Verbanden en signaalwoorden

1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesplanning
Tekstverbanden en signaalwoorden behandelen.

Lesdoel: Je kunt verbanden en signaalwoorden benoemen;
je kunt deze verbanden en signaalwoorden in veel voorkomende tekstsoorten aanwijzen en de functie ervan benoemen.

Slide 2 - Slide

...terugblik
Geef het doel van de tekst aan 
in de volgende voorbeelden

Slide 3 - Slide

Hét moment voor alle fans van Apple en al die overige smartphonegebruikers die op zoek zijn naar het nieuwste van het nieuwste is eindelijk daar! Het Amerikaanse bedrijf heeft weer alles in het werk gesteld om ons te verrassen met strakke designs, opvallende nieuwe features en ontzettend veel kracht. Met de release van de nieuwe iPhone 12, iPhone 12 mini, iPhone 12 Pro en iPhone 12 Pro Max zet Apple de nieuwe standaard voor alles dat mogelijk is.

A
Informeren
B
Overtuigen
C
Overhalen
D
Amuseren

Slide 4 - Quiz

Altijd en overal online. Volgens sommige opvoeders liggen er allerlei gevaren op de loer voor onze Wifi-generatie. Er zijn daarom al scholen die het vak mediawijsheid geven. Er wordt gekeken wat de voor- en nadelen zijn, welke gevaren er op de loer liggen en of verbieden zin heeft.
A
Informeren
B
Overtuigen
C
Overhalen
D
Amuseren

Slide 5 - Quiz

Samenhang en tekstverbanden
Een tekst heeft een inleiding, middenstuk en slot. De samenhang van een tekst wordt verduidelijkt met signaalwoorden, ook wel verbindingswoorden genoemd. 
> Daardoor begrijp je een tekst gemakkelijker!

Let op signaalwoorden als je leest of zelf schrijft. Die geven het verband aan in de tekst.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Een voorbeeld
Mijn collega was jarig.
Ik gaf haar een boek.

Kies uit: bijvoorbeeld, als omdat, vervolgens.

Eén zin: Ik gaf mijn collega een boek, omdat zij jarig was. 

Slide 8 - Slide

Even oefenen...
Iedere grote stad heeft veel openbaar vervoer. 
Londen heeft veel openbaar vervoer.

Kies uit: vroeger, vervolgens, bovendien, dus ook.

Eén zin: ...

Slide 9 - Slide

Even oefenen...
Om 18:00 moet ik voetballen.
Ik ga later vanavond naar de film.

Kies uit: eerst, daarna, bijvoorbeeld.

Eén zin: ...

Slide 10 - Slide

Even oefenen...
Ik heb stage gelopen in een dierenwinkel.
Ik heb stage gelopen in een schoenenwinkel.

Kies uit: uiteindelijk, als, en, want.

Eén zin: ...

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Tekstverbanden en signaalwoorden

Geef het tekstverband aan in de volgende zinnen.

Slide 13 - Slide

Ik ga vandaag eerst naar school. Daarna ga ik sporten.

A
Opsomming
B
Tegenstelling
C
Tijd
D
Conclusie

Slide 14 - Quiz

Kortom, we winnen deze wedstrijd wel.
A
Tegenstelling
B
Tijd
C
Conclusie
D
Voorbeeld

Slide 15 - Quiz

Mijn vader houdt niet van winkelen, maar mijn moeder vindt het heel erg leuk.
A
Conclusie
B
Voorbeeld
C
Tegenstelling
D
Oorzaak en gevolg

Slide 16 - Quiz

Tekstbegrip oefenen

Slide 17 - Slide

Bekijk de afbeelding en lees de advertentietekst.
timer
1:00

Slide 18 - Slide

Wat is het belangrijkste doel van de advertentie?
A
Amuseren
B
Informeren
C
Tot handelen aanzetten
D
Uitleg geven

Slide 19 - Quiz

Huiswerk
  • Kijk in de planning (teams). Je bent bezig met lezen/luisteren. 
  • Volgende week: toets!!!

Slide 20 - Slide