1.1 Verbranding

Basisstof 1 Verbranding
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Basisstof 1 Verbranding

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Actieve werkvorm 'Personage'

Bedenk samen wie je voor je hebt. 

Bespreek in groepjes van 3 of 4.
Jullie volgen je intuïtie/eerste indruk. We bespreken het klassikaal na.
Hulpvragen:
- Leeftijd?
- Waar opgegroeid? Woont?
- Wat voor docent? 
- Broers/zussen?
- Getrouwd? Kinderen? Huisdieren?
- Hobby's
- Lievelingseten/vakantie/muziek
- .....(eigen invulling)

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Verwachtingen
Respect naar elkaar
Rust en concentratie tijdens werken, tussentijds gezelligheid
100% inzet, fouten maken mag!
Spullen op orde -> altijd boek/tablet



Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Actieve werkvorm met ballonnen
1: Bio is best leuk! - Bio is zo niet leuk

2: Ik ben (best) goed in Bio - Ik ben niet zo goed in Bio

3: Ik hou (meer) van planten - Ik hou (meer) van dieren

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Thema 1 Verbranding en ademhaling
  1. Verbranding
  2. Het ademhalingsstelsel
  3.  Ademhalen
  4. Gezonde longen
  5. Stofwisseling
  6. Roken en blowen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

- Je weet dat voor verbranding zuurstof nodig is en dat er
    koolstofdioxide ontstaat. 

- Je kunt koolstofdioxide aantonen met een indicator. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Een stof die je kan verbranden
= een brandstof

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Brandstoffen

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Bij verbranding komt energie vrij
  • warmte
  • beweging
  • licht

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Nodig bij verbranding
Als je een kaars brandt, verbrandt er kaarsvet. 
Voor verbranding heb je een brandstof nodig (bijv. kaarsvet)

Zet je een glas over de kaars dan zal de vlam uitgaan, dit komt omdat de zuurstof opraakt. 
Voor verbranding is zuurstof nodig.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Dit komt vrij bij verbranding
Bij verbranding komt energie vrij. 

Welke vormen van energie kun je bedenken?

Bij verbranding ontstaan nieuwe stoffen. 
Er ontstaat water (condens) en er ontstaat koolstofdioxide.
Stoffen die bij verbranding vrijkomen: verbrandingsproducten.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Reactieschema verbranding
Dit schema ken je:

brandstof+zuurstof          water+koolstofdioxide+energie

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Welke energie komt hier vrij?
A
Warmte
B
Beweging
C
Licht

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wij ademen                    uit.

Wij ademen                       in. 

Verbranding is:


+
=
+
+
Koolstofdioxide
Zuurstof
Brandstof
Zuurstof
Water
Koolstofdioxide
Energie

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Practica 1: Verbranding bij een kaars



  • Zet het waxinelichtje op het schoteltje en steek het aan 
  •  Zet de jampot over het brandende waxinelichtje
  • Beantwoord de vragen op blz. 52

   
  


DEMO door de docent

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

.


WARMTE = 


LICHT=


                            WATER= 

        

 Koolstofdioxide =

           (CO2)



energie
energie
verbrandingsproduct
verbrandingsproduct
Wat is het, kies:
Energie of verbrandingsproduct

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Nodig voor verbranding
Over na verbranding
Zuurstof
Koolstofdioxide
Water
(Energie)
Glucose

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions

Verbranding in je lichaam
Waar? ----------In iedere cel van ons lichaam

Nodig?----- glucose (brandstof) en zuurstof 

verbrandingsproducten?---CO2 en waterdamp

Energie?--------beweging en warmte
 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

 Verbranding in je lichaam
Op elk moment, in elke cel
-
Nodig voor
verbranding
glucose  +  zuurstof  --> koolstofdioxide + water + energie
brandstof

verbrandingsproducten
deze adem je uit
-  Krijg je binnen door
    voedsel te eten
-  Glucose wordt
    gemaakt door planten (fotosynthese)
komt vrij

- om te bewegen
- om het lichaam op
   temperatuur te houden

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 21 - Video

This item has no instructions

Waar in het lichaam
vindt verbranding plaats?
A
alleen in het spierstelsel
B
alleen in het verteringsstelsel
C
in alle levende cellen in het lichaam
D
In de spiercellen en dan wordt de energie vervoerd naar de rest van het lichaam

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Komt zuurstof via het bloed bij de cellen in je lichaam?
A
ja
B
nee

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

welke brandstof hebben de cellen in je lichaam nodig
A
zuurstof
B
koolstofdioxide
C
indicator
D
glucose

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Verbranding in een lichaamscel: 

Wat komt vrij bij verbranding? 

Sleep die in het vak.

Komt vrij bij verbranding

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

+
-->
+
+
Geef het reactieschema van de verbranding in elke cel van je lichaam, door de componenten naar het juist vak te slepen.
brandstof
.................
gas in de lucht
.......................


energie
glucose
zuurstof
koolstof
dioxide
water

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

indicator
Een indicator is een stof die een andere stof aantoont.

De indicator helder kalkwater toont koolstofdioxide aan omdat het heldere kalkwater troebel wordt. 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

1: Helder kalkwater = water met opgelost kalk

2: Koolstofdioxide reageert met helder kalkwater:  
het water wordt troebel

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Practicum 2: Koolstofdioxide aantonen (blz. 63)

      • Nummer de buizen 1 t/m 4 
      • In buis 1: een pinkdikte gekookt en afgekoeld water 
      • In buis 2: een pinkdikte bronwater met prik
      • In buis 3 én 4: een pinkdikte helder kalkwater 
      • Doe de inhoud van buis 1 bij buis 3 
      • Doe de inhoud van buis 2 bij buis 4 
      

Pinkdikte
Maak opdr. 1 (blz. 63)

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Practica 3: Koolstofdioxide bij een brandende kaars 


Wat gebeurt er met het helder kalkwater ? 




Wat gebeurt er met het helder kalkwater ? 

Wij gebruiken:
- een glazen potje met helderkalkwater 
- een waxinelichtje dat we aansteken
- we doen daarna het deksel op het potje
Demo 1
Demo 2
Wij gebruiken:
- een glazen potje met helderkalkwater 
- een waxinelichtje (NIET aansteken)
- we doen daarna het deksel op het potje

Slide 30 - Slide

Waarneming:
De kaars gaat uit.
Het helder kalkwater wordt troebel.
Dit is het bewijs voor het verbrandingsproduct koolstofdioxide (CO2)

Energie:
Warmte - Het glas voelt warm aan.

Verbrandingsproduct:
Water: De binnenkant van het glas is beslagen. Er zijn waterdruppeltjes te zien.

Antwoorden:
2. Je weet niet zeker of het kalkwater troebel wordt door verbranding. Misschien komt het wel door iets anders....
3. Ja wel kalkwater, HELDER kalkwater anders kun je het niet vergelijken met het andere proefje
4. Ja er moet een kaars in, maar die steek je NIET aan
Verbrandingsreactie van verbranding in elke cel van het lichaam:


.......1........ + zuurstof ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(verbrandingsproducten)

A
1: water 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: glucose 3: energie
D
1: glucose 2: water

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Verbrandingsreactie verbranding in het lichaam:


Glucose + ……………1……………… ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(brandstof) (verbrandingsproducten) (beweging)

A
1: zuurstof 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: zuurstof 4: koolstofdioxide
D
1: zuurstof 4: brandstof

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Zo kun je een koolstofdioxide aantonen
Sleep naar de juiste positie
in de afbeelding
Indicator
Troebel

Slide 33 - Drag question

This item has no instructions

Verbranding: Dit weet/snap je!

Reactieschema van het verbrandingsproces:

Algemeen:  
Brandstof      +    zuurstof    -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                 
                                                                                                                 
Auto:
Benzine      +      zuurstof     -->     water    +    uitlaatgassen          +      energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)               (warmte + beweging)

Kaars:
Kaarsvet      +     zuurstof     -->     water     +   koolstofdioxide      +     energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)              (warmte + licht)

Lichaam:
Glucose      +       zuurstof   -->      water + koolstofdioxide           +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                (lichaamstemperatuur + beweging)
Alle processen in je cellen vragen energie

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Video

This item has no instructions

Aan de slag!
Basisstof 1
opdrachten 1 t/m 7

Strijders
- Opdracht 8 en Samenhang (blz. 13&14)

- Leren onderzoeken
blz 56 t/m 60 lezen en doen


Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Fotosynthese (extra stof 5 - verdieping)

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

Reactieschema Fotosynthese



Plant heeft (zon)licht nodig voor fotosynthese

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Verbrandingsreactie van verbranding in elke cel van het lichaam:


.......1........ + zuurstof ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(verbrandingsproducten) (lichaamswarmte)

A
1: water 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: glucose 4: energie
D
1: glucose 2: koolstofdioxide

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions



Koolstofdioxide + water + zonlicht ==> glucose + zuurstof

A
=fotosynthese
B
vindt plaats in de bladgroenkorrels van een plant
C
=een reactieschema
D
A,B en C zijn allemaal juist

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions