Schijf van vijf

1 / 21
next
Slide 1: Slide
Consumptieve techniekPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

5

Slide 3 - Video

00:18
Waarom hebben wij voedingsstoffen nodig?
A
Om te groeien
B
Om gezond en fit te blijven
C
Voor een gezonde huid
D
Omdat het lekker is

Slide 4 - Quiz

00:35
Vitamines, mineralen en vezels zijn voedingsmiddelen
A
Niet waar
B
Waar

Slide 5 - Quiz

01:21
Wat staat niet in de schijf van vijf?
A
Volkoren pasta
B
Water
C
Witte rijst
D
Margarine

Slide 6 - Quiz

01:46
Als je volgens de Schijf van Vijf eet, dan mag je niet meer snoepen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

02:25
Af en toe geen vlees eten is beter voor het milieu. Waarom?
A
Vlees produceren kost veel energie
B
Noten en linzen zijn kort houdbaar
C
Anders eten de dieren onze noten op
D
Omdat we teveel noten hebben. Die moeten op

Slide 8 - Quiz

Hoeveel vakjes heeft de schijf van vijf?
A
4
B
5
C
6
D
7

Slide 9 - Quiz

Welke schijf in de schijf van vijf is de grootste?
A
brood-, graanproducten en aardappelen
B
Dranken
C
Groenten en fruit
D
vis, peulvruchten, vlees, ei, noten en zuivel

Slide 10 - Quiz

Dit hoort er NIET in de schijf van vijf
A
Appels
B
Ongezouten noten
C
Aardappelen
D
Cola

Slide 11 - Quiz

Wat zijn voedingsstoffen?
A
Die zitten in voedingsmiddelen
B
Die hangen in de lucht
C
Daar kun je kleding van maken
D
De geur die aan eten zit

Slide 12 - Quiz

In de winkel koop je een blik groentesoep. Staat dit in de schijf van vijf?
A
Ja, want er zit veel groente in
B
Nee, eten uit blik is niet goed
C
Ja, als er maar geen E-nummers in zitten
D
Nee, dit bevat teveel zout en suiker

Slide 13 - Quiz

Welk product staat niet in de schijf van vijf
A
Zilvervlies rijst
B
Gehakt
C
Zwarte thee
D
Groene thee

Slide 14 - Quiz

Einde van de Quiz
ga over naar PPP

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Wat is een voorbeeld van een voedingsmiddel
A
Vezels
B
Vitamine
C
Banaan
D
Mineralen

Slide 21 - Quiz