La clase anterior: una cosa
Habla con tu compañero/a de clase en holandés:
1. Noem 1 ding wat je gisteren van een klasgenoot tijdens de les hebt geleerd.
2. Noem 1 ding wat je goed vond van de presentaties van je klasgenoten.
3. Noem 1 ding die jij hetzelfde zou doen bij jouw presentatie (of als je de presentatie hebt gedaan, dan 1 ding noemen die je anders zou doen).
4. Noem 1 ding die je hebt geleerd afgelopen weken ter voorbereiding van je presentatie.
5. Noem in het Spaans la profesión van de hoofdpersoon uit de serie van gisteren.
6. Noem de regio waar de serie zich afspeelde.
7. Welke taal naast het Spaans wordt in deze regio gesproken?
8. En waar stand deze regio met name bekend om...el camino de......?