Het Romeinse Rijk en de Latijnse Taal

Het Romeinse Rijk 
en de Latijnse Taal
gastles De Stek
Lusie Laan
1 / 31
next
Slide 1: Slide
LatijnBasisschoolGroep 6

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 59 min

Items in this lesson

Het Romeinse Rijk 
en de Latijnse Taal
gastles De Stek
Lusie Laan

Slide 1 - Slide

ga met je chromebook naar Lessonup.app
vul de code in

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen?
Deel 1:  Het ontstaan van het Romeinse Rijk
ontstaan, ligging, belangrijke personen, Romeinse invloed in NL
- kleine pauze met spelletje- 
Deel 2: Taal van de Romeinen:  Latijn
verspreiding van de taal, Latijn in het NL

Slide 3 - Slide

Wat weet je straks?
Deel 1:  Het ontstaan van het Romeinse Rijk
  • je kunt aanwijzen op de kaart hoe groot het Romeinse Rijk was
  • je kunt vertellen van wanneer tot wanneer het Romeinse Rijk bestond
  • je kunt vertellen welke personen belangrijke veroveringen hebben gedaan

Slide 4 - Slide

Wat weet je straks?
Deel 2:  Taal van de Romeinen: Latijn
  • je kunt vertellen welke invloed het Latijn heeft op de talen in Europa (en daarbuiten)
  • je kunt voorbeelden geven van Latijn in het Nederlands

Slide 5 - Slide

Latijns Romeins of Latijn?

Slide 6 - Slide

Wie heeft/hebben Rome gesticht en wanneer?

Slide 7 - Open question

Slide 8 - Slide

750-250 v. Chr
  • Verovering van Italië door telkens oorlog voeren
  • Koningstijd: 750-tot 509 v. Chr
  • vanaf 509: elk jaar 2 consuls
  • Wegenbouw  
  • Georganiseerd leger

Slide 9 - Slide

Punische oorlogen 250-150 v. Chr.
  • Rome heeft heel Italië veroverd
  • Oorlog met Carthago
  • Hannibal en Scipio

Slide 10 - Slide

Hoe verraste Hannibal de Romeinen?
A
hij voer heel snel vanuit Carthago naar Italië
B
hij gaf zich meteen over
C
hij kwam met zijn leger over de alpen
D
hij bleef in Spanje en vocht heel lang door

Slide 11 - Quiz

Punische oorlogen 250-150 v. Chr.
  • Hannibal toch verslagen
  • Rome voegt delen van Noord-Afrika 
  • en Spanje toe
  • Daarna ook Griekenland/Balkan


Slide 12 - Slide

Hannibal

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Wie heeft Gallië veroverd?

Slide 15 - Open question

wat is een beroemde uitspraak van Caesar?

Slide 16 - Open question

Julius Caesar is ook in Nederland geweest
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

overgang naar het keizerrijk
44 v. Chr: Caesar vermoord door tegenstanders (teveel macht?)
kleinzoon Octavianus (Augustus) schakelt alle tegenstanders uit
27 v. Chr: Octavianus wordt Augustus (eerste keizer) 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

44v. -500 n. Chr: Keizertijd
  • In de keizertijd is het rijk op zijn grootst 
  • Na 300 steeds meer verval en opstanden
  • Rijk wordt in oost en west gedeeld, 2e hoofdstad in Constantinopel (Istanbul)
  • 476 n. Chr: Rome ingenomen door Odoacer

Slide 20 - Slide

Het Romeinse rijk was het grootst onder keizer Trajanus
waar
niet waar

Slide 21 - Poll

Deel 2: De Latijnse taal

Slide 22 - Slide

Invloed van de Romeinen
  • Veroverde gebieden werden bestuurd door Romeinen
  • Onderwijs in 'cultuur' en 'taal'
  • Belangrijke mensen spraken Latijn (en hun eigen taal)
  • Romeinen bouwden tempels > verspreiding van religie
  • Mensen moeten helpen met de verdediging van het Romeinse Rijk (vaak in andere provincies)

Slide 23 - Slide

Invloed van de Romeinen
  • Verhalen
  • Gebouwen 
  • Standbeelden/kunst
  • Taal 

Slide 24 - Slide

Latijnse woorden?

Slide 25 - Mind map

Taalfamilies
  • Na de val van het Romeinse Rijk werd nog lang Latijn gesproken
  • De taal veranderde per regio
  • > Italiaans, Frans, Spaans, Portugees,
  • Ook op de andere talen veel invloed (leenwoorden)
  • Ook in wetenschap nog veel Latijn

Slide 26 - Slide

voorbeeld
Latijn: pater (vader)
Italiaans: padre
Spaans: padre
Portugees: pai
Frans: père

Slide 27 - Slide

Welk Nederlands woord komt van het Latijnse woord 'harena' (betekenis: 'zand')

Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide

Welk woord komt van 'populus' (betekenis: volk, grote groep mensen)
A
populair
B
popmuziek
C
pop (speelgoed)

Slide 30 - Quiz

Welk Nederlands woord komt van het Latijnse woord 'tractus' ' (betekenis: 'hij/zij/het werd getrokken')

Slide 31 - Open question