leren onderzoeken: een experiment

Onderzoek doen bij Biologie
leren onderzoeken
1 / 19
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Onderzoek doen bij Biologie
leren onderzoeken

Slide 1 - Slide

Literatuur
Informatie lezen/opzoeken




Beschrijvend
observeren en beschrijven
Experimenteel
Experiment uitvoeren
Soorten Onderzoek
  1. Wat eten kinderen in verschillende landen als ontbijt?





  1. Hoe vaak eet een hond per dag?
  1. Nemen planten water op als het nacht is?
  2. Worden mensen sneller wakker van rood licht?
  3. Groeit een plant sneller door muziek?

Slide 2 - Slide

experimenteel onderzoek
Kennen/Kunnen
  • Je kunt de 6 stappen benoemen die je zet tijdens een onderzoek.
  • Je kunt zelf een klein onderzoekje opzetten.
  • Je weet hoe je een verslag moet schrijven.

Slide 3 - Slide

De  onderzoeksstappen
0. Een waarneming en/of idee
1. De onderzoeksvraag bedenken
2 Een hypothese stellen
3. Het werkplan en lijst met benodigdheden opstellen
4  uitvoering
5. Resultaten verzamelen en verwerken
6. Een conclusie trekken

Slide 4 - Slide

1. Wat wil ik onderzoeken?
Onderzoeksvraag
  • Vraag die beschrijft wat je wil weten/ontdekken
Voorbeeld:
  • Wat gebeurt er als ik bladeren van een jonge plant afknip?

Slide 5 - Slide

2. Wat is mijn hypothese?
Hypothese
  • Wat is het verwachte antwoord op de onderzoeksvraag?
  • Waarom, onderbouw eventueel met achtergrondinformatie
Voorbeeld
  • Ik verwacht dat de plant na het afknippen van de bladeren dood zal gaan. Aangezien ik weet dat hij deze nodig heeft om zijn eigen voedsel te maken.

Slide 6 - Slide

3. Werkplan
  • Wat wil je precies gaan onderzoeken en wat heb je daarvoor nodig?
  • Lijst van alles dat nodig is om het experiment uit te voeren
Voorbeeld: Ik wil een plant waar ik bladeren vanaf knip, vergelijken met een plant waarbij ik dat niet doe.
benodigdheden:
  1. 2 bekertjes gevuld met aarde
  2. 10 bonen
  3. Water
  4. Schaar

Slide 7 - Slide

4. uitvoering
Werkwijze
  • Stap voor stap uitvoering van het experiment
  • Waarom op deze manier?
Voorbeeld:
  1. Ik pak 2 bekers en doe in elke beker 5 bonen, aarde en water
  2. Als de bonen zijn ontkiemd knip ik van de plant in beker 1 de bladeren af. Bij 2 laat ik de bladeren zitten zodat ik kan vergelijken.
  3. De komende dagen bekijk ik goed wat er met de planten gebeurt.

Slide 8 - Slide

5. resultaten
Resultaten
  • Wat is er gebeurd tijdens het experiment?
  • Alleen feiten!
  • Gegevens in een tabel en/of grafiek
  • Foto's/filmpjes van het experiment 
Voorbeeld:
  • De stengels van de planten in beker 1 worden steeds slapper.
  • De plantjes in beker 1 zijn doodgegaan na 4 dagen.
  • De plantjes in beker 2 groeien goed en krijgen nieuwe bladeren.

Slide 9 - Slide

6. Welke conclusie kan ik trekken?
Conclusie
  • Antwoord op onderzoeksvraag
  • Verwijs naar resultaten en hypothese
Voorbeeld:
  • Een jonge plant kan niet leven zonder bladeren. 4 dagen na het afknippen ging de plant dood. Mijn hypothese klopte.

Slide 10 - Slide

zelf een experiment bedenken

Slide 11 - Slide

jullie krijgen tuinkerszaadjes
vraag: ontkiemen tuinkerszaadjes beter/minder goed wanneer ik..............

Slide 12 - Slide

Alle omstandigheden zijn gelijk op één ding na!
controlegroep

Slide 13 - Slide

Een experiment verzinnen
  • Wat wil je precies onderzoeken?​
  • Welke organismen ga je gebruiken?​
  • Hoeveel organismen gebruik je om betrouwbare resultaten te krijgen?
  • Aan welke omstandigheden stel je de proefgroep en controlegroep bloot?​
  • Hoe zorg je er voor dat andere factoren niet van invloed zijn?​
  • Wat heb je nodig om het experiment uit te kunnen voeren?​
  • Hoe en wanneer ga je resultaten meten?​
  • Op welke manier ga je de resultaten weergeven?






Slide 14 - Slide

Opdracht
Bedenk zelf een (simpel) experimentje dat je zou kunnen uitvoeren met behulp van tuinkerszaadjes (ontkiemen binnen een paar dagen)
noteer de volgende dingen:
  • Wat is de onderzoeksvraag?
  • Wat is jouw hypothese en waarom?
  • Welke benodigdheden heb je nodig
  • Welke werkwijze kies je (beschrijf dit heel nauwkeurig, zodat iemand anders je proef ook goed zou kunnen uitvoeren)

Slide 15 - Slide

verslag
Van je onderzoek schrijf je een verslag
hierin komen de volgende dingen te staan:

voorblad met:
  • titel
  • naam + klas 
  • datum waarop de proef is uitgevoerd

Slide 16 - Slide

verslag
  • Inleiding (waarom ga je dit onderzoek doen)
  • alle 6 de stappen van het onderzoek
       (let op: bij stap 5 zet je de resultaten in een grafiek/tabel)
  • foutendiscussie: misschien zijn er dingen fout gegaan in je experiment. Geef hier duidelijk aan of/welke fouten je mogelijk gemaakt hebt

Slide 17 - Slide

Let op bij stap 4!
Noteer alles stap voor stap.
Een ander moet aan de hand van jouw instructies de proef goed kunnen uitvoeren!

Slide 18 - Slide

opdracht
Bespreek in je groepje de resultaten en daarna schrijf je je verslag. 
Je verslag lever je in via SOM.

Slide 19 - Slide