M&O Week 3. (Les. 1) Communicatie, rooster en kostenoverzicht

1 / 32
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 140 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Onderwerpen: Communicatie, rooster en kostenoverzicht 

Slide 6 - Slide

Activerende werkvorm. 
  • Maak een kring.
  • Je fluistert een woord in het oor van een leerling en de leerlingen moeten dit woord doorvertellen tot de laatste leerling. ( maak een lijst vooraf) 
  • De laatste leerling zegt hardop wat hij of zij heeft gehoord.
  • Je zult merken dat het woord vaak niet goed wordt doorgegeven.
  • Zo activeer je het denken van de leerlingen en laat je zien waarom goede communicatie belangrijk is.
Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les:

R: Je weet het verschil tussen verbale en non-verbale communicatie. 

T1: Je kunt objectieve en subjectieve informatie herkennen en toepassen in een situatie.

T2: Je kunt een rooster correct invullen en daarbij rekening houden met verschillende diensten en afspraken.

I: Je kunt kosten berekenen voor een organisatie en uitleggen hoe deze kosten zijn opgebouwd.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Communicatie

Slide 8 - Mind map

Vraag: Waarom is communicatie zo belangrijk in de zorg. Of wanneer je met klanten werkt. 
Communicatie
Het overbrengen en ontvangen van een boodschap.

Met als doel:
  • Elkaar iets vragen of vertellen
  • Zorgen voor contact tussen organisatie en bezoek/client
  • Zorgen voor een goede dienstverlening

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Verbale communicatie 
Verbale communicatie betekent het uitwisselen van informatie met woorden. Dit kan zowel mondeling (door te spreken) als schriftelijk (door te schrijven) gebeuren. 










Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Open en gesloten vragen 
Open vraag: begint altijd met een 'vraagwoord''.
zoals: Wat, wie, waar , welke, wanneer en hoe.
Bijvoorbeeld: Hoe voelt u zich vandaag?

Gesloten vraag:
  begint met een werkwoord.
bijvoorbeeld: Bent u naar de kapper geweest

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Geef twee voorbeelden van open en gesloten vragen:

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Non-verbale communicatie

Non-verbale communicatie is zonder taal te gebruiken. 
wat je voelt en wilt, vaak met gedrag (non-verbaal)
  • Lichaamshouding
  • Oogcontact
  • Gezichtsuitdrukking
  • Gebaren en mimiek
  • Beweging
  • Kleding 







Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Basisvaardigheden bij actief luisteren
  • Oogcontact 
  • Knikken om te laten zien dat je het begrijpt
  • Stel vragen om de ander beter te begrijpen
  • Tussendoor samenvatten om te controleren of je het goed hebt begrepen
  • Vertel niet je eigen verhaal
  • Uitpraten

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

LSD 
  • Luisteren; Aandachtig, oprechte interesse tonen
  • Samenvatting; heb ik goed begrepen dat...
  • Doorvragen; verheldering, meer komen te weten 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Objectief en subjectief
  • Objectief = een feit
  • Subjectief =  

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Wat is communicatie?
A
Het overdragen van informatie
B
Het uitwisselen van informatie
C
Kunnen zeggen wat je wil
D
Het ontvangen van de informatie

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Waarom zijn verbale en non-verbale communicatie belangrijk in de zorg?

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Een knipoog is een voorbeeld van
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Iemand de hand schudden is een voorbeeld van
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Een e-mail is een voorbeeld van
A
Verbale communicatie
B
non-verbale communicatie

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Verbale communicatie
Non-verbale communicatie

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions

Noem twee basisvaardigheden bij actief luisteren

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Een rooster is een overzicht, wat er allemaal gebeuren moet. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Hoe vul je een rooster in? 
  1.  Lees welke activiteiten en tijden je moet inplannen.
  2. Kijk naar de tijdsblokken (links) en activiteiten (bovenaan).
  3. Kies welke medewerker bij welke activiteit past.
  4. Vul per tijdsblok één medewerker in het juiste vakje.
  5. Controleer:
    - Is iedereen ingepland?
    - Staat niemand dubbel?
    - Zijn alle activiteiten bezet?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag 
A. Communicatie oefenopdracht         B. Oefenwerkblad 
Wie: jij en een klasgenoot 
Wie: jij alleen 
Hoe: Persoon A beschrijft een object; persoon B tekent het op basis van die beschrijving.
Wissel van rol.
Hoe: Je maak de oefenopdracht in je schrift over objectie/ subjectief en open en gesloten vragen. 
Nodig: Schrift, pen, object 
Nodig: schrift en pen
Klaar? Meld bij je docent. 
Klaar: meld bij je docent en Maak CSPE onderdeel C via facet 

Slide 26 - Slide

Wanneer de leerlingen klaar zijn, maken zij CSPE onderdeel C.
Je hebt hiervoor vooraf de boekjes geprint; deze liggen klaar in de klas.
Geef elke leerling een opdrachtboek (hierin mogen ze niet schrijven).
Print daarnaast de bijlage Kostenoverzicht voor elke leerling; daarop mogen ze wél schrijven.
De opdracht over objectief en subjectief kunnen ze in hun schrift overnemen.
Het opdrachtboek gebruik je opnieuw voor andere klassen, zodat je geen papier verspilt.
Communicatie oefenen
Twee personen zitten rug aan rug

De persoon A heeft een object gekregen
En beschrijft het object aan persoon B
Persoon B moet op basis van deze beschrijving het voorwerp vervolgens proberen te gaan tekenen.

Wissel de rollen om
Nodig: Papier en object

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Rollenspel
In een rollenspel gaan jullie oefenen met een binnenkomend en uitgaand gesprek. Jullie moeten proberen de informatie duidelijk en zakelijk over te brengen.
  • Maak tweetallen
  • Eén leerling speelt de rol van de beller (uitgaand gesprek), de ander speelt de rol van de ontvanger (binnenkomend gesprek).
  • Scenario: De beller belt om een afspraak te verzetten.
  • Na het gesprek schrijft de ontvanger een telefoonmemo van het gesprek.
Beantwoord deze vragen:
1. Wat was de belangrijkste informatie die je in de telefoonmemo moest opnemen?
2. Wat was moeilijk aan het voeren van het gesprek en hoe kun je dit verbeteren?















Slide 28 - Slide

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
  • Communicatie
  • Verbale communicatie
  • Non-verbale communicatie
  • Actief luisteren
  • LSD 
  • Objectief 
  • Subjectief 
  • Open vragen 
  • Gesloten vragen 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les:

R: Je weet het verschil tussen verbale en non-verbale communicatie. 

T1: Je kunt objectieve en subjectieve informatie herkennen en toepassen in een situatie.

T2: Je kunt een rooster correct invullen en daarbij rekening houden met verschillende diensten en afspraken.

I: Je kunt kosten berekenen voor een organisatie en uitleggen hoe deze kosten zijn opgebouwd.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket

Slide 31 - Open question

De leerlingen hebben de begrippen overgeschreven in hun schrift 

Slot
Vragen?

Slide 32 - Slide

This item has no instructions