This item has no instructions
Programma
Doel bijeenkomst (doelstelling JdW)
Context Leskwaliteit
Observeren vanuit eigen rol
Kwaliteitskaart Lesbezoek 24-25
Hoge verwachtingen en lesobservaties
Het nagesprek
Terugblik
This item has no instructions
Als ik op lesbezoek ga, dan...
This item has no instructions
Doelen bijeenkomst
Aan het eind van deze werksessie:
Begrijp ik wat er van mij wordt verwacht bij het uitvoeren van een lesbezoek (passend bij mijn rol).
Heb ik kennis opgedaan van theoretische en praktische inzichten die mij helpen om het nagesprek na een lesobservatie effectief en doelgericht te voeren.
Heb ik geoefend met het JdW-lesobservatieformulier aan de hand van beeldmateriaal en een casus.
This item has no instructions
JdW Doelstelling:
Verbeteren en bewaken van de leskwaliteit door gericht in te zetten op lesobservatie.
Verbeteren van de leskwaliteit --> instrument: lesobservaties!
Wat zegt de inspectie over ons?
"Wij vinden dat Johan de Witt Scholengroep zijn ambitie voor het bieden van gelijke kansen in voldoende mate waarmaakt."
Circa 50% van de lessen voldoet niet aan de eigen hoge kwaliteitseisen.
Circa 20% van de lessen voldoet niet aan de norm van basiskwaliteit.
Een deel van het team moet zich de afspraken over effectief lesgeven nog eigen maken.
De informatie over de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen wordt nog te weinig gebruikt voor de evaluaties van de eigen ambities en doelen.
This item has no instructions
Hoe staan we ervoor?
This item has no instructions
Nulmeting Leskwaliteit (24-25)
This item has no instructions
Onze onderwijskundige bril: JDW-kijkwijzer 4.0
Waarom?
Handelen vanuit gemeenschappelijkheid.
Evalueren van en reflecteren op onze onderwijskwaliteit.
Ontwikkelbehoefte van individuele docenten achterhalen en daarop inspelen.
Systematiek brengen in collegiale feedback.
Professionele cultuur ontwikkelen
This item has no instructions
Observeren vanuit eigen rol
Lesbezoeken zijn gericht op de ontwikkelbehoefte van individuele docenten achterhalen en niet op beoordeling.
Aandachtspunten:
We voeren wekelijks een lesbezoek uit. Geen, is de week erop twee (geldt voor coördinatoren)
De coördinatoren en schoolopleiders doen alleen reguliere lesbezoeken.
Een lesbezoek is aangekondigd.
Het nagesprek vindt in dezelfde week plaats.
De focus ligt op objectief waarneembaar lerarengedrag. Onder het kopje “opmerking bij observatiepunt” wordt hier een omschrijving van gegeven op basis van de rubric.
"NVT" wordt alleen ingevuld als je niet aanwezig was bij een specifiek lesonderdeel.
This item has no instructions
Kwaliteitskaart Lesbezoeken
Alle betrokken collega’s die een lesbezoek uitvoeren:
gebruiken hetzelfde lesobservatieformulier op dezelfde wijze (volgens rubric).
bezitten kennis van de visie op leren en gedrag
bij startende collega’s, leggen de focus op de bouwstenen: startklaar, leerdoelgericht werken en/ of afsluiting. Al naar gelang de ontwikkeling worden er meer bouwstenen toegevoegd.
hebben een positieve grondhouding. Feedback wordt opbouwend geformuleerd en gedoseerd aangeboden.
This item has no instructions
Lesobservatieformulier
This item has no instructions
Lesobservatie rubric
This item has no instructions
Kalibreren om adequate observaties uit te (kunnen) voeren
Ervaring: aantal uitgevoerde observaties
Aandacht: wat trekt mijn aandacht (het meest)?
Verwachting: wat verwacht je voordat je de les observeert?
Referentiekader: vergelijkingen maken met anderen.
(Visser, 2014)
"Wat je weet, bepaalt wat je ziet."
bij referentiekader --> bv:“Tot nu toe heb ik bij alle observaties docenten gezien die niet of nauwelijks consequent handelen, de volgende docenten zal dat ook wel niet doen.”
Kalibreren in deze context betekent dat een observator zich bewust moet zijn van en moet aanpassen aan deze vier factoren om nauwkeurige en nuttige observaties te kunnen uitvoeren. Dit is bijzonder relevant in onderzoeksinstellingen, onderwijs, en andere gebieden waar kwalitatieve data belangrijk zijn. Het proces van kalibreren helpt bij het verminderen van subjectiviteit en het verhogen van de betrouwbaarheid van observaties.
Casus 1
Casus 1:
Hans, docent biologie
Doelgroep: VMBO
Fragment: lesopening
Opdracht:
This item has no instructions
Wissel uit...
Overeenkomsten en verschillen identificeren en verklaren.
This item has no instructions
Hoge verwachtingen en lesobservaties
Verwachtingspatronen die ontstaan tussen docent en leerling (niveau: klaslokaal)
Bv. docent heeft hoge verwachtingen leerling vormt hoge verwachtingen van zichzelf positieve invloed op leergedrag en leerprestaties.
Maar gaat evengoed om verwachtingspatronen die bestaan of ontstaan tussen onderwijsprofessionals binnen de school (niveau: school)
Bv. Coördinator/ schoolopleider heeft hoge verwachting van docent docent vormt hoge verwachtingen van zichzelf positieve invloed op leergedrag en leerprestaties.
(Jacobson & Rosenthal, 1968; Weinstein, 1986; Saphier, 2017; Rubie Davies, 2015; Bouttaouane, 2023)
Vanuit een moreel ethisch aspect (verbinden met kinderrechtenverdrag)
Vanuit een onderwijskundig aspect (geen enkele factor heeft meer impact op de benutting van hun leerpotentieel.
2. Omdat onderwijs vanuit hoge verwachtingen gaat over een investering op groepsniveau (klaslokaal) en schoolniveau (professionals onderling)
Verwachtingen
(Jacobson & Rosenthal, 1968; Weinstein, 1986; Saphier, 2017; Rubie Davies, 2015)
This item has no instructions
Vragen stellen
Laten we met elkaar inzoomen op de verschillende typen vragen die wij aan leerlingen stellen.
This item has no instructions
4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.
Categorie I
Hoe heb je dit aangepakt?
Wat vond je goed gaan? Wat minder?
Wat zou je de volgende keer anders doen?
Wat was jouw doel?
Heb je het resultaat bereikt?
Wat zou je nog meer kunnen proberen?
This item has no instructions
Categorie II
Denken en redeneren
Hoe zou je dit probleem op een andere manier kunnen aanpakken?
Welke stappen ga je nu ondernemen om jouw doel te bereiken?
Hoe ga je ervoor zorgen dat je deze vaardigheid verder ontwikkelt?
Wat zou een volgende stap kunnen zijn in dit proces?
This item has no instructions
Categorie III
Vragen op zelfregulatie
Wat maakt het dat je voor deze aanpakt kiest?
Welke kwaliteiten van jezelf ga je inzetten om jouw doel te bereiken?
Waar komt die drive vandaan?
Wat houdt je tegen om het anders te doen?
Hoe ga je dit vasthouden?
4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.
4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.
Opnieuw Casus 1
Casus 1:
Hans, docent biologie
Doelgroep: VMBO
Fragment: lesopening
Opdracht:
Welke feedback en welke vragen noteer je onder de rubrics? (ter voorbereiding op het nagesprek)
This item has no instructions
Wissel uit...
Overeenkomsten en verschillen identificeren en verklaren.
This item has no instructions
Het nagesprek: Welke rol neem ik in?
(Vass, 2016; Voerman & Faber, 2020)
Het coachingscontinuüm (Andy Vass, 2016)
Een mentor is iemand om VAN te leren: een putting-in activiteit.
Een coach is iemand om MEE te leren: een pulling-out activiteit.
Het stellen van vragen!
bedoeling? wat is je bedoeling?
houding? welke houding vraagt dit?
Begeleidingsvormen binnen (didactisch) coaching
(Visser, 2014; Voerman & Faber, 2020)
Didactisch coachen:
verhelderen en spiegelen
(categorie 2 + 3; op inhoud, werkwijze, strategie)
doel: vergroten van bewustzijn!
1. Overnemen: de interne expert weet welk onderwijsgedrag voor de leerkracht het effectiefst is en legt uit hoe, wat en wanneer de leerkracht moet doen.
2. Adviseren: de interne expert geeft op basis van zijn deskundigheid aanbevelingen voor wat de leerkracht zou kunnen doen.
3. Aanvullen: de interne coach luistert naar de mogelijke oplossingen van de leerkracht en geeft hierbij nog wat extra aandachtspunten en ideeën, zodat de oplossing van de leerkracht (nog) meer effect heeft.
4. Verhelderen: de interne expert uit veronderstellingen van de leerkracht die ten grondslag kunnen liggen aan problemen en ideeën van de leerkracht, zodat de leerkracht meer inzicht krijgt en zijn bewustzijn wordt vergroot.
5. Spiegelen: de interne expert koppelt de ideeën van de leerkracht terug en stelt allerlei vragen, zodat de leerkracht zelf tot een groter inzicht en bewustzijn komt.
6. Beschikbaar zijn: de interne expert maakt duidelijk dat hij beschikbaar is om de leerkracht te ondersteunen als hij daar behoefte aan heeft.
Casus 2
Casus 2:
Douwe, 4e jaars student Engels (HBO)
Doelgroep: VMBO
Fragment: 'fuck you!'
Opdracht:
Rollenspel: Het Nagesprek
Collega 1: Douwe (docent)
Collega 2: Coördinator/schoolopleider
Collega 3: Observeert het nagesprek
This item has no instructions
In het nagesprek wordt het verschil (niet) gemaakt
Tips:
1. Focus op vooruitgang en resultaatgerichtheid.
2. Wees specifiek en houdt het relevant.
3. Wees objectief, respectvol en gericht op gedrag
Om te onthouden:
Een zo objectief mogelijke observatie is voorwaardelijk
We hebben weinig aan goede observaties, wanneer dit niet opgevolgd wordt door reflectieve nagesprekken.
Leraren kunnen een terugval krijgen, en leraren die het nu (nog) niet (voldoende) laten zien kunnen dit in de toekomst altijd ontwikkelen.
Coaching blijft dus altijd nodig!
Criteria nagesprek:
1. Inzetten op effect leraren en leerlingengedrag
2. Inzetten op ontwikkeldoelen adv de kijkwijzer
Wat neem ik mee voor de volgende lesobservatie?
This item has no instructions