Communicatie jaar 1 mip blok 3 les 4

1 / 22
next
Slide 1: Slide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

COMMUNICATIE JAAR 1
BLOK 3
PROFESSIONELE COMMUNICATIE

Slide 2 - Slide

DIT BLOK
* Acquisitiemail;
* Brief (subsidie-aanvraag urban, belastingdienst etc.);
* Woordenschat;
* Interviewen en geïnterviewd worden;
* Eindopdracht.

Slide 3 - Slide

VANDAAG

* Vorige les
* Uitleg eindopdracht blok 3;
* Opdracht: interviewen;
* Woordenschat.

Slide 4 - Slide

VANDAAG

* Vorige les
* Uitleg eindopdracht blok 3;
* Opdracht: interviewen;
* Woordenschat. 


Slide 5 - Slide

VANDAAG

* Vorige les
* Uitleg eindopdracht blok 3;
* Opdracht: interviewen;
* Woordenschat.


Slide 6 - Slide

"SCHRIJF DAT MAAR NIET OP..."

Slide 7 - Slide

DOEL OPDRACHT
* Aan het eind van de opdracht heb je luister- en spreekvaardigheden getraind;
* Aan het eind van de opdracht heb je actief feedback gegeven op de luister- en spreekvaardigheden van je klasgenoten. 

Slide 8 - Slide

OPDRACHT
* Voorbereiding op de eindopdracht van het blok;
* Oefening examens Nederlands (gesprekken);
* Tijdens werk, andere lessen, stage; 
* Oefening baart kunst.

Slide 9 - Slide

OPDRACHT
Stap 1) vorm een duo;
Stap 2) interviewer, geīnterviewde; 
Stap 3) bepaal onderwerp interview;
Stap 4) ik deel extra opdracht uit aan interviewers;
Stap 5) je bereidt het interview voor (5 minuten): 
interviewer minimaal drie vragen, geïnterviewde denkt na over boodschap;
Stap 6) ik wijs een duo aan;
Stap 7) duo voert het interview voor de klas uit;
Stap 8) het duo krijgt klassikaal feedback. 

Slide 10 - Slide

FEEDBACK
Interviewer
* Soort vragen;
* Luisteren, samenvatten, doorvragen;
* Luisterhouding.

Geïnterviewde
* Doelgericht; 
* Woordenschat/woordgebruik; 
* Afstemming op publiek;
* Actieve deelname;
* Samenhang en vloeiendheid.

Slide 11 - Slide

VANDAAG

* Vorige les
* Uitleg eindopdracht blok 3;
* Opdracht: interviewen;
* Woordenschat.


Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

'Mits', betekent:
A
op voorwaarde dat
B
tenzij

Slide 14 - Quiz

De correcte spelling is:
A
interview
B
intervieuw
C
inteview
D
intevieuw

Slide 15 - Quiz

Ik word geïnterviewd en ... dus een interview.
A
neem
B
geef

Slide 16 - Quiz

Tijdens een interview leef ik me in de ander in en probeer actief te achterhalen wat hij/zij bedoelt. Kortom, ik luister:
A
formeel
B
onbewust
C
empathisch
D
terloops

Slide 17 - Quiz

"De onderdelen van de argumentatie die dienen om het ingenomen standpunt aannemelijker of geloofwaardiger te maken." We spreken hier over:
A
stellingen
B
conclusies
C
claims
D
argumenten

Slide 18 - Quiz

Iets is 'verborgen', 'niet uitgesproken' of ligt ergens 'in opgesloten'. Het woord dat hier het beste bij past is:
A
impliciet
B
expliciet
C
inclusief
D
exclusief

Slide 19 - Quiz

"Het verzoek om informatie niet te verspreiden vóór een bepaalde dag en uur." De journalist krijgt hier nieuws ...
A
via de voordeur
B
onder embargo
C
en plein public
D
pur sang

Slide 20 - Quiz

Laatste vraag:
"Is dit een open vraag?"
Bovenstaande vraag is:
A
open
B
gesloten
C
suggestief
D
absoluut

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Slide