Debatteren

Leer debatteren: argumenten en feiten

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijleerMiddelbare schoolISKLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Leer debatteren: argumenten en feiten

Wat weet je al over debatteren?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je een mening onderbouwen met argumenten en feiten in een debat.

Waarom debatteren?

Door te debatteren oefen je met praten, luisteren en denken over meningen en argumenten.

Wat is een stelling?

Een stelling is een duidelijke uitspraak waar je het mee eens of oneens kunt zijn.

Wat is een mening?

Een mening is wat je zelf vindt of gelooft. Anderen kunnen het ermee eens of oneens zijn.

Een mening onderbouw je met argumenten

Argumenten onderbouw je met feiten

Wat is een argument?

Een argument is een reden waarom je een bepaalde mening hebt.

Wat is een feit?

Een feit is iets wat je kunt controleren en waar. Iedereen is het erover eens.

Mening vs. feit

Ik vind pizza lekker.

Mening

Feit

Pizza komt uit Italië.

Voorbeeld

Kolom titel

Kolom titel

Kolom tekst

Kolom tekst

Voorbeeld

Stelling:

Argument:

Feit:

Mijn mening:

Argumenten gebruiken in een debat

Geef bij je mening altijd argumenten, zodat je uitlegt waarom je dat vindt.

Feiten gebruiken als argument

Gebruik feiten om je mening sterker te maken. Controleer of het echt waar is.

Voorbeeld van een mening met argument

Stelling: "Mobiele telefoons moeten op school verboden worden." Mening: Ik vind dat het moet. Argument: Leerlingen letten dan beter op.

stellingen van EOA2

Telefoon gebruiken is makkelijker dan Laptop

"Boeken lezen is interessanter dan film kijken."

Argument

Stelling:

Lezen verbetert de concentratie

stellingen van EOA2

Telefoon gebruiken is makkelijker dan Laptop

Argument

Stelling:

Makkelijker en sneller in gebruik, wan je kunt de telefoon in je zak steken

stellingen van EOA2

Leerlingen moeten huiswerk hebben

Stelling:

Ai maakt mensen lui

Een schooluniform verbetert de sfeer op school

Teveel schermtijd is slecht voor de gezondheid

videospelletjes maakt mensen agressiever

cijfers op school zeggen niet hoe slim een persoon is.

sociale media veroorzaken meer problemen dan voordelen

stellingen van EOA3

Stelling:

Roken verboden voor kinderen jonger dan 18 jaar

Tijd is waardevoller dan geld

KInderen mogen 1 lesuur slapen op school

De pauzes moeten langer zijn

School moet later beginnen. Om 10 uur

stelling 6

stellingen van EOA2

Voor dieren moeten huizen worden gebouwd

Stelling:

stellingen van EOA2

Voor dieren moeten huizen worden gebouwd

Argument

Stelling:

Ze hebben recht op een dak boven het hoofd

stellingen van EOA3

Een hotdog is geen brood.Het is een eigen categorie/soort


Roken moet verboden worden voor iedereen (mays)

Nederland is zonder buitenlanders veilig


Text

Stellingen

Argument

Kolom tekst

Kolom tekst

Kolom AStelling

Hoe voer je een debat?

Stappen in een debat

1. Luister naar elkaar 2. Spreek om de beurt 3. Gebruik argumenten en feiten 4. Respecteer elkaars mening

Debat in de klas

We kiezen een stelling. Iedereen geeft zijn mening met een argument.

Stappen in het debat praktijk

  1. Bedenk een stelling

  2. Schrijf de argumenten op waarom je voor of tegen bent;

  3. Iedere groep krijgt 30 seconden om een zijn standpunt te vertellen

  4. Debat. Stel 1 minuut vragen aan de andere groep.

  5. Probeer de andere groep te overtuigen dat jullie mening sterkere argumenten heeft.

  6. Eindconclusie door de gespreksleider

Ieder zit in een groepje, door mij aangewezen. Ik geef aan of je vóór of tegen een stelling bent

Herhaling: wat heb je geleerd?

Je weet nu: - Wat een mening, feit, stelling en argument is - Hoe je een mening onderbouwt - Hoe je een debat voert

Reflectie: wat vond je van debatteren?

Was het moeilijk of makkelijk? Geef een voorbeeld van een stelling waarover jij graag zou debatteren.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.