S = Subjectieve gegevens:
Meneer belde in verband met duizeligheid en slecht zien.
O = Objectieve gegevens:
Bloedglucose gemeten, 3,8 mmol.
A = Analyse:
Meneer had een hypoglykemie.
P = Probleemoplossing/plan:
Gelijk druivensuiker en een boterham met jam gegeven. Na een uur opnieuw bloedsuiker gemeten, 8,3 mmol. Meneer had geen klachten meer.
Voorzie de rapportage van datum, tijd en naam.