1.2 wisselwerking tussen de geofactoren

1.2 Wisselwerking tussen de geofactoren

VWO6

Domein C: Aarde
6 vwo
1 / 34
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 34 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

1.2 Wisselwerking tussen de geofactoren

VWO6

Domein C: Aarde
6 vwo

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Video

This item has no instructions

Lesdoelen
  1. Je weet welke landschapszones er zijn, hoe ze van elkaar verschillen en wat de beperkingen voor de landbouw zijn.
  2. Je weet op welke manieren de mens het landschap als dynamisch systeem beïnvloedt.
  3. Je begrijpt hoe geofactoren in elke landschapszone elkaar beïnvloeden en hoe dit te zien is aan de bodemsamenstelling/bodemsoort.
  4. Je begrijpt dat landschapszones geleidelijk in elkaar overgaan.
  5. Je kunt met behulp van kaarten een relatie leggen tussen de landschapszones en de klimaatgebieden.



Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Ontstaan landschapszones
Verschillen in klimaat leiden tot verschillen in wisselwerking tussen de geofactoren en daarmee tot verschillende landschapszones.

Verschillen binnen de landschapszones ontstaan door reliëf. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Nummer 1 - 6 onder elkaar in je schrift.
Geef van de volgende dia's :
1. De juiste naam van de landschapszone

2. Waar op aarde je deze landschapszone vindt

3. Welk klimaat past bij deze landschapszone?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

1

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

2

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

3

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

4

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

5

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

6

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden
1.Boreale zone - Canada/Siberië - Landklimaat (Df)
2. Polaire zone - Groenland/N-Canada/N-Siberië - Toendraklimaat (ET)
3. Gematigde zone - NW- en Centraal-Europa/VS - Gematigd Zeeklimaat (Cf)
4. Subtropischezone - Z-Europa/California/ZO-Australië - Mediterraan klimaat (Cs)
5. Aride zone -Noord-Afrika - Steppeklimaat (BS)
6. Tropische zone - Brazilië/Midden-Afrika/Indonesië - Tropisch Regenwoudklimaat (Af)

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
  1. Je weet welke landschapszones er zijn, hoe ze van elkaar verschillen en wat de beperkingen voor de landbouw zijn.
  2. Je weet op welke manieren de mens het landschap als dynamisch systeem beïnvloedt.
  3. Je begrijpt hoe geofactoren in elke landschapszone elkaar beïnvloeden en hoe dit te zien is aan de bodemsamenstelling/bodemsoort.
  4. Je begrijpt dat landschapszones geleidelijk in elkaar overgaan.
  5. Je kunt met behulp van kaarten een relatie leggen tussen de landschapszones en de klimaatgebieden.



Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Maken opdrachten 1, 3 en 6

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Bosgebieden
  • Voldoende water (nuttige neerslag)
  • Zomertemperatuur niet te laag
  • Groeiseizoen niet te kort
verschillende klimaten -> verschillende bossen -> verschillende bodems

In welke landschapszones ontbreekt bos en waarom?

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Bodems onder droge of koude omstandigheden
  • Aride zone: neerslagtekort -> geen humusvorming door gebrek aan organisch materiaal & geen uitspoeling (alleen verdamping) -> zout en kalkconcentraties.
  • Gematigde breedte: waar nuttige neerslag 0 -> grassteppe -> geen uitspoeling -> ophoping van humus.
  • Polaire zone: lage temp. -> kort groeiseizoen & organisch materiaal verteert langzaam -> veen (geen uitspoeling door permafrost).

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

De mens als geofactor
  • Doorbreekt het natuurlijke systeem d.m.v. landbouw:

  • natuurlijke kringlopen worden doorbroken (organisch materiaal onttrokken aan het systeem).
  •  van biodiversiteit naar monocultuur (gevaar: na oogst komt de bodem bloot te liggen & ziekten hebben een groter effect).

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Oefenen > pak een atlas

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Pak een Grote Bosatlas. Ga op zoek naar een kaart die het meest lijkt op de achterliggende kaart.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Beantwoord de volgende vragen:
1. Bossen komen in verschillende landschapszones voor. In welke zones ontbreekt bos en wat is de oorzaak daarvan?
2. In gematigde zones met loofbossen als oorspronkelijke plantengroei zijn er plekken waar bos ontbreekt. Welke geofactor is hier verantwoordelijk voor?

  


timer
1:00

Slide 25 - Slide

1. In de polaire zone is het te koud en is het groeiseizoen te kort.
In de aride zone is valt weinig neerslag en is de verdamping hoog.

2. Reliëf of de mens

3. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Factoren die vruchtbaarheid bepalen
  1. Klimatologische omstandigheden:                                                         - temperatuur                                                                                                   - neerslag
  2. Vruchtbaarheid:                                                                                                 - chemische vruchtbaarheid: voedingstoffen (K, N & P).            - fysische vruchtbaarheid: korrelgrootte bepaalt verdeling water en lucht in bodem.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Slide

This item has no instructions