Les 19 taal PABO, 26 maart 2026

Les 19 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les 19 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie

Slide 1 - Slide

Inchecken; Hoe voel je je nu?

Slide 2 - Slide

Hoe voel je je?

Blij, enthousiast of..
Normaal, rustig of...
Moe, nerveus, verdrietig of...

Slide 3 - Open question

De vorige les.
Taal 2.
Lesdoel(en) | Lesson objective(s):
  • Leer ik uitleggen waarom er urgentie is om het leesonderwijs in Nederland anders in te richten.
  • Leer ik toelichten welke factoren bijdragen aan tekstbegrip.
  • Leer ik teksten modelleren door hardop je denkstappen te zetten.
  • Kan ik onderbouwd vertellen wat ik in de klas kan doen aan effectief leesonderwijs.

Slide 4 - Slide

Vraag uit een eerdere les | Leg uit hoe taalverwerving volgens het behaviorisme verloopt.

Slide 5 - Open question

Wat wordt in de tekst bedoeld met verkaveling van het taalonderwijs?

A. Dat taalonderwijs alleen digitaal wordt gegeven.
B. Dat taalonderwijs wordt opgesplitst in verschillende domeinen die los van elkaar worden aangeboden.
C. Dat taalonderwijs alleen bestaat uit spelling en grammatica.
D. Dat taalonderwijs minder belangrijk is geworden.

Slide 6 - Open question

Waarom is motivatie belangrijk voor tekstbegrip bij leerlingen?

Slide 7 - Open question

Wat wordt bedoeld met de zone van de naaste ontwikkeling bij het kiezen van een tekst?

A. De tekst moet veel te moeilijk zijn voor leerlingen.
B. De tekst moet precies hetzelfde niveau hebben als eerdere teksten.
C. De tekst moet aansluiten bij wat leerlingen al weten, maar ook nieuwe uitdaging bieden.
D. De tekst moet alleen bestaan uit bekende woorden.

Slide 8 - Open question

Wat wordt bedoeld met de overgang van ‘leren om te lezen’ naar ‘lezen om te leren’?

A. Leerlingen lezen alleen nog korte teksten.
B. Lezen wordt gebruikt om kennis op te doen binnen verschillende vakken.
C. Lezen wordt alleen nog in taallessen geoefend.
D. Leerlingen leren minder lezen op school.

Slide 9 - Open question

Welke vaardigheid hoort bij het technisch kunnen omzetten van letters in klanken?

A. Achtergrondkennis
B. Tekststructuur
C. Motivatie
D. Decodeervaardigheid

Slide 10 - Open question

Waarom is het aanbieden van verschillende tekstsoorten binnen één thema belangrijk?

A. Omdat leerlingen dan meer lezen.
B. Omdat leerlingen zo een bredere woordenschat en meer voorkennis opbouwen.
C. Omdat alle teksten dan even moeilijk zijn.
D. Omdat leerlingen alleen verhalen lezen.

Slide 11 - Open question

Leg uit wat modelen is in het leesonderwijs.


Slide 12 - Open question

Instructie.
Taal 2.
Lesdoel(en):
  1. Leer je zinvolle technieken om tot begrip te komen.
  2. Leer je zinvolle en zinloze manieren om tekstbegrip te meten.
  3. Leer je hoe de samenhang van vaardigheden effect heeft op tekstbegrip.
  4. Leer je wat 'diep lezen' is.
  5. Leer je een les ontwerpen aan de hand van de methode Focus op begrip.

Deze les bevat theorie vanuit bijeenkomst 7.



Slide 13 - Slide

Instructie.
Technieken.
Technieken om tot leesbegrip te komen:
  1. Decoderen en vloeiendheid​
  2. Ervarings- en taalbasis​
  3. Leesmotivatie en hoeveelheid tekst​
  4. Tekstkwaliteit​
  5. Actief denken






Slide 14 - Slide

Instructie.
Tekstbegrip toetsen en meten.
AVI
  • Voordelen: meet leesvaardigheid in een natuurlijke context (lezen van een tekst), geeft een praktisch leesniveau dat aansluit bij boeken en helpt bij differentiatie en motivatie (kinderen zien vooruitgang in leesniveau).
  • Nadelen: Te veel focus op tempo, wat kan leiden tot ‘hollen door de tekst’ zonder begrip, meet geen leesbegrip, terwijl dat cruciaal is voor goed lezen, grove inschatting, dus kans op verkeerde indeling in beheersings-instructie-frustratieniveau.


Slide 15 - Slide

Instructie.
Tekstbegrip toetsen en meten.
DMT
  • Voordelen: snel en objectief te scoren, goed om woordherkenningsproblemen op te sporen, voorspellend voor leesproblemen zoals dyslexie.
  • Nadelen: geen context, dus het meet alleen technisch lezen en niet of een leerling begrijpt wat hij leest, kan stressvol zijn door tijdsdruk, niet motiverend: kinderen lezen betekenisloze woordenrijtjes zonder plezier.

Slide 16 - Slide

Instructie.
Tekstbegrip toetsen en meten.
Van Koeven en Smits pleiten voor een bredere kijk op leesonderwijs. Ze bekritiseren vooral:
  1. Groot risico op misclassificatie: belangrijk is oa het moment van afname. Bij DMT bijv alleen tussen E3 en E4.
  2. Te veel nadruk op tempo: Ze waarschuwen dat de focus op snelle woordherkenning kan leiden tot oppervlakkig lezen, zonder begrip of motivatie.
  3. Geen leesbegrip: AVI en DMT meten niet of een leerling de tekst begrijpt, terwijl dit juist het uiteindelijke doel is van lezen.
  4. Negatief effect op leesplezier: Vooral DMT kan zorgen voor stress en demotivatie, omdat het weinig met echte leeservaring te maken heeft.
  5. Beperkte differentiatie: AVI-niveaus zijn nuttig, maar zeggen niets over interesses of tekstbegrip. Daardoor kan een kind met een laag AVI-niveau tóch goed begrijpend lezen.

Slide 17 - Slide

Instructie.
Diep lezen.
Diep lezen: 'Voor een langere tijd geconcentreerd lezen, waarbij de samenhang en betekenis van een tekst worden ervaren' (Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad, 2019)​.

  1. Diep lezen leidt tot diep denken​
  2. Diepe aandacht voor het lezen​
  3. Diepe onderdompeling in de tekst​
  4. Verdiept begrip van de vorm en inhoud​
  5. Diepe verwerking van en reflectie op de tekst in verbinding met de eigen context

Er is gebrek aan diep lezen in onze huidige maatschappij, waarin veel vluchtig en skimmend wordt gelezen.

Slide 18 - Slide

Instructie.
Focus op begrip.
Focus op begrip (Van Koeven en Smits):
  • Kies een multiperspectivisch thema​
  • Kies twee voorleesboeken bij het thema​
  • Zorg voor een motiverend boekenaanbod met themaboeken​
  • Iedere dag minimaal 30 minuten vrij lezen.​
  • Werken met coherente tekstsets​ (de boodschap van de auteur is makkelijk te begrijpen)
  • Schrijven over het thema en de teksten


Slide 19 - Slide

Instructie.
Tekstlessen binnen een thema.
  1. Inhouds- en taaldoelen formuleren
  2. Voorafgaand het lezen eerst ondersteunen van begrip (foto's, video's, anekdote, enz.)
    Tekst-hoofd-hartvragen
  3. Tekst modelen / voorlezen
  4. Tekst zelf actief (!) lezen
  5. Een verwerkingsopdracht die actief denken stimuleert om tot dieper begrip te komen (schrijfopdracht, creatieve opdracht, minionderzoek, mondelinge taalvaardigheid, enz).

Slide 20 - Slide

Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
  1. Leer je zinvolle technieken om tot begrip te komen.
  2. Leer je zinvolle en zinloze manieren om tekstbegrip te meten.
  3. Leer je hoe de samenhang van vaardigheden effect heeft op tekstbegrip.
  4. Leer je wat 'diep lezen' is.
  5. Leer je een les ontwerpen aan de hand van de methode Focus op begrip.

Slide 21 - Slide

Welke combinatie van factoren is volgens onderzoek het meest bepalend voor effectief tekstbegrip?

A. Alleen decoderen en vloeiendheid, omdat dit de basis van technisch lezen is.
B. Decoderen en vloeiendheid samen met een sterke ervarings- en taalbasis.
C. Leesmotivatie en hoeveelheid tekst, omdat alleen motivatie leidt tot betere prestaties.
D. Tekstkwaliteit en actief denken, omdat leerlingen zonder strategieën weinig betekenis uit een tekst halen.

Slide 22 - Open question

Volgens Van Koeven en Smits zijn er verschillende beperkingen van het gebruik van AVI- en DMT-toetsen in het leesonderwijs. Welke van de onderstaande beweringen zijn correct?

A. AVI meet uitsluitend technisch lezen en niet leesbegrip, waardoor leerlingen verkeerd ingedeeld kunnen worden.
B. DMT kan stress veroorzaken en kinderen demotiveren, omdat het woordrijtjes zonder context aanbiedt.
C. AVI en DMT zijn goede instrumenten om leesbegrip te meten bij alle leerlingen.
D. Te veel nadruk op tempo kan leiden tot oppervlakkig lezen zonder echte begrip of motivatie.
E. AVI-niveaus houden rekening met interesses en differentiatie op tekstbegrip.

Slide 23 - Open question

Welke kenmerken horen bij diep lezen volgens de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad (2019)?

A. Voor een langere tijd geconcentreerd lezen waarbij samenhang en betekenis van een tekst ervaren worden.
B. Diepe aandacht voor de tekst en reflectie op inhoud in relatie tot de eigen context.
C. Verdiept begrip van de vorm en inhoud van de tekst.
D. Vluchtig en skimmend lezen van teksten.
E. Lezen zonder verbinding te maken met eigen ervaringen of voorkennis.

Slide 24 - Open question

Welke van de onderstaande maatregelen is volgens Van Koeven en Smits het belangrijkste middel om het begrip van teksten bij leerlingen te vergroten?

A. Iedere dag minimaal 30 minuten vrij lezen zonder thematiek.
B. Werken met coherente tekstsets waarbij de boodschap van de auteur makkelijk te begrijpen is.
C. Inzetten op spelling en grammatica en woordenschat.
D. Het aanbieden van willekeurige boeken naar eigen keuze.

Slide 25 - Open question

Welke aanpak draagt volgens de theorie het meest bij aan diep begrip van een tekst bij leerlingen?

A. De tekst laten overschrijven en extra inzetten op spelling en grammatica.
B. Spelling, grammatica en woordenschat oefenen en vergroten.
C. Tekst stil laten lezen zonder afleidingen.
D. Voorafgaand aan het lezen achtergrondinformatie bieden en de tekst modelen of hardop voorlezen, gevolgd door actieve verwerking door de leerlingen de tekst.

Slide 26 - Open question

De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
  • Leer je de theorie over stellen.
  • Leer je de functies en doelen van geschreven taal.
  • Leer je wat goed schrijfonderwijs is.

Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.



Slide 27 - Slide