Herhaling File 5 / Practice part H

Hello
1 / 14
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Hello

Slide 1 - Slide

Toets - File 5

Slide 2 - Slide

It's your turn:
Login in LessonUP

Slide 3 - Slide

Wat weet jij nog over de degrees van comparison? (big-bigger than-the biggest) Schrijf zoveel mogelijk op.

Slide 4 - Open question

Degrees of comparison - rules
  1. bijvoeglijk nw- vergelijking - overtreffen = 
  2. big - bigger than - the biggest. 
  3. Bij een vergelijking gebruik je vaak THAN en zet je achter het woord - er
    bijvoorbeeld:   nicer than - faster than  - better than
  4. Bij een overtreffing gebruik je vaak THE en zet je achter het woord -est
    bijvoorbeeld: the nicest - the fastest - the best
  5. Lange woorden met 3 of meer lettergrepen komt er alleen more en most voor:  more beautiful than - The most beautiful
  6. Uitzonderlngen: good/better/best - bad/worse/worst - little/less/least,

Slide 5 - Slide

Let's try and make:
File 5 part H
  • Exercise H 3 and  H 8
    (degrees and plural)

    Ready: Make: H 1/2


    After 10 minutes we are going to check H3 and 8
timer
10:00

Slide 6 - Slide

Meervoud=plural
  1. HEEL Simpel + s!   car/cars, dog/dogs, bike/bikes 
    LET OP:
  2. eindigt op medeklinker- y, dan ies: baby/babies, fly/flies
  3. eindigt op klinker -y, dan s er aan vast: boy/boys, toy/toys
  4. eindigt op s-klank(s/ch/x) dan komt er een e tussen: box/boxes, watch/watches, kiss/kisses.
  5. uitzonderingen you have to learn by heart: 

Slide 7 - Slide

Meervoud die je uit je hoofd moet leren: 

Slide 8 - Slide

adjectives= bijvoegelijk nw
Een adjective = een bijvoegelijke naamwoord. Het zegt wat over iets of iemand.
  1. He smiles at his beautiful wife.       OR       His wife is beautiful

    Can you think of one?

Slide 9 - Slide

adverb = bijwoord
Zegt iets over de manier hoe iets gebeurt of plaatsvindt.
  • I easily found......
  • He quickly walked
    Het zegt iets over hoe er iets gebeurt...dus over een handeling.
  • Je gebruikt ook adverbs om iets te versterken:  REALLY crazy
  • Wanneer: WEEKLY / DAILEY
  • LET OP JE PLAKT - LY achter het bijvoegelijk naamwoord.
  • Uitzonderingen:   good = well  &  late = He answered late ... niet lately

Slide 10 - Slide

Let's try and make:
File 5 part H
  • Exercise H 6 and  H 7
    (degrees and plural)

    Ready: Make: H 1/2 / 3 /8


    After 10 minutes we are going to check H6 and 7
timer
10:00

Slide 11 - Slide

Let's do a quizlet live:

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Link

Slide 14 - Slide