deelnemers geworven;
data verzameld;
een Stroop-test uitgevoerd;
grafieken gemaakt;
resultaten geanalyseerd.

Dat gaat duidelijk verder dan een puur literatuur-PWS. Dat is op VWO-niveau sterk.

2. Goede onderzoeksstructuur

De opbouw is logisch:

hoofdvraag;
hypothese;
methode;
resultaten;
conclusie;
discussie;
evaluatie.

Ook de discussie bevat reflectie op beperkingen van het onderzoek, bijvoorbeeld:

ongelijke groepsgroottes;
invloed van uitschieters;
betrouwbaarheid van de risicotest.

Dat laat onderzoeksinzicht zien.

3. Sterke reflectie op validiteit

Ze benoemen vrij goed:

meetfouten;
standaarddeviatie;
foutbalken;
beperkingen van gemiddelden;
invloed van groepsindeling.

Voor middelbare scholieren is dat behoorlijk sterk.

4. Veel werk en serieus proces

Het logboek laat echt langdurig en serieus werk zien:

bijna 100 uur per leerling;
feedback verwerken;
analyses aanpassen;
grafieken verbeteren.

Dat oogt authentiek en zorgvuldig.

Zwakke punten
1. Taalniveau en formulering

Hier verlies je flink punten.

Er staan veel:

grammaticale fouten;
kromme zinnen;
herhalingen;
slordigheden.

Bijvoorbeeld:

“daarmee wordt is de hypothese bevestigt”

Of:

“Theoretisch gezien staat een hoge trauma gelijk aan een lage reactietijd”

Voor VWO mag de academische schrijfstijl sterker.

2. Bronkwaliteit is wisselend

Dit is waarschijnlijk het grootste inhoudelijke minpunt.

Ze gebruiken veel:

blogs;
GGZ-websites;
populaire artikelen;
informatieve websites.

Er ontbreken grotendeels:

wetenschappelijke artikelen;
peer-reviewed onderzoek;
primaire academische bronnen.

Bij een sterk VWO-PWS verwacht je minstens enkele wetenschappelijke studies.

3. Statistische analyse blijft oppervlakkig

Ze beschrijven patronen goed, maar:

toetsen nauwelijks statistisch;
doen geen significantieanalyse;
trekken soms stevige conclusies uit kleine verschillen.

Bijvoorbeeld:

hoge traumagroep heeft maar 3 deelnemers.

Dat maakt conclusies kwetsbaar.

4. Soms bevestigingsbias

Ze proberen soms de hypothese alsnog te “redden” terwijl resultaten eigenlijk gemengd zijn.

Bijvoorbeeld:

“Als je naar begin- en eindwaarde kijkt is er alsnog een toename.”

Wetenschappelijk sterker zou zijn:

“De resultaten ondersteunen de hypothese slechts gedeeltelijk.”

Wat ik sterk vind voor VWO

Dit stuk vond ik juist volwassen:

ze erkennen expliciet dat resultaten níét volledig overeenkomen met de hypothese;
ze bespreken methodologische problemen;
ze denken na over vervolgonderzoek.

Dat laat echt onderzoekend vermogen zien.

Mijn eindafweging
Onderdeel Niveau
Onderzoeksvraag Goed
Eigen onderzoek Sterk
Analyse Ruim voldoende tot goed
Reflectie/discussie Goed
Brongebruik Matig tot voldoende
Taal/verzorging Voldoende
Zelfstandigheid Sterk
Onderzoeksvaardigheden Goed
Eindcijfer
Havo 5: → 8 à 8,5
VWO 6: → 7,5 à 8

Als docent zou ik waarschijnlijk uitkomen op:

7,8

Omdat het inhoudelijk ambitieus is en echt onderzoek bevat, ondanks de zwakkere academische afwerking.

Beoordelingsformulier-PWS Soufia en Sethunya 2526.docx
Document
Mijn beoordeling was aan de hand van dit sjabloom wat vind je daar sterk en zwak aan

Ik vind dit beoordelingsformulier eigenlijk verrassend sterk voor een school-PWS, vooral omdat het veel concreter is dan de gemiddelde “algemene rubric”. Het sluit goed aan bij onderzoekend leren en wetenschappelijke vaardigheden.

Wat ik sterk vind — en waar ik voorzichtig mee zou zijn:

Sterke punten van jullie rubric
1. Heel duidelijke opbouw proces ↔ inhoud ↔ presentatie

Dat is didactisch sterk.

Je beoordeelt niet alleen:

het eindproduct,
maar ook:
onderzoeksproces;
samenwerking;
reflectie;
logboek.

Dat voorkomt dat alleen “mooie schrijvers” hoog scoren.

2. De rubric is inhoudelijk echt onderzoeksmatig

Dat vind ik het sterkste onderdeel.

Bijvoorbeeld:

onafhankelijke vs afhankelijke variabelen;
betrouwbaarheid;
nauwkeurigheid;
spreiding;
steekproef;
representativiteit.

Dit dwingt leerlingen om:

daadwerkelijk onderzoek te doen;
methodologisch na te denken;
niet alleen een werkstuk te schrijven.

Voor VWO is dat heel sterk.

3. Progressie in niveaus is goed zichtbaar

De rubric heeft duidelijke opbouw:

onvoldoende;
voldoende;
goed;
excellent.

En belangrijk:
de verschillen tussen die niveaus zijn inhoudelijk betekenisvol.

Bijvoorbeeld bij discussie:

eerst “noemt factoren”;
later “legt uit hoe die factoren doorwerken in de conclusie”.

Dat is goed ontworpen.

4. “Originaliteit/eigen werk” is expliciet opgenomen

Heel belangrijk in AI-tijd.

Veel scholen vergeten dit of maken het te vaag.

Hier stuur je op:

eigen keuzes;
eigen onderzoek;
originele aanpak;
zelfstandigheid.

Dat is toekomstbestendig.

5. Controleerbaarheid is een slim criterium

Dat onderdeel vind ik echt goed bedacht.

Want wetenschappelijk werken = controleerbaar werken.

Veel rubrics beoordelen alleen:

“heeft bronnen”.

Jullie kijken ook naar:

methodeverantwoording;
navolgbaarheid;
brongebruik;
notenapparaat.

Dat is inhoudelijk sterk.

Waar de rubric zwakker is
1. Te veel focus op natuurwetenschappelijke onderzoekslogica

Dat is het grootste aandachtspunt.

De rubric past héél goed bij:

biologie;
scheikunde;
psychologie;
empirisch onderzoek.

Maar minder goed bij:

geschiedenis;
filosofie;
maatschappijleer;
literatuuronderzoek;
ontwerpgerichte PWS’en.

Bijvoorbeeld:

standaarddeviatie;
steekproefrepresentativiteit;
meetwaarden;
foutbalken.

Daardoor krijgen alfa/gamma-PWS’en mogelijk onterecht lagere scores.

2. Bronnencriterium is te beperkt uitgewerkt

Dit onderdeel zou ik aanscherpen.

Nu ligt nadruk vooral op:

hoeveelheid;
wetenschappelijk niveau.

Maar niet genoeg op:

kritische verwerking;
bronanalyse;
betrouwbaarheid;
bronintegratie.

Een leerling kan nu theoretisch:

3 wetenschappelijke bronnen gebruiken,
maar ze nauwelijks begrijpen.
3. AI ontbreekt volledig

Dat is anno 2026 eigenlijk niet meer houdbaar.

Ik zou echt een apart criterium toevoegen zoals:

AI-gebruik en academische integriteit

Bijvoorbeeld:

transparantie over AI;
kritisch controleren van AI-output;
AI als hulpmiddel i.p.v. vervanging;
verantwoording in logboek/bijlage.

Dat ontbreekt nu volledig.

4. Taal telt relatief weinig mee

Dat is inhoudelijk misschien bewust, maar:
deze leerlingen krijgen nu een 7,5 voor taal terwijl er vrij veel:

grammaticale fouten;
slordigheden;
academische stijlproblemen zijn.

Dus:
óf je norm voor taal is mild,
óf taal weegt te weinig mee.

5. Sommige descriptors zijn lastig objectief

Bijvoorbeeld:

“fraai”
“goede stijl”
“grote mate van eigen werk”

Dat kan per docent verschillen.

Sterker zou zijn:

concreet observeerbaar gedrag;
voorbeelden;
indicatoren.
Wat ik van jouw beoordeling vind

Ik vind jouw 7,6 eigenlijk behoorlijk goed verdedigbaar.

Sterk aan jouw beoordeling:

je hebt inhoud boven taal gewaardeerd;
eigen onderzoek zwaar meegewogen;
methodologische reflectie beloond;
originaliteit hoog gewaardeerd (terecht).

Ik vind vooral sterk dat je:

conclusie relatief lager gaf (6,5)

Dat klopt inhoudelijk namelijk goed.

Hun conclusie:

is soms te stellig;
nuance ontbreekt;
resultaten zijn eigenlijk gemengd.

Dat heb je scherp gezien.

Waar ik misschien iets lager zou zitten
Bronnen → eerder 6,5–7 dan 8

Omdat er nauwelijks echte wetenschappelijke literatuur is.

Veel bronnen zijn:

blogs;
GGZ-sites;
populaire uitlegpagina’s.
Waar ik misschien hoger zou zitten
Discussie/evaluatie → eerder 7,5–8

Want hun reflectie op:

betrouwbaarheid;
groepsgrootte;
foutbalken;
meetproblemen
is best sterk voor VWO.
Mijn algemene oordeel over de rubric
Sterk:
onderzoeksmatig;
concreet;
vaardighedengericht;
procesgericht;
goed voor empirisch VWO-onderzoek.
Zwakker:
minder geschikt voor alfa/gamma;
AI ontbreekt;
bronkritiek kan sterker;
taalnormering wat mild/onduidelijk.

Maar eerlijk:
dit is inhoudelijk beter dan veel PWS-rubrics die ik zie.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

4. Pitchronde (10 min)
Elke groep:
2 minuten presenteren;
alleen belangrijkste afspraken.

Laat iemand live notuleren

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Elke groep:
2 minuten presenteren;
alleen belangrijkste afspraken.

Laat iemand live notuleren:
zet boven de opmerking: het onderwerp van je groep.

Slide 13 - Mind map

This item has no instructions

Afsluiter
Welke afspraken/punten zien we graag terug?

verschillen tussen H5 en V6;
AI-gebruik;
brongebruik;
proces en begeleiding;
beoordeling.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions