leren onderzoeken: een experiment

Literatuur
Informatie lezen/opzoeken




Beschrijvend
observeren en beschrijven
Experimenteel
Experiment uitvoeren
Soorten Onderzoek
  1. Wat eten kinderen in verschillende landen als ontbijt?





  1. Hoe vaak eet een hond per dag?
1. Waarom ontkiemen zaadjes in een zakje niet? 
1 / 30
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Literatuur
Informatie lezen/opzoeken




Beschrijvend
observeren en beschrijven
Experimenteel
Experiment uitvoeren
Soorten Onderzoek
  1. Wat eten kinderen in verschillende landen als ontbijt?





  1. Hoe vaak eet een hond per dag?
1. Waarom ontkiemen zaadjes in een zakje niet? 

Slide 1 - Slide

Onderzoek doen bij Biologie
leren onderzoeken

Slide 2 - Slide

soorten onderzoek
literatuuronderzoek

beschrijvend onderzoek

experimenteelonderzoek


Slide 3 - Slide




Literatuur
Informatie lezen/opzoeken
Soorten Onderzoek
  1. Wat eten kinderen in verschillende landen als ontbijt?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video




Beschrijvend
observeren en beschrijven
Soorten Onderzoek

  1. Hoe vaak eet een hond per dag?

Slide 6 - Slide



Experimenteel
Experiment uitvoeren
Soorten Onderzoek
1. Waarom ontkiemen zaadjes in een zakje niet? 

Slide 7 - Slide

experimenteel onderzoek
Kennen/Kunnen
  • Je kunt de 6 stappen benoemen die je zet tijdens een onderzoek.
  • Je kunt zelf een klein onderzoekje opzetten.
  • Je weet hoe je een verslag moet schrijven.

Slide 8 - Slide

De  onderzoeksstappen
0. Een waarneming en/of idee
1. De onderzoeksvraag bedenken
2 Een hypothese stellen
3. Het werkplan en lijst met benodigdheden opstellen
4  uitvoering
5. Resultaten verzamelen en verwerken
6. Een conclusie trekken
7. foutendiscussie

Slide 9 - Slide

1. Wat wil ik onderzoeken?
Onderzoeksvraag
  • Vraag die beschrijft wat je wilt onderzoeken

bijvoorbeeld:

Slide 10 - Slide

2. Wat is mijn hypothese?
Hypothese
  • Wat is het verwachte antwoord op de onderzoeksvraag?

Voorbeeld
  • Ik denk dat zaadjes in een zakje niet ontkiemen omdat .........

Slide 11 - Slide

2. Wat is mijn hypothese?
Hypothese
  • Wat is het verwachte antwoord op de onderzoeksvraag?

Voorbeeld
  • Ik denk dat zaadjes in een zakje niet ontkiemen omdat ze geen water krijgen. 

Slide 12 - Slide

3. Werkplan
  • Bedenk een proefje waarmee je probeert te bewijzen dat je hypothese klopt.
  • maak een lijst van alles dat nodig is om het experiment uit te voeren
Ik ga het volgende proefje doen:  
benodigdheden:

Slide 13 - Slide

proefgroep en controlegroep
Om te bewijzen dat je gelijk hebt, maak je gebruik van een proefgroep en een controlegroep. 

Alle omstandigheden zijn in beide groepen hetzelfde, op één ding na, namelijk datgene wat je wilt onderzoeken.

Slide 14 - Slide

Alle omstandigheden zijn gelijk op één ding na!
controlegroep

Slide 15 - Slide

4. uitvoering
Werkwijze
  • Stap voor stap voer je nu de proef uit. 
  • Schrijf heel precies op wat je precies hebt gedaan.
  • sla geen enkele stap over, zodat een ander de proef op dezelfde manier kan doen.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

5. resultaten
Resultaten
  • Wat is er gebeurd tijdens het experiment?
  • Alleen feiten!
  • Gegevens in een tabel en/of grafiek
  • Foto's/filmpjes van het experiment 

_________________ 

Slide 18 - Slide

6. Welke conclusie kan ik trekken?
Conclusie
  • Antwoord op onderzoeksvraag
  • Verwijs naar resultaten
  • Geef aan of je hypothese klopte of niet

Slide 19 - Slide

7. foutendiscussie
Soms gaat er iets mis tijdens je onderzoek. 
Dat is niet erg, maar schrijf dat wel op!

Slide 20 - Slide

zelf een experiment bedenken
kennis vooraf:
We weten dan zaadjes water nodig hebben om te kunnen ontkiemen.

Slide 21 - Slide

Een experiment verzinnen
  • Wat wil je precies onderzoeken?​
  • Welke organismen ga je gebruiken?​
  • Hoeveel organismen gebruik je om betrouwbare resultaten te krijgen?
  • Aan welke omstandigheden stel je de proefgroep en controlegroep bloot?​
  • Hoe zorg je er voor dat andere factoren niet van invloed zijn?​
  • Wat heb je nodig om het experiment uit te kunnen voeren?​
  • Hoe en wanneer ga je resultaten meten?​
  • Op welke manier ga je de resultaten weergeven?






Slide 22 - Slide

jullie krijgen tuinkerszaadjes
vraag: ontkiemen zaadjes  beter wanneer .............
les 2

Slide 23 - Slide

Opdracht
Bedenk zelf een (simpel) experimentje dat je zou kunnen uitvoeren met behulp van tuinkerszaadjes (ontkiemen binnen een paar dagen)
noteer de volgende dingen:
  • Wat is de onderzoeksvraag?
  • Wat is jouw hypothese en waarom?
  • Welke benodigdheden heb je nodig
  • Welke werkwijze kies je (beschrijf dit heel nauwkeurig, zodat iemand anders je proef ook goed zou kunnen uitvoeren)

Slide 24 - Slide

Let op de volgende dingen:
Tuinkerszaadjes komen op na twee dagen. Je moet het proefje minimaal drie dagen doen om resultaat te krijgen.

Zaai de tuinkerszaadjes bovenop een natte ondergrond (bijvoorbeeld op watjes of aarde)

Iedereen in het groepje doet hetzelfde proefje, maar je mag wel allemaal je eigen hypothese hebben.

Slide 25 - Slide

verslag
Van je onderzoek schrijf je een verslag
hierin komen de volgende dingen te staan:

voorblad met:
  • titel
  • naam + klas 
  • datum waarop de proef is uitgevoerd
les 3

Slide 26 - Slide

verslag
  • Inleiding (waarom ga je dit onderzoek doen)
  • alle 6 de stappen van het onderzoek
       (let op: bij stap 5 zet je de resultaten in een grafiek/tabel)
  • foutendiscussie: misschien zijn er dingen fout gegaan in je experiment. Geef hier duidelijk aan of/welke fouten je mogelijk gemaakt hebt en neem de resultaten van je groepsgenoten mee.

Slide 27 - Slide

Let op bij stap 4!
Noteer alles stap voor stap.
Een ander moet aan de hand van jouw instructies de proef goed kunnen uitvoeren!

Slide 28 - Slide

opdracht
Bespreek in je groepje de resultaten en daarna schrijf je je verslag. 
Je verslag lever je in via SOM.

Slide 29 - Slide

plenda
uiterlijk woensdagavond = verslag inleveren

Slide 30 - Slide