week 1, les 2

Mevrouw de Cuba
1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Mevrouw de Cuba

Slide 1 - Slide

Regels 




Ik behandel anderen met respect zoals ik zelf behandeld wil worden
In de klas praat ik zachtjes met andere leerlingen
Als een ander praat ben ik stil
We steken onze vinger op als we iets willen zeggen of als we een vraag hebben
Aspraken

Muziek luisteren? 
1 playlist maken en ik wil het niet meer zien.


Geen hw of geen opdrachten maken?
Exra odrachten en woorden overschrijven 


Geen hw en ook geen opdrachten maken?Na school nablijven.

Niet aanwezig? bekijk lessonup en maak opdrachten

Praten?
Waarschuwing 1 : In de pauze
Waarschuwing 2: Na school
Waarschuwing 3: Uit de les en gaan melden.


Hw wordt per week gecontroleerd. 

Slide 2 - Slide

El programa de hoy

  • 5 min - Bienvenidos
  • 5 min - los ejercicios de ayer
  • 10 min  -  Escuchar 

  • 15 min  - Los verbos regulares 
  • 10 min  - Vocabulario


  • 25 min  - El pretérito perfecto
  • Los deberes 


Slide 3 - Slide

Vamos a corregir

                                     WB 'adiós a las vacaciones' 
                                              Ejercicio 1, 2, 4 y 5



Slide 4 - Slide

¿hay preguntas?

Slide 5 - Slide

10 min - Escuchar 

¿Qué? WB p. 7 ejercicio 4 y 5
 ¿Cómo? Individualmente
¿Tiempo? 10 min
¿Meta? Practicar con la comprensión auditiva
¿Listo? buscar las frases clave. 

¿hay preguntas? 
timer
10:00

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

Vervoeg het ww op de juiste manier.
Ella (hablar) español
A
hables
B
hablas
C
hable
D
habla

Slide 9 - Quiz

La chica y yo (vivir) __ en Madrid.
A
vivimos
B
vivís
C
vivemos
D
viven

Slide 10 - Quiz

Yo................(hablar) español.
A
hable
B
hablas
C
habláis
D
hablo

Slide 11 - Quiz

Tú ......................(vivir) en Amersfoort
A
vivas
B
vives
C
vivis
D
vivéis

Slide 12 - Quiz

Nosotros..................(estudiar) en el Farel College
A
estudamos
B
estudáis
C
estudiamos
D
estudiáis

Slide 13 - Quiz

María y yo...............................(comer) paella.
A
como
B
comemos
C
come

Slide 14 - Quiz

Felipe y tú........................(comer) un helado
A
coméis
B
comen
C
comes

Slide 15 - Quiz

15 min - Hacer los ejericios 

¿Qué?      WB p. 15 ejercicio 12  
               

¿Cómo?          Individualmente

¿Tiempo?       15 min 
¿Meta?            Practicar con el presente 


timer
15:00
¿Listo? Verbuga 'werkwoorden' : Comer, hablar, vivir, trabajar, beber, escribir. 
'tijden' presente 

Slide 16 - Slide

10 min - Vocabulario

¿Qué? WB p. 7 y 10 ejercicio 3 y 8
 ¿Cómo? Individualmente
¿Tiempo? 10 min
¿Meta? Practicar con el vocabulario
¿Listo? WRTS. 


¿hay preguntas? 
timer
10:00

Slide 17 - Slide

Pretérito Perfecto

Slide 18 - Slide

Pretérito perfecto
  • Gebruik: Jet vertelt wat in het verleden
    gebeurd is maar de periode waarin het plaatsvond is nog niet afgesloten
  • De perfecto bestaat altijd uit het hulpwerkwoord 'haber
  • Haber: he, has, ha, hemos, habéis, han 
  • Er mag nooit iets tussen de pretérito perfecto komen.
     he nadado, has visto, hemos vuelto etc. (hier kan niks tussen)
  • Gebruik wederkerend werkwoord (me, te, se, nos, os, se)
      Me he levantado, te has acostado, se han dormido
  • Zorg dat je ook de onregelmatige deelwoorden leert. 

Voorbeeld: Esta mañana he desayunado . 
Vanochtend heb ik ontbeten. 

Slide 19 - Slide

Pretérito perfecto

Werkwoorden op -ar                           -ado
Werkwoorden op -er                           -ido
Werkwoorden op -ir                             -ido




Abrir
abierto
volver
vuelto
poner
puesto
morir
muerto
decir
dicho
hacer
hecho
cubrir
cubierto
romper
roto
ver
visto

Slide 20 - Slide

Het hulpwerkwoord voor de
presente perfecto is...
A
hace
B
hacer
C
hader
D
haber

Slide 21 - Quiz

De perfecto van estar=
A
estido
B
estedo
C
estado

Slide 22 - Quiz

Perfecto: Comer
A
Comido
B
Comado
C
Comedo

Slide 23 - Quiz

Wat is een voorbeeld van de perfecto?
A
trabajo
B
he trabajado
C
trabajé
D
estoy trabajando

Slide 24 - Quiz

Perfecto: Ir (ellas)
A
Ha isto
B
Han ido
C
Hemos isto
D
Habéis ido

Slide 25 - Quiz

Perfecto: Surfear(tú)
A
He surfeado
B
Ha surfeido
C
Has surfeado
D
Has surfeido

Slide 26 - Quiz

Practicar el pretérito perfecto
Klik hier en maak onderstaande opdrachten

Opdracht 1: Combineer de meest logische zinnen.
Opdracht 2: Vul het deelwoord in (-ADO / -IDO)
Opdracht 3: Memorie, zoek het onregelmatige deelwoord bij het hele ww.
Opdracht 4: Vervoeg de werkwoorden naar de pretérito perfecto 
                           (vergeet de juiste vorm van haber niet!)

Slide 27 - Slide

Los deberes

Evt afmaken: 
WB p. 7 y 9/10 ejercicio  3, 7 y 8
WB p. 15 ejercicio 12 'repasa'

Slide 28 - Slide